Een doorzetter in extremis

Van borstbeen tot tenen raakte triatleet Marc Herremans (32) vier jaar geleden door een val verlamd. Maar er is genoeg om nog sportieve uitdagingen aan te gaan. Geen tegenslag is te veel.

Marc Herremans: „Ik moet op mijn sterfbed kunnen zeggen: Ik heb eruit gehaald wat er in zat.” Foto Merlin Daleman Mark Herremans, triathleet. Wuurstwezel, Belgi‘. 02-11-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Met ontbloot bovenlijf zit hij aan tafel achter zijn laptop als zijn moeder het bezoek binnenleidt. Marc Herremans kijkt op, grijnst, geeft een hand en gaat door waar hij mee bezig is. Zijn tweede boek moet volgende week af zijn. Hij is druk, zoals hij altijd druk is. Een druk mannetje is hij altijd geweest, van sinds hij een jongen was. Zijn ouders en omgeving moeten gek van zijn bedrijvigheid zijn geworden. Altijd op zoek naar kattenkwaad en avontuur, naar fysieke en mentale grenzen om te overschrijden. De jacht houdt nooit op, ook niet nadat zijn lichaam ruim vier jaar geleden van borstbeen tot tenen bij een val van zijn racefiets verlamd is geraakt en hij zich in een rolstoel of kruipend voortbeweegt. Geen tegenslag is hem te veel.

„Ik moet op mijn sterfbed kunnen zeggen: ik heb er uit gehaald wat er in zat.” Als hij dat aan het einde van het bezoek zegt, met die voortdurende grijns op zijn magere gezicht, worden beelden van de Iron Man weer helder. Het zijn beelden van de helse, jaarlijkse triatlon op Hawaii van twee weken geleden, waarin Herremans na 3,8 kilometer zwemmen (alleen met zijn armen), 180 kilometer fietsen met een handbike en 42 kilometer fietsen in een wheeler (sportrolstoel) als winnaar van de categorie gehandicapten uitgeput in de armen valt van zijn trainer en begeleiders. Het is de aanblik van een stervende die tot leven komt als hij de dood in de ogen heeft gezien. „Ik ben dan altijd helemaal van de planeet. Dan moet ik meteen aan alle infusen, anders is het gedaan.”

Zo diep als vorig jaar is hij dit jaar niet gegaan. Toen moest hij daags na de finish naar het ziekenhuis in Kailua-Kona worden gebracht, omdat geen aansterkende substantie toereikend bleek. Bloedarmoede, zo bleek. „Ik had veel wonden op mijn rug na een val met een stapapparaat. Maar ik voelde ze nooit door mijn verlamming. Het vlees liet weleens los, maar dat krabde ik er dan weer af en ging ik weer gewoon verder. Ik had dood kunnen gaan, maar ik voelde niks en zag niks. Dus ging ik door, zoals ik altijd doe.”

Mad Max – zoals hij zichzelf op zijn website noemt – gaat altijd ‘extreem’. Zoals afgelopen zaterdag tijdens de Hawaii-party in zijn woonplaats Wuustwezel ter ere van zijn overwinning in de Iron Man. „Drinken en feesten, zoiets loopt altijd verkeerd af bij mij.” Hij moest ladderzat naar huis gedragen worden. In normale doen zal hij zich nooit laten dragen. Hij kruipt de trap van het ouderlijk huis op, hij kruipt álle trappen op als er geen lift is, desnoods met een touw; alleen als hij in galakostuum moet laat hij zich dragen.

„Ik heb na mijn ongeluk tegen mijn ouders gezegd: als jullie het huis voor mij moeten aanpassen, ben ik weg.” Hij is er nog steeds, maar binnenkort betrekt hij een woning in zijn dorp. Hij verheugt zich erop. Hij gaat er alleen wonen, want zijn vriendin heeft hem anderhalf jaar geleden verlaten. Niet door zijn handicap, zegt Marc, „maar omdat met een mens als ik moeilijk te leven valt”.

Het is kil in de kamer. Marc Herremans vindt van niet. Hij wrijft over zijn gespierde bovenlijf en zegt dat hij het altijd warm heeft. „Altijd druk, nooit koud.” Hij vertelt maar weer eens over het bijna-fatale ongeval, 28 januari 2002, Lanzarote, Canarische Eilanden. Zonder een spoor van emotie. Het was zoals elke dag tijdens zijn trainingsstage: ’s ochtends een duurloop, dan ontbijt, daarna zes uur fietsen, rusten, dan zwemmen. Hij had er al acht dagen opzitten, 900 kilometer fietsen, honderd kilometer lopen en 35 kilometer zwemmen. De ochtendpols wees al op 32 slagen per minuut: oververmoeidheid. „We hadden een lange fietstraining gepland. Eerst een klim van vijf kilometer, daarna de afdaling. In een flauwe bocht zette ik mijn bidon terug. Ik raakte uit koers, kwam met mijn voorwiel in een greppeltje, vloog over mijn stuur en kwam met mijn rug op een rotspunt terecht. Ik bleef bij bewustzijn, maar ik wist: ik kan niks meer. Ik was verlamd vanaf mijn borst, ik voelde mijn benen niet meer.”

Zijn trainingsmaatje Dirk van Gossum probeerde hem nog hoop in te spreken. Tevergeefs, Marc wist dat het fout zat. In het ziekenhuis werd zijn vermoeden bevestigd: gebroken ruggenwervels, de D5 en de D6, geblokkeerde zenuwbanen in het ruggenmerg, blijvende verlamming. Hij zou nooit meer lopen. De Belgische triatleet die op weg was naar de wereldtop – in 2001 was hij zesde in de Iron Man – was gesloopt. De vrolijke jongen die de schrik van het dorp was, die een onbevreesde paracommando was, een nooit verzakende vrijwillige brandweerman, een extreem gedreven sportman en nooit tegenslag wilde kennen, lag op apegapen. „Sport en avontuur bepaalden altijd mijn leven. Twee dagen lag ik in twijfel, ga ik dood of ga ik niet dood? Wat moet ik verder? De shock duurde maar 48 uur. De derde dag vroeg ik, terwijl ik aan de morfinepomp lag, aan mijn broer of hij twee haltertjes wilde meenemen. Ik werd gek in dat ziekenhuis, al die revaliderende wrakken. Ik was als een kind van acht maanden, kon niets meer, niet naar het toilet, mezelf niet aankleden. Ik werd in een revalidatiebad gezet, ik verzoop bijna, ik die een paar maanden eerder in de oceaan bij Hawaii nog 3,8 kilometer had gezwommen. Ik wilde er weg, ik wilde leven, weer sterk worden. Wat er ook mogelijk was, ik moest vechten. Anderhalve maand later zei ik: ik ga aan de Iron Man meedoen met de gehandicapten zwemmen kan ik wel met mijn armen en in een rolstoel moet ik ook kunnen sporten. ‘Ge zijt zot’, zei iedereen. Mijn hoofd was nog in een shock, mijn lichaam was een wrak en ik zei dat ik weer kampioen wilde worden. Ik wilde weer meer dan mijn lichaam aankon.”

Marc Herremans luistert niet naar zijn lichaam, hij dwingt zijn lichaam naar hem te luisteren. Als hij wil gaan waar niemand gaat, dan gaat hij. „Ik zou depressief worden als ik zou verdikken. Ik moet bewegen. Stel dat de wetenschap binnenkort iets vindt, zoals met stamceltherapie, waardoor ik weer kan lopen, dan moet ik toch klaar zijn. Bovendien zou het leven geen leven zijn als ik niets meer onderneem. Extreme dingen doen, hoort bij mij. Ik heb vroeger weleens mijn kamer dichtgeplakt om zo weinig mogelijk zuurstof naar binnen te krijgen. Zo imiteerde ik een hoogtestage. Ik heb altijd een fakir willen zijn. Ik haalde dingen uit waar mijn moeder nog hartkloppingen van krijgt. Toen ik zestien was, zag ik de film Rocky, toen wist ik: ik moet trainen, ik moet sporten, extreem sporten, van stilte word ik gek.”

Vier maanden na zijn ongeluk maakte hij, gekoppeld aan een andere parachutist, een vrije val vanaf vierduizend meter uit een vliegtuig. Zoals hij dat vroeger als paracommando heel vaak alleen had gedaan. Een half jaar na het ongeluk deed hij mee aan de Iron Man voor gehandicapten. Door een infectie aan zijn urinewegen kwam de start in gevaar. Maar hij moest. Ze hebben hem ziek in de golven gegooid. Na bijna twee uur zwemmen hielpen ze hem doodziek uit het water. Hij mocht niet verder van de artsen. Verdergaan zou zijn dood betekenen. Maar zo ziek als hij was wist hij meteen: ik kom hier terug.

Herremans werd dat jaar in België gekozen tot Sportpersoonlijkheid van het jaar, vóór voetballer Marc Wilmots, tennisster Kim Clijsters, atlete Kim Gevaert en wielrenner Johan Museeuw. Een prijs als schrale troost? „Ik wil ook waardering. Niet dat ik het daarom doe. Maar ik ben nu bekend omdat ik het voorbeeld ben van doorzetten.”

Hij reed vier keer op een dag met zijn handbike de Mont Ventoux op, de laatste keer ’s nachts. Hij beklom op armkracht de duizend meter hoge El Capitán in Yosemite Valley, maar moest de strijd staken wegens materiaalpech. Nog meer heldenverhalen? Marc Herremans vertelt ze allemaal op een van zijn talrijke spreekbeurten, voor kinderen, gehandicapten en zakenlieden. „Ik zeg bij mijn entree tegen die kantoormannen: ‘ga eens zitten, ga nu weer staan. Ziet u, u kunt veel meer dan ik. Ik moet blijven zitten. Hoe zou dat voelen?’ Ik kan door mijn verhalen en foto's mensen motiveren, kinderen vertellen hoe waardevol het leven is en gehandicapten vertellen hoe verschrikkelijk moeilijk het is, maar dat ze niet alleen zijn en dat ze net als ik optimistisch moeten zijn.”

De grijns verdwijnt van zijn gezicht als de kwestie met de ziekteverzekering ter sprake komt. Boos: „Ik ga voor de rechtbank zeggen wat voor dommen ze zijn. Ze willen dat ik mijn uitkering over de laatste vier jaar, 600 euro per maand, terugbetaal omdat ik na mijn verlamming mijn beroep heb opgepakt zonder de desbetreffende arts op de hoogte te stellen. Mijn beroep? Ik verdien geen cent met mijn sport. Het kost me geld. Ik heb sponsors om onkosten te dekken. Vier jaar heb ik niemand gezien. Nu krijg ik brieven dat ik moet betalen. Maar ze motiveren me wel om door te gaan met leven.”

Aan de Iron Man zal hij niet meer meedoen. Die uitdaging heeft hij gehad: na 10 uur, 53 minuten en 29 seconden rolde hij twee weken geleden over de finish. Er is nog veel meer in het leven om te overwinnen. Weer El Capitán beklimmen, nu tot aan de top. Verder werken aan zijn stichting To Walk Again, om geld in te zamelen voor onderzoek naar ruggenmergletsels en om sportbeoefening bij mensen in een rolstoel te stimuleren. Over mentale steun en sponsoring hoeft hij niet te klagen. Klagen? „Ik klagen? Ik denk soms: er moet iets zijn. Hoe komt het dat ik alles overleef, dat ik zo sterk ben en dat ik mensen motiveer? Stuurt iemand mij? Ben ik gezonden? Ik krijg e-mails alsof ik een engel ben, terwijl ik toch een gewone boerenjongen ben.”

Hij ziet mensen om zich heen veranderen. „Zoals mijn broer, van wie ik eens een emotionele brief heb gekregen. Hij heeft aan mijn bed gestaan, me zien terugvechten en doorvechten. Hij is veranderd in een positieve, gevoelige, lieve man, voor iedereen. Als ik het moeilijk heb, kijk ik terug op de mooie momenten. Je leeft maar één keer. Naar boeken heb ik nooit omgekeken. Een boek lezen om slim te worden of dingen te leren? Léven moet je. Daar leer je van. Nike wilde een fotoserie van mij maken. Ik moest vies kijken, want dat gaf meer drama. Ik zei: ‘doe ik niet, ik lach, want ik hou van het leven.’ Ik ben nu aan mijn derde leven begonnen. En het zal weer de moeite waard zijn. Ik kan het aan. En als ik de put zit, is er nu een ketting van mensen die mij eruit trekt.”