Laatste kans om te scoren

Scholieren met gedragsproblemen kunnen sinds twee jaar ‘in de rebound’. Maar in Rotterdam gaat de geldkraan al weer dicht.

Aan de rand van een park in de Rotterdamse wijk Schiebroek staat een vier verdiepingen tellend flatgebouw. Op de bovenste verdieping huist ‘Accent Onderwijsopvang’, een zogenoemde reboundvoorziening, speciaal voor jongeren die zodanig zware gedragsproblemen hebben dat ze niet in de reguliere reboundvoorzieningen passen, maar ook weer net te licht zijn voor het zmok-onderwijs voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. In het park wordt regelmatig door de jongeren gesport om de overtollige energie en agressie kwijt te raken.

De term rebound komt uit de sport en betekent zoveel als jezelf opnieuw in positie te brengen om een tweede kans op scoren te creëren. Coördinator Ron van Rossum: “Deze jongens leggen hele schoolklassen lam, maar ook de andere opvangvoorzieningen binnen het onderwijs gijzelen ze met hun gedrag. Wij pakken het gedrag stevig aan, in nauwe samenwerking met ouders, school, voogd, reclassering en maatschappelijk werk.”

Johan (14) is sinds september in de opvang: “Ik vond het maar niks de hele dag in de klas, ik verveel me blauw. Ik mis wel het plezier met mijn vrienden van de vorige school.” Maar daar is Johan niet langer welkom, niet zolang er niets aan zijn gedrag verandert. “Maar ik wil er wel wat van maken want het is mijn laatste kans. Het is wel grappig hier. Je moet een beetje sporten en praten over je gedrag.” Na wat doorvragen doemt achter het met bravoure vertelde verhaal een geschiedenis op van veelvuldig spijbelen, agressief gedrag en problemen thuis.

Volgens Ron van Rossum van Accent gaat het bij deze jongens (zelden een meisje) om meervoudige problematiek. Hij leest een dossier voor van een jongen uit een gezin met een verslaafde psychotische vader en een moeder die sinds kort bij haar man weg is en nu bij haar ouders woont. De jongen is beurtelings bij zijn moeder en zijn vader. “Het gaat op alle fronten fout met zulke jongens, thuis, op straat en op school.” Volgens Van Rossum werpt de straffe aanpak vruchten af. “Negentig procent van de jongeren die hier zijn geweest, is terug in het reguliere onderwijs. Van de andere tien procent gaat een groot deel na een overigens veel te lange procedure, naar het zmok-onderwijs.” Maar: anderhalf jaar na de oprichting dreigt de opvang alweer te moeten sluiten wegens geldgebrek.

moord

Sinds de moord in januari 2003 op conrector Hans van Wieren van het Haagse Terra College dook het woord rebound op in het onderwijs. Het was de oplossing waar onderwijsminister Van der Hoeven mee kwam voor leerlingen met gedragsproblemen. Sinds vorig jaar heeft het ministerie zo’n 20 miljoen per jaar uitgetrokken voor reboundvoorzieningen in het hele land. Het geld wordt over tachtig samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs verdeeld

Dolf van Veen, hoofd van het LCOJ en hoogleraar en lector Grootstedelijk onderwijs- en jeugdbeleid, ziet een kentering in het onderwijs zo gauw scholen meer nadenken over veiligheid in de school. “Negen op de tien scholen is goed op weg met de zorg in de school. In de reboundvoorzieningen wordt concreet gewerkt aan het gedrag van de jongere en de verstoorde relatie met de school. Het gaat vaak om zeer zware en ingewikkelde problematiek die meer vraagt dan onderwijszorg. ”

In Rotterdam hadden de drie grote schoolbesturen in het voortgezet onderwijs al vóór de moord op Van Wieren de handen ineen geslagen en vier verschillende reboundvoorzieningen opgezet. Die variëren van opvang voor tienermoeders en Time out-projecten voor jongeren die even een andere plek nodig hebben, tot opvang van delinquente jongeren. Er is plaats voor 300 tot 400 leerlingen per jaar. Daar kwam iets meer dan twee jaar geleden de vijfde voorziening bij – Accent Onderwijsopvang. Accent is een van de eerste die binnen het onderwijs een oplossing zoekt voor de zwaardere gevallen. Er is plaats voor nog eens 84 jongeren en daarmee kunnen er 180 tot 200 per jaar teruggeleid worden naar het reguliere onderwijs. Al deze opvangvoorzieningen kosten samen zo’n vier miljoen euro per jaar en dat gaat het budget van 900.000 euro dat Rotterdam uit Den Haag krijgt ver te boven.

contract

Accent Onderwijsopvang heeft kleine groepen met zeven leerlingen. Het team bestaat uit docenten en jeugdhulpverleners die intensief samenwerken.

Wim Littooy voorzitter van CVO, het bestuur van het Rotterdamse christelijk voortgezet onderwijs, heeft deze voorziening onder zich. Hij is trots op de voorziening: “Daar staan kanjers voor de klas. Geen doorsnee leerkrachten, ze krijgen heel veel voor elkaar met deze kinderen. Het gaat me zeer aan het hart als ik de opvang moet sluiten. We hebben nu eindelijk antwoord op een heel moeilijke groep leerlingen en dan moeten we er weer mee stoppen. Met het geld dat wij voor de reboundvoorzieningen krijgen uit Den Haag, kunnen we de opvang in Rotterdam open houden tot kerst. Als er geen oplossing komt via structurele financiering moeten minimaal drie van de vijf reboundvoorzieningen de deuren sluiten.”

geen gehoor

Dolf van Veen van het LCOJ kan zich voorstellen dat de financiering aan de krappe kant is voor deze speciale opvang. “Het is namelijk meer dan onderwijs. Zonde als dit soort projecten weer verloren gaat, want er wordt echt goed werk gedaan. Er is aanvullende financiering van de gemeenten en jeugdzorg nodig om goede programma’s te bieden.” Wim Littooy heeft het probleem aangekaart in Den Haag maar krijgt geen gehoor. “Er is zelfs in de Kamer een motie ingediend door Nebahat Albayrak (PvdA). Het Kabinet kwam daarop met het voorstel van ‘Prep-camps’, opvoedkampen. Wij zetten voorzieningen op in de bestaande onderwijsstructuren en dan komt er tot mijn verbijstering als antwoord een nieuwe oplossing die nog verder van het onderwijs ligt.”

Volgens Van Veen komt het veel voor in het onderwijs: projecten opstarten en vervolgens weer nieuwe ideeën en oplossingen aandragen terwijl er nog niet volop is geprofiteerd van de kennis uit die vorige projecten. “Laten we nou eens inzetten op de bestaande reboundprogramma’s en die verder ontwikkelen.” Volgens Littooy heeft het ook te maken met het verkeerde uitgangspunt in Den Haag: “Men gaat uit van een gemiddelde situatie in Nederland. Maar in de vier grote steden gebeurt het allemaal als eerste en van onze ervaring kunnen ze in de provincie weer leren.”

www.onderwijsopvang.nl www.lcoj.nl