Het goddelijke zwijgen van Kate Moss

Rondom de winnaar van de tv-show Holland’s Next Topmodel hangt een taalruis. Een echt topmodel is juist stil, vindt Joost Zwagerman

Sanne, winnares van Holland’s Next Topmodel, is te zien op abri’s en in glossy’s. De taxatie in onze blikken zal anders van aard zijn dan bij het zien van ‘normale’ modellen. Gewoonlijk vergapen wij ons aan de beeltenis van het model, zonder dat onze blik wordt verstoord door noties van wedijver en kansspel. De wedloop van Holland’s Next Topmodel is ten einde, maar wij blijven het uiterlijk van de winnares associëren met vragen die je stelt bij het aanschouwen van afvalraces en kampioenschappen. Buiten de grenzen van het spel blijft Sanne een pion op een schaak- en spelbord. Hoe brengt ze het er van af, op deze eerste echte fotoshoots? Is het een plusje, een minnetje, gaat ze met de hakken over de sloot?

Laat ik het op z’n postmoderns zeggen: de beeltenis van fotomodel Sanne laat zich niet promoveren tot een autonoom teken in het visuele veld. Rondom haar posterportret dat de abri’s siert, kringelt blijvend een wolk van taalruis. In alle afleveringen van Holland’s Next topmodel hebben we Sanne en haar rivalen Stefanie en Daisy en al die anderen horen kletsen, hakkelen, giechelen, klagen en op z’n tijd ook snauwen. Die ruis is niet weg te denken bij het zien van het abri-affiche en de toekomstige shoots. Sanne was in de reality-show een deelneemster om wie de makers een verhaal gaandeweg een verhaal konden spinnen. Dat verhaal is over haar verschijning heen geschoven, precies zoals in soaps en reality-programma’s alle personages loodspoppetjes zijn voor verhalen en intriges. Hun beeltenis staat in dienst van het verhaal.

Een fotomodel kan en mag nu juist geen loodspoppetje zijn. Ze wordt geacht geen verhaal en geen intrige van zichzelf te representeren, omdat zij zich ondergeschikt moet maken aan het verhaal van het product dat tot ons moet komen. In een reclame voor het nieuwste parfum van Calvin Klein moet, zeg, Heidi Klum inzetbaar zijn voor het verhaal dat het parfum ons belooft. Met het parfum schaffen we immers de suggestie aan van een verháál waarin wij idealiter vervolgens zelf in gaan figureren. Als we een Calvin Klein-produkt kopen, oefenen we invloed uit op het verhaal van ons leven – althans, zo wil de commercie het ons doen geloven. Een fotomodel met een verhaal van zichzelf ondermijnt die belofte.

De magie van het topmodel bestaat bij de gratie van het zwijgen. Het fotomodel is beeld, geen taal. Zij hult zich in een ring van stilte teneinde haar beeltenis van sfinx niet te beschadigen. Zou zij spreken, dan gaat de ongenaakbaarheid van haar beeltenis aan gruzelementen. Wij kunnen al onze verlangens, fantasieën en verhalen op haar projecteren in de zekerheid dat de toverspreuken van onze projecties niet zullen worden weerlegd of weersproken door het object dat ons die verhalen ontlokt. Met die verhalen richten wij het woord tot haar, zoals gelovigen het woord tot God richten. Net als de echte God praten deze aspirantgodinnen nooit terug. Hun zwijgen is totaal en absoluut, waardoor zij zich verheffen boven goed en kwaad, ja en nee, verlangen en verstoting.

Zo was het ooit, in dat verre tijdperk dat modellen nog in staat waren hun snater te houden. Als ik het me goed herinner, werd de muur tussen zwijgen en spreken begin jaren negentig geslecht, toen MTV het programma A Model Conversation uitzond, een talkshow met louter supermodellen uit die tijd: Linda Evangelista, Iman, Cindy Crawford en Naomi Campbell. A Model Conversation veroorzaakte een kleine schokgolf. Rondom een klassieke salontafel brachten deze tot icoon gestolde superwezens een doordeweeks soort geklets en geteutebel voort, met als gevolg dat in één klap hun ongenaakbaarheid verpulverde. Van godinnen devalueerden zij tot idolen – wat nóg een hele status was, daar niet van. Maar toch: de godin vermag meer dan het idool.

Er is er éen die de suprematie van het goddelijke zwijgen in ere houdt, en dat is Kate Moss. Interviews met Moss zijn uiterst zeldzaam; áls zij al spreekt, dan beperkt zij zich tot een ‘fuck you’, bestemd voor paperazzi die haar stalken. In haar enigmatisch zwijgen schuilt onmiskenbaar haar status van ongenaakbaarheid. Veelgenoteerde zinnen over haar schonkige knieën, kromme benen, te ver uitstaande ogen en iets te lange voortanden ketsen af op de roerloze siddering van haar etherische beeltenis. Alles op die beeltenis trilt en beeft, en tegelijkertijd lijkt zij altijd van een speciaal voor commercie en glamour ontworpen marmergesteente.

Zelfs op alledaagse snapshots waarop zij zich onopgemaakt en ongecamoufleerd toont, torent Kate Moss hoog boven ons uit, want bij Moss heeft het woord nog niet het beeld geschonden. Het gevolg is dat zelfs de polaroids die in The Sun verschenen en die stiekem van haar werden gemaakt toen zij in een muziekstudio wat lijntjes coke consumeerde, er in de kern uitzien als heel geslaagde fotoshoots.

Doordat Kate Moss haar beeltenis nooit door haar eigen verhaal en taal heeft laten saboteren, nodigt zij uit tot allerlei veronderstellingen en wilde ideeën. Die veronderstellingen kunnen spectaculair zijn en soms helemaal de bocht uit vliegen. Een wel erg wilde speculatie trof ik aan in een essay van kunsthistoricus Camiel te Winkel, die het totaal van alle afbeeldingen van Moss vergeleek met het oeuvre van kunstenaar Cindy Sherman. Sherman fotografeert al decennialang zichzelf in allerlei wisselende poses en identiteiten. Ze wisselt van uiterlijk en meet zichzelf allerlei aan vrouwen verbonden typen en stereotypen aan. Door al die metamorfosen morrelt ze aan de ongeschreven codes die gelden zodra vrouwen in de massamedia figureren.

Te Winkel is zo ondersteboven van de verschijning van Kate Moss dat hij haar bijna de autonomie en inventiviteit van een kunstenaar à la Sherman aanmeet. Zo meent hij dat fotografen als Richard Avedon ‘het satirische talent van Kate Moss’ hebben blootgelegd. Te Winkel beweert ook dat Kate Moss misschien ‘minder kritisch is dan Sherman maar wel radicaler’.

Hier worden we even stil van. Wat weet Te Winkel dat wij niet weten? Bezit Kate Moss een geheime agenda aan de hand waarvan zij fotografen en multinationals manipuleert zodra die haar denken in te huren? Zijn Gucci, Chanel, Dolce & Gabbana en Calvin Klein zetstukken in een groter verband dat alleen Kate Moss en misschien later ook toekomstige museumdirecteuren kennen?

Alleen dankzij het feit dat Moss godgelijk zwijgt kan iemand als Camiel te Winkel een soort fashion-theologie bedrijven. In vergelijking met dit soort wilde veronderstellingen rondom de beeltenis van Moss verbleken de vragen die wij stellen over Sanne en haar lieve of kattige rivalen. Er gaapt een afgrond tussen Holland's Next Topmodel en The Worldst First Topgodess. Waar Sanne kletst en babbelt, is de stilte van Kate Moss zo oorverdovend dat iemand als Te Winkel er hypothesen op loslaat die morrelen aan het ontstaan van God, hemel en aarde. Wij kijken naar Moss, die ons ingeeft: eerst was het beeld, en het beeld ben Ik.