Een hek eromheen

Honderd keer zoveel recreanten in de natuur als dertig jaar geleden. Nog een bedreiging erbij voor de heidevogels. Rob Bijlsma wil rust in de broedgebieden.

Koos Dijksterhuis

Planken Wambuis is een geliefd recreatieterrein op de Zuidwest-Veluwe. Het is ook een natuurgebied met heide, zand en bos, waar bedreigde broedvogels als nachtzwaluw, tapuit, boomleeuwerik en draaihals het nog volhouden. Eén van de laatste plekken waar duinpiepers standhielden voor Nederland ze een paar jaar geleden kwijtraakte. Van vogelonderzoeker Rob Bijlsma mag Natuurmonumenten er een hek omheen zetten.

De teloorgang van vogels ging de afgelopen dertig jaar gelijk op met de toename aan recreanten. Trof Bijlsma er begin jaren zeventig één, twee wandelaars per dag aan, tegenwoordig zijn dat er honderd keer zoveel. Ook het aantal loslopende honden is exponentieel gestegen. In die dertig jaar zag Bijlsma het aantal duinpiepers afnemen van 7 broedparen naar 0.

Duinpiepers leggen hun eieren op de grond. Hun nesten zijn dus gevoelig voor verstoring door wandelaars en honden. Na een mislukt broedsel wagen ze geen tweede poging en is het broedseizoen mislukt. Het viel Bijlsma op dat andere op de grond broedende vogels als nachtzwaluw en boomleeuwerik zich helemaal of grotendeels uit de opengestelde gebieden terugtrokken. Die vogels vertonen een sterke voorkeur voor gebieden waar geen mensen komen. De boomleeuweriken die nog wel broeden in opengesteld terrein, halen een mager broedsucces: nog geen driekwart van het aantal jongen dat in gesloten gebied wordt gehaald.

illegale wandelaars

Eenderde van het 2100 hectare grote Planken Wambuis is gesloten voor publiek, maar dat houdt wandelaars en hun vrijwel altijd loslopende honden niet langer tegen. Er sjouwen nu evenveel mensen door het gesloten deel als dertig jaar geleden door de opengestelde delen. “Tijdens de 23 jaar van 1968 tot 1990 heb ik twaalf seizoenen meegemaakt waarin ik niemand in het gesloten gebied tegenkwam”, zegt Bijlsma, “sindsdien nooit meer. Ik turfde er in 2005 gemiddeld honderd illegale bezoekers per honderd velduren. Het verdwijnen van duinpiepers en het bijna verdwijnen van nachtzwaluwen toont aan dat alles nodig is om die beesten te beschermen. Een hek eromheen dus, vergroting van het afgesloten gebied en meer toezicht.”

Vergroting van het gesloten gebied lijkt Machiel Bosch, de Planken Wambuis-beheerder van Natuurmonumenten, niet mogelijk. “We hebben de plicht delen open te stellen voor het publiek”, vindt hij. “Anders krijgen we problemen met de subsidiegevers, die openstelling verlangen. En nu al vragen mensen vaak waarom in een deel de toegang wel verboden is. Een hek erom is verschrikkelijk lelijk en het is ook niet nodig. We zetten nu bordjes neer en dat houdt de meeste wandelaars tegen, wat ook wel blijkt uit Bijlsma’s observaties. En al zijn er meer overtreders, in het rustgebied broeden toch nog heel wat nachtzwaluwen en boomleeuweriken. Een overtreder gaat op de bon. Ik zou er wel voor zijn het toezicht te intensiveren.”

Zijn collega Harm Piek ziet meer heil in samenwerking met naburige grondeigenaren, om één groot natuurgebied te organiseren, waarin de afgelegen delen als vanzelf rustig blijven zonder hekken of bordjes. “Want hekken en bordjes trekken stropers en avonturiers aan, terwijl ze de ware natuurliefhebbers juist buitensluiten”, meent hij.

Sinds 1974 houdt Bijlsma in Planken Wambuis de vogelstand bij. Elk zomerhalfjaar loopt hij vijf, zes ronden door het gebied. Hij telt de nesten en controleert hoeveel van de kuikens opgroeien en uitvliegen. Hij weet dat zijn aanwezigheid de vogels verontrust en blijft zo kort mogelijk ter plaatse. Hij noteert alles wat hem opvalt en hem valt altijd van alles op. Zo noteert hij de reacties van vogels op zijn verstoring: hoe lang het duurt voordat een vogel na een verstoring op zijn nest terugkeert en hoe groot de afstand tussen nest en verstoorder daarvoor moet zijn.

Als een duinpieper van het nest werd verjaagd, duurde het na het verdwijnen van de verstoorder gemiddeld vier minuten en vijf seconden voor de vogel terugkeerde. Vaak durft een vogel pas terug te keren als de verstoorder niet alleen op veilige afstand, maar echt helemaal uit het zicht is. En bij een op zondag over de open hei slenterende wandelaar kan dat lang duren. Door de jarenlang systematisch bijgehouden gegevens statistisch te analyseren, kon Bijlsma aantonen dat recreatie vogels bedreigt. Hij publiceerde zijn bevindingen in de laatste editie van De Levende Natuur.

snuffelend

Vele wandelaars heeft hij geobserveerd en hun – meestal onopzettelijke – effect op broedvogels in kaart gebracht. Honden neigen er volgens hem naar snuffelend langs randen te draven. En juist langs de randen van hei en zandverstuiving broeden nachtzwaluw en boomleeuwerik. Ontdekt een hond een nest, dan is dat er geweest.

Bijlsma herinnert zich een nachtzwaluw die er met hangende vleugel vandoor fladderde en zo een hond weglokte. Hij kon het Mosselse Zand vanuit de bosrand overzien en volgde de hond en zijn baasje door de verrekijker. Dat baasje heeft waarschijnlijk niet gemerkt dat hij bespied werd, en evenmin beseft dat zijn hond een vogel van het nest joeg. Dat Mosselse Zand ligt voor de helft in het gesloten gebied en leent zich dus uitstekend voor het vergelijken van gevolgen door recreatie.

Bijlsma geeft recreatie niet alle schuld van de achteruitgang van heidevogels. Hij is de eerste om te erkennen dat er minder geschikt landschap is en dat ook omstandigheden in de overwinteringsgebieden tegenzitten. “Maar dat is reden te meer om die vogels een rustig broedgebied te gunnen”, vindt Bijlsma.