Grootscheepse vlucht voor geweld in Irak

Rond vijftigduizend Irakezen ontvluchten elke maand het geweld in hun land. Ze gaan vooral naar familie en vrienden in Syrië en Jordanië. De VN-hulporganisatie UNHCR heeft haar plannen in Irak haastig moeten wijzigen toen ze de exodus opmerkte.

Dat hebben UNHCR-woordvoerders in Genève gisteren meegedeeld. De UNHCR heeft zich in Irak steeds gericht op pogingen, binnenlandse vluchtelingen te helpen met onderdak, voedsel en een voorbereiding op hun terugkeer naar huis. Dat zo veel Irakezen naar het buitenland vluchten, werd pas ontdekt toen men aan de grenzen van Irak ging tellen hoeveel Irakezen zich voor langere tijd naar het buitenland begaven. De UNHCR moet nu een strategie bedenken om deze mensen te helpen. Jordanië meldde gisteren dat per dag duizend Iraakse vluchtelingen aankomen.

Het is voor de UNHCR een probleem deze vluchtelingen te helpen, omdat ze zich in de buurlanden nergens laten registreren en niet naar vluchtelingenkampen gaan, maar ‘verdwijnen’ naar familie en vrienden, lokale gemeenschappen en religieuze groeperingen. In totaal hebben tot nu toe 1,8 miljoen Irakezen het land wegens het geweld verlaten. 1,6 miljoen anderen zijn wel hun woonplaatsen maar niet het land ontvlucht.

In Bagdad meldde de politie gisteren op verschillende plaatsen in de hoofdstad in totaal 56 gefolterde en verminkte lijken te hebben gevonden. Waarschijnlijk gaat het om slachtoffers van sektarisch geweld. Alle lijken waren van mannen tussen 20 en 45 jaar oud, gekleed in burgerkleding en gebonden aan handen en voeten.

De Iraakse minister van Defensie heeft gisteren tot nader order de verloven van alle militairen ingetrokken, naar wordt aangenomen in de verwachting dat de uitspraak in het eerste proces tegen de Iraakse oud-leider Saddam Hussein, morgen, tot geweld kan leiden. Premier Maliki zou ook overwegen zondag een uitgaansverbod in Bagdad uit te vaardigen.

Het eerste proces tegen Saddam en zeven medebeklaagden betreft hun vermeende rol in de dood van 150 shi’ieten in de stad Dujail na een moordaanslag op de toenmalige president in 1982. De meeste shi’ieten hebben opgeroepen tot de doodstraf. Premier Maliki zei vorige maand te verwachten dat „deze criminele tiran wordt geëxecuteerd”, mede omdat dat de wil van Saddams sunnitische volgelingen om hun gewelddadige acties voort te zetten, zou breken. Saddam staat terecht sinds oktober vorig jaar; een tweede proces tegen hem, wegens genocide tegen de Koerden, begon in augustus van dit jaar. De uitspraak van de rechtbank wordt gedaan door een gewone meerderheid van vijf rechters. (Reuters, AFP)