'Ik verzoek u beleefd of gij mij niet employeren kunt als kok'

In The National Archives in Londen liggen duizenden Nederlandse brieven uit de 17de en 18de eeuw. Ze zijn geschreven uit Nederland naar verre gewesten en terug, en werden ooit buitgemaakt door Engelse kapers.

Roelof van Gelder deed in opdracht van de Koninklijke Bibliotheek onderzoek naar deze vergeten post en selecteert elke maand een brief voor M.

Schiermonnikoog,14 februari 1797

Zeer geachte vriend Jan Eijses, Ik, uw liefhebbende oom P. Ranges, laat u weten wegens onze toestand als dat mijn vrouw en kinderen en Uijte en verdere vrienden nog redelijk gezond zijn. Maar ik ben al over acht weken in een slechte toestand geweest en het mankeert mij vooral aan het wateren, zodat ik vooral bloed gewaterd heb en dat met een droevige pijn. En ik heb al meer dan zes weken medicijnen gebruikt en ben van pijn zeer mager en zwak geworden. Of het graveel [niergruis] of een soort van de steen is weet ik niet. En ik heb al veel onkosten bij de dokter gemaakt omdat ik dure medicijnen gebruiken moet en ik heb geen duit om nog te betalen.

Hoe het moet is God bekend, maar het is al beter dan het geweest is, want bloed wateren, dat bespeur ik nu niet meer. Maar als ik water, of als ik aandrang voel, dan kan ik het niet ophouden. Ik water dan soms heel weinig met grote pijn en smart, maar niet zo erg als het geweest is. Ik hoop door Gods zege het beste. De dokter denkt dat hij mij nog genezen kan. Ik hoop dat God de Heer zijn zegen daartoe verlenen moge.

Verder laat ik u weten als dat wij het arm hebben. Als tante Janke niet wat verdiende zouden we moeten omkomen.

Vorig jaar is het met mijn verdiensten zeer slecht geweest. Ik ben verleden zomer op een reis naar Narva gedestineerd geweest, maar we kregen in de Noordzee zo'n ernstige lekkage dat wij gedurig met twee pompen moesten pompen en genoodzaakt waren Noorwegen binnen te lopen en daar een weinig te repareren1. En daarna weer naar Amsterdam. En ik ben nu een week voor kerstmis thuis gekomen en ik heb vanaf die tijd medicijnen ingenomen. En ik heb veel last van binnenkoortsen. En ik heb gehoord dat u voornemens was in de echt te treden. God de Heer verlene u liefde en vrede en zegen naar ziel en lichaam en hierna nog de eeuwige gelukzaligheid.

Ik kan alle omstandigheden niet beschrijven. God weet alles.

Verder, als God mij mocht herstellen, verzoek ik beleefd als gij schipper wordt of gij mij niet employeren kunt om met u te varen voor kok, omdat ik al te bejaard ben voor stuurman.

Want ik kan dat alles niet meer zo als in mijn jonge jaren. Help mij toch. Als het de Heer maar behaagde dat ik wat verdienen mocht, want wij hebben grote armoede. Ik ben niet in staat om een half pond tabak te krijgen. Ook zou ik, als ik genezen mocht zijn, wel een ruige muts willen hebben, maar ik heb er het geld niet voor2. Dat moet, zoals het God behaagt..

Neemt mijn schrijven toch niet kwalijk, maar ik verzoek u vriendelijk dat gij mij op het spoedigste weer schrijft. Alstublieft, ik verlang naar een bericht van u.

Verder wens ik u benevens uw naasten alle heil en zegen van de hemel naar ziel en lichaam.

Zijt vele malen en zeer vriendelijk van ons allen gegroet.

Ik verblijf met achting uw liefhebbende oom

Pieter Ranges

P.S. De groeten vele malen van uw vader aan u benevens uw beminden.

1 Waarschijnlijk de haven van Bergen.

2 Een ruige muts was een zeemansmuts van bont of schapenvacht.

Hertaling en reproductie brief: Roelof van Gelder