Gouderak – Krimpen aan de Lek

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in de Krimpenerwaard

Er vaart een huis op de Hollandsche IJssel, het waterskiet achter een sleepboot. Ramen heeft het niet, wel indigoblauwe wanden die bedachtzaam kleuren bij het potloodgrijze water. En dan de pont van Gouderak. Die maakt met elk vrachtje in het midden van de rivier een pirouette want hij heeft een serieuze voorkant, hij is geen worm (staart=kop) zoals de meeste van zijn collega’s.

We worden weggeleid van dit wondere water, we gaan het land in. Het polderland, met de lange polderwegen van polderasfalt met polderkraak en polderscheur, recht zo die gaat tussen knotwilgen vol waaihout. Aan beide zijden ligt de weidegrond uitgespreid. Randjes boerenhuis en -bosje perken het af, met nu en dan een torenspits en, verder weg, de godgelijke hijskranen. Hoogspanningsmasten doen de polonaise, ze zijn beschonken, geloof ik.

„De vogels staan al voor je klaar”, wijst man. Er zijn buighalzende reigers langs de sloten, ganzen in het gras, zwanen om de koeien heen. In de sloten drijven klonten veren met kopjes, dat zijn de eenden, ze slapen. Het kroos is bespikkeld met één pingpongbal en met honderden meerkoeten, druk aan de maaltijd en niet te beroerd om een soortgenoot onder te duwen. In het riet stampt er een met een kletsend pootje een nest aan. Woesj! Daar gaan de spreeuwen, afgeschoten door het confettikanon dat blijkbaar in dat elzenbosje verstopt is. Intussen draven tientallen kalveren met stijve knieën voor een tractor uit over het kluitige gras, een stel schapen sputtert erachteraan.

Slootwater ruikt lekker.

Statige druil wordt afgewisseld met zonlicht en er vallen wat speldenprikregenbuitjes. Ik zie een zwarte zwaan, hij poetst zijn veren met zijn rode snavel en reikt omhoog, pas op de plaats met fladderende vleugels. Hij is enorm.

De wind wordt iets sterker, de wangen van man iets roder.

Dit is mooi lopen, met nu weer een lekker rechte grasdijk. Kon dit maar altijd doorgaan. Maar dat kan niet want de route voert het Loetbos door en daarna door de Krimpenerhout. Brave boomverzamelingen met dunne stammen, geen wandelcorvee, dat niet. Maar wel wat al te zorgzaam gebouwde namaaknatuur met zelfbewuste kronkelpaadjes en rustieke planbruggetjes. Grimm for kids. „Fractaalwandelen”, noemt man het. Ik noem het duf. Laat een ander hier zijn heil maar zoeken, geef mij het polderlandschap.

We mogen er even in terug. Weer volgen we de fiere paden door het grasland. Een kikker knort, de weidevogels scatten.

18 km. Kaarten 15, 16, 38 en 37 uit: Oeverloperpad I. Uitg. Wandelplatform-LAW,Amersfoort 2001. Begin- en eindpunt worden verbonden via Autobusstation Krimpen aan den IJssel. Daar rijdt bus nr. 194 van en naar Krimpen aan de Lek (halte Watertoren) en nr. 196 van en naar Gouderak (halte Dorp). Inl. tel 0900 9292 of www.ov-9292.nl.