‘In de VS zou Ortega Republikein zijn’

Ooit was Daniel Ortega de leider van de linkse, sandinistische revolutie in Nicaragua. Nu haalt hij in zijn campagne voor het presidentschap steeds God en Jezus Christus aan.

Hazel Lau heeft stijl. Op hoge hakken drentelt de Nicaraguaanse door het sandinistisch hoofdkwartier. Haar zwarte stretchbroek heeft ze opgetuigd met een fonkelrode riem en tussen haar zwarte haren bungelen rode oorbellen. Lau (22) behoort tot de nieuwe generatie sandinistas – geboren na de revolutie van 1979, maar hondstrouw aan de rood-zwarte partijvlag.

Als actief lid van de jeugdbeweging werkt ze voor de campagne van presidentskandidaat Daniel Ortega. Morgen zijn er verkiezingen en volgens Lau heeft haar land „een complete omslag nodig”.

Ze somt de problemen op van de Nicaraguaanse jeugd (tweederde van de bevolking van vijf miljoen is jonger dan 25): benzinetekorten, krappe studiebeurzen, werkloosheid van 55 procent, gebrekkige gezondheidszorg, dure buskaartjes, gewelddadige criminaliteit. „Daniel zal bewijzen dat hij met buitenlandse steun scholen bouwt, ziekenhuizen opent, voor olie zorgt. Net als na de revolutie.”

Lau is te jong om zich het linkse sandinistische bewind (1979-1990) goed te herinneren. Maar haar moeder vertelde haar dat er toen geen criminaliteit was. Veel oudere nicas zijn echter ook de schaarste en de oorlog van toen niet vergeten. Ortega’s rechtse tegenstanders gaat het daarom makkelijk af hem zwart te maken. In hun spotjes marcheren sandinisten weer door de straten. Ortega zou opnieuw de dienstplicht gaan invoeren. En donderdag opende de rechtse krant La Prensa met het ‘nieuws’ dat Ortega’s FSLN alweer grond onteigent.

Het dagblad voerde een stoet Amerikanen op die waarschuwen voor een zege van de sandinisten. De geruchtmakendste interventie kwam van een Republikeins lid van het Huis van Afgevaardigden, Dana Rohrabacher. Hij opperde dat de regering-Bush na een overwinning van Ortega de geldzendingen zou kunnen blokkeren die Nicaraguanen in de VS naar huis sturen, opperde hij. Deze remesas bedragen 17 procent van het bruto nationaal product van Nicaragua. Zo’n geldblokkade lijkt lastig uitvoerbaar, maar het is een belangrijk verkiezingsthema geworden.

Allemaal stemmingmakerij, stelt de linkse Nicaraguaanse schrijfster Gioconda Belli, die in 1988 internationaal doorbrak met de novelle La mujer habitada. „Begrijp me goed, een overwinning van Ortega betekent het einde van de democratie. Maar niet om de redenen die rechts en sommige Amerikanen aandragen.”

Belli (58) vocht mee in de sandinistische guerrilla tegen dictator Somoza en bekleedde hoge posten in het FSLN. In 1990 brak ze met de partij. In het autobiografische El país bajo mi piel deed ze later een boekje open over het caudillismo, de machocultuur en het gebrek aan interne partijdemocratie.

Belli heeft hoofdpijn, vertelt ze op de bank in haar huis even buiten Managua. Ze worstelt met een opiniestuk dat de Los Angeles Times haar vroeg te schrijven. „Ik moet in 800 woorden uitleggen hoe Ortega al zestien jaar met machiavellistische precisie werkt aan herovering van het presidentschap.”

Ze begint maar met het pact dat Ortega in 2000 sloot met de rechtse president Alemán (1997-2002). De twee tegenpolen hadden beiden problemen met justitie. Ortega’s stiefdochter beschuldigde hem van seksueel misbruik. Alemán stal ruim 100 miljoen dollar uit de schatkist. De regeringspartij PLC van Alemán en de FSLN wijzigden hierop samen de grondwet: ex-presidenten kregen immuniteit voor strafvervolging.

Ook kwamen het Hooggerechtshof, het Openbaar Ministerie, het controleurschap over de schatkist en de Kiesraad in handen van pact-getrouwen. En het presidentschap kon voortaan gewonnen worden met 40 procent van de stemmen, óf 35 procent en een voorsprong van vijf procent op de nummer twee. In 2002 werd Alemáns immuniteit opgeheven en kreeg hij twintig jaar cel. Een corrupte rechter zette de straf om in een soort huisarrest: Alemán mag Managua niet uit.

Alemáns opvolger Bolaños was in 2001 gekozen als kandidaat van de PLC. Maar toen hij zich tegen het pact verzette, ging de PLC-fractie onder leiding van Alemáns dochter in de oppositie. Bolaños kon amper nog regeren. Het land belandde in een diepe crisis.

Negen maanden geleden splitsten sommige PLC’ers zich af en richtten een nieuwe partij op, de ALN. Beide rechtse partijen zeggen nu dat alleen zij Ortega kunnen verslaan, maar doordat ze elkaar de rechtse stem betwisten geven ze hem juist een goede kans. Pas als er een tweede ronde komt tussen de twee koplopers, zal het rechtse kamp waarschijnlijk weer verenigd en dus sterker zijn. Belli: „Ortega weet dat hij alleen in de eerste ronde kan winnen.”

Ondertussen spreekt Ortega tijdens manifestaties verzoenend over het verleden, voortdurend God en Jezus Christus aanhalend. In tv- en radiospotjes klinkt de Beatles-hit Give peace a chance.

Belli gelooft best dat Ortega sinds de jaren ’80 is veranderd. „Hij is nu zakenman.” In de VS zou Ortega een Republikein zijn, stelt Belli. „Zijn banden met het bedrijfsleven. De manipulatie van kiezers. Zijn act van bekeerde christen.”

In 1996 richtten dissidenten als Belli uit onvrede de Sandinistische Vernieuwingsbeweging (MRS) op. Voorafgaand aan een manifestatie geeft hun presidentskandidaat Edmundo Jarquín temidden van een stoet dansmariekes zijn analyse. Als de rechtse PLC noch het sandinistische FSLN wint, voorspelt hij, zullen ze samen zorgen dat de andere twee partijen ook niet kunnen regeren.