HET KERKHOF VAN DE KOUDE OORLOG

Zeventien jaar geleden kwam er een einde aan de Koude Oorlog. Maar de resten roesten op het verlaten slagveld tussen Oost en West. Fotograaf Martin Roemers legde ze vast voor de geschiedenis.

Deze maand is het zeventien jaar geleden dat met de val van de Berlijnse Muur de Koude Oorlog eindigde. Dat is geen bijzondere plechtigheid waard. Pas in 2009 komt de internationale herdenkingsmachine weer in beweging. Maar sta er toch even bij stil. Toen, in het licht van de schijnwerpers, voor de televisiecamera's werd een tijdvak van veertig jaar wereldgeschiedenis feestelijk afgesloten. En intussen is een generatie volwassen geworden, die daar uit eigen ervaring niets van weet. Zoek op de Google Koude Oorlog en je treft onder de paar honderdduizend items een artikel aan dat begint met een vraag. 'Koude Oorlog, wat is dat nou weer.' Met een ondertoon van lichte ergernis bekent een denkbeeldig jongmens zijn onwetenheid over iets waarvan hij bij voorbaat overtuigd is dat het niet nodig is, er iets van te weten.

Alle oorlogen laten hun sporen na, niet alleen op de erekerkhoven waar de tienduizenden gesneuvelden in het gelid liggen. Iedere oorlog veroorzaakt zijn eigen verdedigingswerken, er worden nieuwe wapens uitgevonden die nieuwe strategieën veroorzaken, en tot dan toe ongekende angsten. En nadat de vrede is gesloten, ontdekken we ook langzamerhand de ongelofelijke hoeveelheid materiële resten. Het nutteloos geworden wapentuig, (de wapenindustrie is aanmaak van oudroest, zei onze historicus J.Huizinga); de verdedigingswerken, burchten, loopgraven, kazematten, geheime gewelven; en de standbeelden van de overwonnen leiders die omver worden gehaald.

Dan, naarmate de vrede langer duurt, krijgen de resten van de oorlog een andere waardering. Hoe ouder ze zijn, hoe zorgvuldiger ermee wordt omgesprongen. Fort Rhynauwen bij Utrecht, het grootste verdedigingswerk van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, gebouwd tussen 1867 en 1869, is nu een kostbaar monument. In Péronne, Noord Frankrijk, is een museum, het Mémorial de la Grande guerre, met daarbij een vliegveldje. Voor een gering bedrag kun je een tochtje boven het gebied maken waar de Slag bij de Somme is gevochten. Het patroon van de loopgraven is nog te zien. Je kunt er toeristische reizen maken. België en dit deel van Frankrijk zijn bezaaid met museumpjes, monumenten en natuurlijk de grote en kleine kerkhoven. De Tweede Wereldoorlog heeft zijn eigen militaire architectuur ontwikkeld, in de Maginotlinie, de Westwall en de Atlantik Wall. Wat ervan bewaard is gebleven, begint nu de status van monument te bereiken.

Misschien zijn we op het ogenblik bezig aan de ontdekking van de resten van de Koude Oorlog. De worsteling tussen twee machtsblokken, die veertig jaar heeft geduurd, zonder dat het tussen de leidende supermachten tot een gewapend treffen is gekomen. Tegenover elkaar stonden de zwaarst bewapende strijdkrachten uit de geschiedenis, onze tegenpartij bovendien met het best georganiseerde wantrouwen jegens zijn eigen volken. Dit arbeidersparadijs was door het steeds verder geperfectioneerde IJzeren Gordijn hermetisch van de andere wereld afgesloten. Aan beide zijden waren de propagandamachines onophoudelijk op volle kracht aan het werk. De Koude Oorlog was alomvattend. Deze veertig jaar hebben aan beide kanten van de scheidslijn een eigen denkwijze doen ontstaan, haat en hartstocht veroorzaakt, een cultuur geschapen. Na 1989 had dit ingewikkelde geheel plotseling zijn zin, zijn reden van bestaan verloren. Wie omstreeks dat jaar geboren is, kwam in een volstrekt andere wereld terecht.

Goed beschouwd is de Koude Oorlog begonnen in Jalta, op de Krim, waar in februari 1945 Churchill, Roosevelt en Stalin voor het laatst vriendschappelijk bij elkaar kwamen om de naoorlogse wereld te organiseren. Het Livadja paleis waar de bijeenkomst werd gehouden, staat er nog. De vergaderkamer, de conferentietafel, het is allemaal zorgvuldig bewaard. Misschien is er nog DNA van de grote drie te vinden. Europa werd in twee invloedssferen verdeeld.

Dat was de theorie. In de praktijk ging het erom, hoe ver de legers van de aanstaande overwinnaars vóór de Duitse capitulatie nog zouden komen. Waar de militairen heersten, zou hún politieke systeem worden ingevoerd.

In de eerste jaren na de grote overwinning volgde de langzame ontdekking van de nieuwe, rauwe politieke werkelijkheid. Berlijn lag in het midden van de Sovjet-zone. In 1948 blokkeerde het Rode Leger de toegangsweg tot het geallieerde deel van de voormalige hoofdstad. Er waren plannen om de blokkade met tanks te doorbreken, maar tenslotte gingen de Amerikanen niet op de provocatie in en beantwoordden de krachtproef door het instellen van een luchtbrug. Alles wat de miljoenenstad nodig had, werd per vliegtuig aangevoerd.

In hetzelfde jaar verdween Tsjechoslowakije via een staatsgreep achter het IJzeren Gordijn. Semi-democratische regeringen in de andere Oosteuropese landen werden door middel van de 'salamitactiek', schijfje na schijfje, tot stalinistische omgevormd. In alle Oosteuropese hoofdsteden werden processen tegen 'verraders en volksvijanden' gevoerd, die vaak met de executie eindigden. Het stalinistisch schrikbewind consolideerde zich.

Tot 1949 was Amerika de enige macht met de atoombom. Toen, tot verbijstering van het vrije Westen, lieten de Russen hun eerste kernwapen ontploffen. Aan de Amerikaanse illusie van onaantastbare technische en wetenschappelijke superioriteit was plotseling een einde gekomen. Spionnen werden ontmaskerd. Het Westen besefte dat het opnieuw moest mobiliseren. Ook in 1949 is de NAVO opgericht.

Het nieuws bleef slecht. In 1950 brak de Koreaanse oorlog uit. In de daarop volgende tien jaar kreeg de Koude Oorlog zijn grimmige vorm. Een paar jaartallen: 1953, de Berlijnse opstand wordt neergeslagen. 1956, nadat Nikita Chroesjtsjov in een geheime toespraak Stalin heeft 'afgezworen', vatten in Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije arbeiders moed en intellectuelen komen in verzet. In oktober en november van dat jaar komen de Hongaren in opstand waarna Boedapest door het Rode Leger wordt heroverd. 1957, de Sovjet-Unie lanceert de Spoetnik, de eerste aardsatelliet. Intussen heeft in Washington senator Joseph McCarthy ontdekt dat de vijand binnen de muren huist. Er volgt een heksenjacht tegen (vermeende) communisten. Een buitengewoon slecht jaar voor het Westen is 1961. Om de stroom van vluchtelingen uit de ddr via Berlijn te stuiten, wordt op 13 augustus met de bouw van de Muur begonnen. En op 30 oktober laten de Russen op Nova Zembla hun Tsar Bomba, een waterstofbom van 100 megaton ontploffen. Een helse machine, acht meter lang, met een diameter van twee meter.

De vrede tussen de blokken werd bewaard dankzij de deterrence, de wederzijdse afschrikking door de atoombom. Niettemin kwam de kernoorlog binnen het voorstellingsvermogen. Thinking about the Unthinkable is de titel van het boek van Herman Kahn, de Carl von Clausewitz van deze periode. Het boek is verschenen in 1962. Tot de afschrikking hoort een zo goed mogelijke bescherming van het eigen gebied. Al in 1952 werd in Nederland de organisatie Bescherming Bevolking opgericht, de bb die op haar hoogtepunt op 160.000 vrijwilligers kon rekenen. 'Atoomgevaar? Dan zeker bb!', luidde de slagzin. Een goede raad van de bb was, bij het uitbreken van de kernoorlog de ramen wit te verven, om de kracht van de atoomflits bij de explosie te keren. Harry Mulisch schreef in 1961 zijn satirische Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf tijdens de jongste dag.

Overal in het Westen namen de overheden maatregelen. Er werden uitkijktorens gebouwd, bunkers waarin regering en opperbevel zo veilig mogelijk zouden zijn. Herman Kahn bedacht een nieuw begrip, mad, afkorting van Mutual Assured Destruction: een gigantische waterstofbom met een ontsteking die automatisch in werking zou worden gesteld bij een aanval en door de explosie de aarde praktisch onbewoonbaar zou maken. mad inspireerde Stanley Kubrick tot de film Dr. Strangelove or: How I stopped worrying and learned to love the Bomb. In het heetst van de Koude Oorlog hoorde nieuws over de wapenwedloop tot het dagelijks leven; wat niet betekende dat het dagelijks leven daardoor werd verstoord. Zoals in iedere oorlog wordt bewezen, is de mens bereid tot het uiterste vast te houden aan regelmaat. In het Westen kostte dat geen moeite. De welvaart bleef stijgen, de individuele vrijheid van de burger werd niet bedreigd.

Heel anders was het aan de andere kant van het IJzeren Gordijn. Telkens als ik de grensovergang maakte, had ik het gevoel dat ik enigszins terug was in de 'echte' oorlog, d.w.z. die van 1940-45. Welvaart heeft zijn eigen geuren. Daar, aan de andere kant, rook het naar distributie, armoede. De overheid, beambten, politie, alles wat een officiële pet op had, deed me op mijn hoede zijn. Vrienden in Oost-Berlijn, Warschau en Moskou gedroegen zich in mijn gezelschap met een ondefinieerbare voorzichtigheid; gedempt. En op straat was het onvermijdelijk dat je van tijd tot tijd werd geconfronteerd met een groot bord waarop je werd verzekerd dat het arbeidersparadijs de beste samenleving op aarde was.

De DDR was, net als de Bondsrepubliek, potentieel frontgebied. Daar waren dus op geheime plaatsen Sovjet-troepen gelegerd. Na de val van de Muur zijn ze vertrokken, met achterlating van alles. Op de schietbanen liggen de hulzen van de verschoten munitie. Er staat een doorzeefde tank. In het hospitaal het medisch gereedschap. Een kamer in een kazerne, waar de oorspronkelijke bewoners hun aangebakken koffiekoppen hebben achtergelaten. Een oorlogsmonument met een mig, de eertijds gevreesde straaljager.

Resten van de Koude Oorlog. Geen gigantische verdedigingswerken als bij andere oorlogen. Een kale kamer in een gevangenis van de Stasi, de Oostduitse geheime politie waarvan we nu aannemen dat die nog grondiger tewerk ging dan de Gestapo. En verder roest, rotzooi en gemutileerde standbeelden. Veertig jaar van een grotendeels geweldloze wereldworsteling waaraan in 1989 een eind is gekomen, met de roemloze ondergang van de tot nu toe best georganiseerde dictatuur.

Martin Roemers is fotograaf.

H. J. A. Hofland is columnist en vaste medewerker van NRC Handelsblad.