Jan Andriesse: 'Creatieve krachten zijn een tegenpool'

In deel 17 van een serie over kunstenaars en hun inspiratiebronnen vertelt Jan Andriesse over zijn liefde voor het schilderij De Muziekles (1662-1665) van Johannes Vermeer (1632-1675).

'Laatst zag ik op televisie Balkenende in de Tweede Kamer prediken dat we weer trots moeten zijn op Nederland. Dat we moeten streven naar een VOC-mentaliteit. Ik kon het niet geloven, zo stuitend. Wat een failliet, wat een tragische domheid. We eren in dit land de verkeerden. Waarom staat er op het Olympiaplein wel een monument voor Van Heutsz, die een genocide op Atjeh heeft geleid louter om de olie voor de Koninklijke Shell veilig te stellen, en heeft Amsterdam geen Spinoza-monument? Waarom heet het Museumplein eigenlijk niet het Spinozaplein?

'Voor mij zijn er drie voorbeelden. Eén is de astrofysicus M.G.J. Minnaert, die lange tijd in de Utrechtse sterrenwacht gewerkt heeft. Gelukkig heeft de Utrechtse universiteit tenminste een gebouw naar hem vernoemd, en staat zijn naam daar in manshoge letters. Minnaert was een Belg die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtte omdat hij pacifist was en niet in de loopgraven van Vlaanderen wilde vechten. In zijn De natuurkunde van het vrije veld heeft hij, als hobby, allerlei wetenswaardigheden over onder meer optische effecten verzameld. Er staan eigen ontdekkingen in, maar ook observaties van anderen en zelfs gedichten.

'In mijn eigen werk draait alles om het kijken. Op een avond zat ik hier, aan de Amstel, en keek naar de lantarenpalen aan de overkant. Normaal gesproken valt de reflectie van de lichtbron altijd in het lood over het water, als een verticale lijn. Maar nu stonden twee van die reflecties scheef. Had ik veel te veel gedronken? Was dit een hallucinatie? Als ik Minnaert niet had ontdekt, dan had ik waarschijnlijk nog steeds getwijfeld. Maar Minnaert beschreef exact wat ik had gezien. De wind trekt de golfjes mee waar het licht op breekt.

'Dit soort natuurverschijnselen overstijgt alles. Ik ben ooit om elf uur 's ochtends op de snelweg bij Schiphol op de vluchtstrook gestopt omdat ik boven de Haarlemmermeerpolder twee regenbogen zag die elkaar op de horizon raakten, met hun poten in een V-formatie. Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Maar gelukkig stond ook dat fenomeen in Minnaert beschreven. Ook prachtig is het maanlicht.

Het feit dat je kijkt naar licht van de zon, dat reflecteert op de maan, dat weerkaatst in het water en dan jouw oog bereikt. Dat is een kosmische constructie. Vervolgens maak ik er een tekening van, als een extra reflectie, al blijft het een krukkige vertaalslag.

Domme opinies

'Daarom hou ik zo van Nescio.

Zijn werk is zoveel licht. In 1912 beschreef hij in Titaantjes op weergaloze wijze hoe het voelt om verstoten te zijn van daglicht.

'Nescio voelde het essentiële belang van daglicht aan, toen al, en heeft dat ook opgeschreven.

Hij kon de terreur van de afwezigheid van licht zo goed in woorden vatten.

'En dan is er Vermeer, die halverwege de zeventiende eeuw iets zag wat nog nooit iemand had beschreven. Hij ontdekte dat tijdens de ochtend- en de avondschemering een warme kleur als rood wegebde, terwijl koele kleuren als groen en blauw juist begonnen te stralen in de duisternis. Pas veel later, in de negentiende eeuw, is dat verschijnsel door de Tsjechische natuurkundige Johannes Purkinje beschreven. Hij had ontdekt dat het iets te maken had met de staafjes en kegeltjes in onze ogen. Sindsdien hebben we het over het Purkinje-effect. Maar Vermeer had het al eerder door, en dat bewijst zijn schilderij De Muziekles.

'In 1996 zag ik het schilderij voor het eerst op de grote Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis. Het was een van de weinige Vermeers die ik nog nooit in het echt had gezien. Ik weet nog dat ik me door de mensenmassa een weg moest banen naar dat ene schilderij. Een halve minuut heb ik er misschien voor gestaan, totdat een kleine dame me op mijn schouder tikte dat ze niets kon zien. Maar in die paar seconden, fijngeperst tussen de honderden andere mensen in dat kleine zaaltje, heb ik het Purkinje-effect wat Johannes Vermeer heeft geschilderd gezien. Het was een epifanische ervaring.

Tafelkleed

'Het draait om het tafelkleed, dat hoofdzakelijk uit blauw en rood bestaat. Op de plek waar het zonlicht het kleed raakt, gloeit het rood en implodeert het blauw, maar in de schaduw achter de plooi verbruint het rood en begint het blauw te stralen. Ondanks alle technologie kunnen ze dit effect op reproducties niet reproduceren, alleen in het echt kun je dat stralen van de kleuren waarnemen. Vreemd genoeg heeft geen enkele kunsthistoricus of Vermeer-kenner er ooit iets over geschreven. Terwijl het schilderij toch eindeloos beschreven en geanalyseerd is. Maar Purkinje wordt niet genoemd.

'Voor mij is Vermeer sindsdien nog genialer geworden. Dit was een bevestiging dat Vermeer goed kon kijken. Het is geen toeval dat hij bevriend was met Antoni van Leeuwenhoek. Die twee begrepen elkaar. Wat ook zo prachtig is, is dat Vermeer geboren en gestorven is in Delft. Hij heeft niet gereisd - die ene plaats was genoeg.

'Ik begon over het catastrofale failliet van een Balkenende. Alle politieke leiders lijken als klonen op elkaar. Wat ze in hun kielzog achterlaten is identiek: de schade, het wrakhout, de ellende. De ijskappen smelten omdat wij een keuze hebben uit vijftig smaken jam of twintig soorten brood. Tegenover dat soort ellende staat het altruïstische gehalte van een Vermeer. Creatieve krachten zijn een tegenpool: kunstenaars, dichters, wetenschappers. Zij denken niet louter aan financieel gewin. Minnaert was ook belangeloos. Hij was gefascineerd door bijvoorbeeld zwarte gaten en wilde dat met ons delen. Datzelfde geldt voor Purkinje. Dat is liefde, belangeloze liefde.'

T/m 7 januari is in Museum De Pont in Tilburg een overzicht te zien van de tekeningen van Jan Andriesse.

Zie www.depont.nl