Fiscus breekt lans voor kunst

Een Musée National Picasso voor Nederland? Wat de fiscus betreft is dat geen enkel probleem. Wie kunst erft kan zijn bezit schenken aan de overheid, in ruil voor een korting op het successierecht, die kan oplopen tot 120 procent.

Wie een erfenis krijgt met daarin een kostbaar kunstwerk of een kunstcollectie kan zich in verschillende opzichten een rijk mens voelen. Die blijdschap kan echter snel omslaan als de financiële consequenties duidelijk worden. De ontvanger is verplicht over zo’n erfenis successierecht aan de fiscus te betalen. Een belasting die kan oplopen tot 68 procent van de waarde, afhankelijk van de familieband met de erflater, en de omvang van de erfenis.

Velen zien zich dan ook genoodzaakt het stuk te verkopen om de successierechten te kunnen voldoen. Maar het kan ook anders. Met een speciale regeling wil de fiscus voorkomen dat stukken van grote cultuur- of kunsthistorische waarde hierdoor bijvoorbeeld naar het buitenland verdwijnen.

De kwijtscheldingsregeling biedt erfgenamen de mogelijkheid een bijzonder kunstvoorwerp over te dragen aan de overheid. Zo blijft het voor de gemeenschap behouden. In de meeste gevallen betekent dit dat het stuk wordt uitgeleend aan een Nederlands museum. De erfgenaam betaalt met de kunst de belasting, de regeling biedt kwijtschelding van het successierecht over 120 procent van de waarde van het kunstwerk. Dus wanneer de waarde van een geërfd schilderij een miljoen euro is en u schenkt dit vervolgens aan de overheid, dan kan over de totale erfenis 1,2 miljoen euro aan successierecht in mindering worden gebracht. Mits de Belastingdienst het belangrijk vindt dat het schilderij voor de gemeenschap behouden blijft.

Een gulle regeling ten opzichte van vergelijkbare regelingen in het buitenland, weet Sigrid Hemels. Zij is fiscalist bij Advocatenkantoor Allen & Overy LLP en doet onderzoek naar de fiscale behandeling van kunst aan de Universiteit Leiden. Hemels: „Het grote voorbeeld voor Nederland is altijd de Franse regeling La dation geweest. Aan die regeling hebben de Fransen onder andere Musée National Picassso te danken.

Na het overlijden van de schilder konden zijn erfgenamen het successierecht voldoen door het werk aan de overheid te schenken. In Frankrijk geldt een vergoeding van het successierecht tot 100 procent van de waarde van het kunstwerk, de vergelijkbare Britse regeling vergoedt eveneens 100 procent.

Hemels weet uit haar praktijk dat in Nederland de bekendheid van de regeling onder de particuliere doelgroep - kunstbezitters en hun nabestaanden - beperkt is.’ Jammer vind ze, er zijn heel veel gepassioneerde verzamelaars in Nederland met mooie collecties.

Ze vermoedt dat de onbekendheid voortkomt uit de beperkte ruchtbaarheid die de overheid er aan geeft. De folder die de regeling toelicht is behoorlijk verstopt op de site van de belastingdienst. Als het aan Hemels ligt gaan de kunstwerken die nu al via de regeling zijn verkregen als uithangbord dienen. Naar Frans en Brits voorbeeld.

„Daar treedt men trots naar buiten met een vermelding bij het kunstwerk en op de website van het museum. De Britse overheid brengt ieder jaar een prachtige boek uit waarin wordt beschreven hoe de kunstwerken zijn verkregen, met achtergrond over de geschiedenis van het werk, de kunstenaar en de eigenaar”.

Hoe anders is het in Nederland. „Ik weet dat het Rijksmuseum Amsterdam via de kwijtscheldingsregeling het bureau van oud-minister-president Drees heeft weten te verkrijgen. Daar zou mooi een wervend effect vanuit kunnen gaan”.

Voorbereidend werk van de kunstbezitter, die voorziet dat de collectie de nabestaanden met een flinke successieheffing achterlaat kan helpen. Toekomstige erflaters kunnen de fiscus op voorhand vragen om toepassing van de kwijtscheldingsregeling voor hun kunst na hun overlijden. Erfgenamen worden dan vrijgesteld van betaling van successiebelasting, onder de voorwaarde dat de kunstvoorwerpen ook na het overlijden nog voldoende belangwekkend zijn. Hemels benadrukt dat er ondanks een intentieverklaring tussen fiscus en erflater geen garanties worden gegeven. „Op het moment van het overlijden wordt er opnieuw naar de kunst gekeken. Het uitgangspunt is daarbij of het op dat moment gaat om een werk waar in de collectie in Nederland behoefte aan is. Dan wordt ook pas duidelijk of er een besparing op het successierecht valt te realiseren”.