Een lakmoesproef in Tennessee

Heel de Verenigde Staten kijkt naar de staat Tennessee: is de afkeer van de GOP zo groot dat een zwarte Democraat in het zuiden een Senaatszetel kan winnen? De impact van de campagne van Harold Ford jr.

„Junior”, zei een van de bekendste sheriffs van Tennessee vorige maand tegen Harold Ford jr. „Ik heb een verrassing voor je.” Het was Terry Ashe, sheriff in een provincie vlakbij Nashville en oud-voorzitter van de raad van hoofdcommissarissen van de staat. Hij vertelde dat hij later die dag een bericht zou uitgeven: Ashe sprak zijn steun uit voor Harold Ford jr.

Het was de zoveelste meevaller in een spectaculaire campagne. De zwarte Democraat Ford werd een half jaar geleden weinig kans toegedicht om de Senaatszetel te winnen die openvalt door het vertrek van Bill Frist, leider van de Republikeinen in de Senaat. Maar Ford (36), door het weekblad People uitgeroepen tot een van de vijftig mooiste mannen van de Verenigde Staten, presenteerde zich als een godvrezende en gematigde Democraat, en groeide uit tot een kanshebber. Vorige maand kwam hij in de peilingen voor het eerst op kop. Sinds de negentiende eeuw vaardigde het zuiden geen zwarte senator meer af naar Washington.

De aandacht groeide toen zich een andere surprise voordeed. Naast het Huis van Afgevaardigden leek volgens peilers zelfs in de Senaat – waar slechts een derde van de leden wordt gekozen – een Democratische machtsovername mogelijk.

Het is een dubbeltje op zijn kant. Volgens alle berekeningen moet Ford winnen om de omwenteling mogelijk te maken. Gevolg was dat de nationale partijbureaus zich intensief met de race gingen bemoeien – wat diepe sporen zou nalaten.

De belangstelling steeg naar een hoogtepunt toen twee weken geleden een andere zwarte Democraat met nieuws kwam. Barack Obama, charismatisch senator uit Illinois, zei dat hij nadenkt over deelname aan de presidentsverkiezingen van 2008. Het werd door links en rechts met gejuich begroet: zelfs een neoconservatief als Charles Krauthammer ontstak in enthousiasme. En volgens de conventional wisdom is de race in Tennessee ook voor Obama een lakmoesproef: zijn de VS veertig jaar na de burgerrechtenbeweging toe aan zwarte politieke leiders?

Dat Terry Ashe in de campagne van Ford verzeilde heeft hem zelf ook verrast. Het draait voor hem om Irak: aan de wand van zijn werkkamer hangen drie Purple Hearts, onderscheidingen voor verwondingen in Vietnam. De herinneringen zijn weer gaan schrijnen: de VS zitten niet meer in Irak voor de Irakezen, ze zitten er voor de president. „Het is een politieke oorlog, net als Vietnam. Een grote, grote, grote schande.”

Dus toen Ashe Harold Ford jr. zag opereren, en rustig maar vastbesloten opponeerde tegen de aanpak in Irak van George W. Bush, sloot hij zich meteen bij zijn campagne aan. Ashe kende de vader van Ford, voormalig lid van het Huis van Afgevaardigden, uit zijn tijd als voorzitter van de raad van hoofdcommissarissen – het contact was makkelijk gelegd.

Ashe is een kind van Tennessee, een boerenzoon met de overtuiging dat wapenbezit goed is voor mensen. „Daar worden ze vredig van.” En het huwelijk is voor een man en een vrouw: homo’s hebben er geen recht op. In het verleden stemde hij op Nixon, Reagan, Bush sr. en Clinton. Dat Ford Democraat is was voor Ashe geen beletsel. „Hij is gematigd genoeg.”

Harold Ford jr. komt uit een politieke dynastie. Hij groeide op in Washington en zat op een van de duurste privéscholen van het land. Toen zijn vader, verzwakt door corruptieaffaires, zijn zetel in het Huis in 1996 opgaf, nam „junior” hem na een blitzcampagne over – hij studeerde nog rechten. Ford staat bekend om zijn black cool: ook bij de felste aanvallen blijft hij de rust zelve.

Vorige maand nam zijn campagne een vileine wending. Een spotje van het partijbureau van de Republikeinen appelleerde aan oude vooroordelen over gemengde relaties. Ook benadrukte het filmpje het vrijgezellenleven van Ford: er werd een punt van gemaakt dat hij ooit een feestje van Playboy bezocht. Het lag zo gevoelig dat zelfs de tegenstander van Ford – de bijna onzichtbare Bob Corker, een vastgoedmagnaat die een relatief gematigde campagne voert – er afstand van nam. Maar het kwaad was geschied: raciale gevoeligheden waren alsnog in de campagne geslopen.

Het zette alles op zijn kop, zegt Terry Ashe. Hoewel de kandidaten blijven tegenspreken dat ras een thema is, merkte Ashe, die blank is, dat het tegendeel het geval is. „Ik ben vele malen gebeld. Ik wil niet zeggen hoe mensen het me verweten. Maar het kwam erop neer dat ik deze zwarte nooit had mogen steunen.”

Uitgerekend naast zijn zwarte maten in de schuttersputjes van Vietnam leerde Ashe dat hij bevooroordeeld was opgegroeid. Dat dezelfde partij die de oorlog in Irak initieerde, nu deze vooroordelen weer tot leven brengt, is triest, zegt hij. „Heel triest.”

En effectief. Sinds het spotje vorige maand werd geïntroduceerd, vlakte de stijgende lijn van Ford in peilingen af. In sommige polls staat zijn tegenstander nu tien procent voor, in andere gaan ze gelijk op. Wat weinig goeds belooft: een oude wijsheid is dat peilingen voor zwarte kandidaten in het zuiden vijf tot vijftien procent te hoog uitvallen omdat respondenten verhullen dat ze niet op een zwarte willen stemmen.

Dus de plannen van Barack Obama – die veel progressiever is dan Ford – zullen in Tennessee niet aanslaan. „Een zwarte president zou geweldig zijn voor de VS”, zegt de sheriff. „Maar in onze staat is het duidelijk nog te vroeg.”