Het niets ontvluchten

Smaak, shoppen, voedsel, religie, natuur, risico en organisatievormen. Haar leven lang al bestudeert de Britse antropologe Mary Douglas culturele patronen. Er is geen kloof tussen ‘primitieven’ en ‘modernen’, betoogt zij.

De fragiele gestalte in kaki trenchcoat, met een grote zwartlederen handtas en zwarte lakschoenen, is onmiskenbaar Brits onder de Duitse sociologen. De 85-jarige antropologe Mary Douglas loopt stevig gearmd tussen congresorganisatoren over de geplaveide straatjes van de universiteitscampus Kassel. Om met kleine, felle ogen te analyseren waarom Congolese kinderen in Londen veel beter zouden kunnen presteren en de westerse samenleving haar eigen regels en taboes niet kent.

Mary Douglas werd geboren in Italië in 1921. Haar vader diende in Birma in de Indian Civil Service, haar moeder stierf toen ze twaalf jaar was. Mary groeide op bij haar grootouders in Engeland en kreeg haar opleiding in katholieke kloosters. Douglas raakte in de ban van andere culturen door het werk van E.E. Evans-Pritchard en andere pioniers van de Britse antropologie. Ze deed veldwerk onder de Lele in voormalig Belgisch Congo (nu Democratische Republiek Congo) en werd bekend met haar eerste boek Purity and Danger. Douglas trouwde, kreeg drie kinderen en was verbonden als hoogleraar aan het University College London, Northwestern University en Princeton in de VS.

Steeds benadrukt Douglas in haar werk dat er geen kloof is tussen ‘primitieven’ en ‘modernen’. Dezelfde processen werken in alle samenlevingen en uiten zich in verschillende culturele patronen. In Purity and Danger (1966) analyseert ze waarom sommige religies regels benadrukken en andere niet. Ze doet dit onder meer door te bestuderen welke dieren wel, en welke dieren niet rein en eetbaar worden geacht. In Natural Symbols (1970) beschouwt Douglas het menselijk lichaam als een micro-kosmos van het sociale lichaam. Het lichaam wordt ‘onderwezen’ aan individuen door de samenleving.

Hierin ontwikkelt ze ook haar group-grid-theory, waarin groep staat voor de scheiding tussen in- en outsiders en grid voor hoe individuen zich tot elkaar verhouden. Uit de matrix die dan ontstaat blijkt bijvoorbeeld dat een samenleving met een sterke groepsscheiding en een sterke grid (high group/high grid) gekenmerkt wordt door ritualisme en individuen ‘offert’ voor het wel en wee van de groep. Low group/low grid-samenlevingen proberen ritualisme juist uit te bannen en leggen de nadruk op het individu.

Haar theorie leidde tot een culturele typologie met vier organisatievormen: individualisme, hiërarchie, enclavisme en isolationisme. Douglas’ culturele typologie ondervond veel kritiek: de theoretische en empirische fundamenten zouden niet sterk genoeg zijn en bovendien zou Douglas erg flexibel omgaan met de interpretaties van haar eigen theorie. Biograaf Richard Fardon prees haar leesbaarheid: als lezer besef je in elk geval waar je het niet mee eens bent wanneer je Douglas leest.

Andere thema’s in haar werk zijn: smaak, shoppen, voedsel, religie, natuur en risico. In haar lezing op 12 oktober j.l. in Kassel, getiteld An aesthetic view of the relation between culture and nature keerde ze terug naar het werk van filosoof Nelson Goodman. Een kunstwerk is ‘replete’, ‘vol’, volgens Goodman, wanneer elk element bijdraagt aan het andere en niets overbodig is. Terugkijkend op het voorbeeld van de Lele toonde Douglas hoe de relatie tussen mens en natuur ‘replete’ kan zijn.

Haar meest recente boeken, inclusief het in 2007 te verschijnen boek Thinking in Circles, analyseren de vertelstructuur in oude teksten en pleiten voor een reconstructie van verstopte en vergeten boodschappen. Ringcompositie plaatst de betekenis van de tekst in het midden, met aan het begin en einde een parallel. Wie dergelijke teksten lineair leest, aldus Douglas, kan de betekenis ervan volledig ontgaan.

U noemde uw ontmoeting met het Afrikaanse volk de Lele één van de belangrijkste gebeurtenissen in uw leven. Ook in uw lezing vandaag speelden ze een rol.

“Ja, daar was ik ook blij mee. Ik heb lange tijd niet over hen geschreven. Ik probeer een onderzoeksproject te starten naar de Lele in Londen, een studie naar de Lele in disapora. Er zijn ongeveer zestig Lele-families in Londen. Ik ben te oud om het nu te doen. Ik heb de tijd niet, of de energie. Ik moet iemand vinden om het voor me te doen.”

Hoe weet u dat er zestig families zijn?

“Ik ga naar hun feesten. Er was een Lele-PhD-student bij economie. Hij was een eregast, en ik ook. Ik ben veel op hun feesten geweest, ziet u.”

Wat zou u precies willen weten over de Lele in Londen? Zou het aansluiten bij uw eerste veldonderzoek waarin u hun sociale structuur en hun definities van onzuiverheid in kaart bracht?

“Ik zou hen willen waarderen voor hun prestatie te leven in de westerse maatschappij. Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe de vrouwen zich voelen, in gender. Zij moeten omgaan met koken, verschillende soorten voedsel, andere hygiëne, kinderen opvoeden, naar de dokter gaan. Het grootste deel van de pijn van de diaspora rust op vrouwen. En de kinderen doen het heel slecht op school. Ik begrijp dat niet. Ze zijn zo slim.”

Hoe komt het dat ze het niet goed doen op school?

“Basil Bernstein verdeelde Engelse families in twee soorten, naar de manier waarop ze hun kinderen controleren: de positionelen en de persoonlijken. De positionele gezinnen waren vooral afkomstig uit de arbeidersklasse. Status is alles. Het kind vraagt: waarom dit, waarom dat, waarom, waarom, waarom moet ik dit doen? Omdat ik het zeg, is het antwoord. Kinderen uit de middenklasse krijgen antwoorden in termen van gevoelens. Waarom moet ik opa kussen? Hij prikt! En het antwoord is: anders zou hij van streek zijn, verdrietig worden.

“In de middenklasse pikt iedereen een plaats in. Over bedtijd wordt individueel onderhandeld. Kinderen uit de arbeidersklasse hebben veel meer plezier. Iedereen heeft zijn eigen plaats aan tafel. Maar wanneer ze naar school gaan, krijgen ze een onderwijzer uit de middenklasse. Daarmee kunnen de kinderen uit de lagere klasse niet omgaan. Ze hebben de verkeerde achtergrond.”

Wat betekent dit voor de Lele-kinderen in Londen?

“Bij de Lele gaat alles naar leeftijd. Toen ik hen voor het eerst ontmoette, gaf ik een jongen die me hielp wat geld. Hij gaf het meteen aan een man, dat bleek zijn oudere broer. De leeftijdsstructuur is bepalend en dat is wat ze tegenhoudt op school. Positionele families zijn gewend aan structuur.”

U schreef dat we in de westerse maatschappij veel regels en taboes hebben die we zelf niet herkennen.

“In Engeland, in de jaren twintig en dertig, was er een erg vooruitstrevende school, Dartington Hall. Totaal vrij: de studenten mochten doen wat ze wilden, er was geen organisatie. Toen ik les gaf aan de universiteit, ontmoette ik een meisje van die school. Ze zei: we waren helemaal niet vrij. We onderwierpen elkaar aan zulke strikte regels. De leerlingen bepaalden de structuur: welke sokken je aanhad, wat je kon zeggen.”

In uw hart, zei u in een eerder interview, voelt u zich een hiërarchisch type.

“Voor mij is het de sociale organisatie die de principes van sociale keuze bepaalt. Cultuur is onderdeel van de manier waarop mensen samenleven. Hiërarchie is vandaag de dag een slecht woord in Engeland en vooral in Amerika. Een hoogleraar Chinese cultuur, Benjamin Schwarz, zei eens dat er geen hoop was dat Amerikanen ooit de Chinese geschiedenis zullen begrijpen, omdat ze hiërarchie afwijzen en kwaad op het concept worden.

“Mijn vrienden en ik hebben besloten het woord niet meer te gebruiken; het is te gevaarlijk. Mensen begrijpen het verkeerd. Ze denken dat hiërarchie fout is. Nu dat is het niet, het is een natuurlijke organisatievorm en een complete organisatie. Natuurlijk evenwicht is even belangrijk als up-down evenwicht.”

Zou u uw loopbaan beschrijven als een zoektocht naar universals, naar sociale feiten die mensen overal ter wereld delen?

“Ik denk eerder dat dit een antropologische vooronderstelling is. Antroplogie zoekt naar verklaringen die voorbij het beweerde gaan. Ik zoek niet naar universals. In Purity and danger zocht ik naar een universalistische cognitieve bias. Maar dat was fout. Bij elke vertaling schreef ik een nieuwe introductie en die tonen hoe ver ik daarvan af sta nu. Nu zouden we niet meer op zoek gaan naar universals. We weten dat symbolen als een driehoek of een cirkel nergens hetzelfde betekenen. Maar we blijven zoeken naar diepere betekenissen.”

Uw nieuwste boek verschijnt begin 2007 en gaat over ringcompositie. Wat is ringcompositie?

“Ik las het bijbelboek Leviticus als een antropoloog. Het is een filosofischer en diepzinniger boek dan we denken. Je moet alleen de retorische vorm van oude boeken kennen om het te begrijpen. Homerus bijvoorbeeld is geschreven als een ring. Niet met een begin, midden en een eind, maar je leest het als twaalf of dertien delen die naar elkaar verwijzen. Toen ik dat ontdekte! O, wat een model, dit boek is een complete, gedesorganiseerde organisatie! Een uitgestrekte, maar elegante constructie. Ik kreeg kippenvel!”

Leviticus speelde ook al een rol in uw eerste boek. Kwam dat door uw religieuze achtergrond?

“Natuurlijk ben ik geïnteresseerd in religie door de manier waarop ik opgroeide. Maar mijn nieuwe werk komt ook voort uit Purity and Danger. Daarin staat een hoofdstuk over Leviticus en ik las nooit het hele boek. Joodse geleerden waren zo genereus over mijn boek en de antropologen maakt het niet uit wat ik doe. Daarom doe ik veel bijbelwerk nu. Als ik niet met de bijbel verder was gegaan, was het voedsel geweest denk ik. Niemand sprak over de sociale situatie achter het eten van het Atkinsondieet. Ik had daar graag iets over geschreven.”

Wat had u graag willen schrijven over het Atkinsondieet?

“Het correspondeert sterk met wat je geeft wanneer je iemand verwelkomt. Veel proteïne is het grootste geschenk voor vereerde gasten in veel culturen. Het is duur: als je het elke dag eet, moet je het alleen eten, want het is te duur om door iedereen elke dag gegeten te worden. Het Atkinsondieet zit vol sociale tegenstellingen. Margaret Mead had een theorie over waarom obesitas een probleem is voor zwarte Amerikanen. Nu is het een probleem voor alle Amerikanen. Omdat ze arm zijn, kunnen ze zich alleen maar voedsel met veel calorieën veroorloven. Daar zijn ze niet tevreden mee. En zo gaan ze door en door. Ik denk dat ik mijn idee over Atkinson van haar heb.”

U schreef dat we een apathische cultuur dreigen te worden. U maakt zich zorgen om ‘de geïsoleerden’?

“We raken meer en meer geïsoleerd. Het is een verklaring voor wat we noemen het ‘ungovernability’-syndroom. We hebben geen sterke bindingen, we hebben geen enkele binding. Het is erg moeilijk voor politici om mensen wakker te schudden en volgelingen te krijgen.”

Maar mensen zoeken toch naar bindingen? Religie trekt de aandacht en mensen zijn ‘op zoek naar’?

“Ik woon nu vlak bij het British Museum. Er was een tentoonstelling van calligrafie met de titel Word into Art. En ongeveer in het formaat van uw stoel, was een beeld, een kooi met iets erin. Het was de arabische letter H. In de catalogus werd uitgelegd dat H ‘niets’ betekent. Het beeld was ‘niets’ dat probeerde te ontsnappen. Een hedendaags Arabische commentaar op ons bestaan waarin we in niets geloven en niets hebben. We proberen te ontsnappen van het niets om ons heen. Dat is briljant.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Het artikel `Het niets ontvluchten` (W&O, 4 november) noemt het Atkinsondieet waar Atkinsdieet wordt bedoeld.