Digitaal treiteren

Pesten is leuk en zinvol, vindt Tjebbe Tjebbes (18). Je leert ervan om voor jezelf op te komen. Jammer dat internetpesten zo onpersoonlijk is

Tjebbe Tjebbes Spunk-columnist

Ik houd van mensen met een sterke persoonlijkheid. Vrienden, vriendinnen, liefdes, ik verwacht, sterker nog ik eis van ze dat ze stevig in hun schoenen staan. Met zwakke, misselijkmakende slachtoffertypes kan en wil ik me niet inlaten. Op enkele momenten in mijn leven waren confrontaties echter onvermijdelijk. De eerste keer was ik drie jaar oud. „Tjebbe kan beter een paar maanden eerder naar de basisschool want de situatie hier is onhoudbaar”, werd mijn ouders verteld toen ze mij van de crèche afschopten. En sinds dat moment hebben ze mij achtervolgd, de moederskindjes, de huilebalkjes, de leerachterstandjes. „Jouw zoon verpest de sfeer in de hele klas!” kreeg mijn moeder te horen op de allereerste ouderavond van de middelbare school. Waren het de doorgegeven frustraties van mijn oudere, sterkere zussen? Was het verveling? Of misschien zelfbescherming? Het interesseert mij geen hol. Zwakke mensen in mijn omgeving hebben het altijd moeten ontgelden. Dat was leuk. En daar heb ik geen spijt van.

Onderdeel van de evolutietheorie is het idee dat de lichamelijk sterkste of best aangepaste in een soort zal overleven. Simpele natuurwetten stellen dat de sterkste als vanzelf de leider wordt binnen een bepaalde groep. In onze moderne samenleving gaat dat niet meer op. De rationele kracht is nu het belangrijkste. Niet een goed ontwikkelde biceps maar een goed ontwikkelde geest is nodig voor succes. Overeenkomst met de biceps is er wel, want net als met spieren kun je een geest trainen. Een van de belangrijkste plekken om te trainen is op school. Niet alleen het rekenen en schrijven maar vooral de sociale vaardigheden die je leert op school, helpen je de rest van je leven door. Kinderen met weinig van deze vaardigheden of zelfs een totaal gemis daaraan, hebben dus nog veel te leren. Van gepest worden leren kinderen om voor zichzelf op te komen. En die vaardigheid is cruciaal in de keiharde grotemensenwereld. Behalve leuk, is pesten dus ook nog eens zinvol en soms zelfs essentieel voor de ontwikkeling van kinderen.

Met mijn schamele achttien jaren ben ook ik inmiddels door de techniek ingehaald. Internetpesten. Wat een vreselijke uitvinding. Het lukt me niet, ik word totaal niet serieus genomen, niet uitgelachen zelfs. Het digitale treiteren is vreselijk onpersoonlijk. De geur van angstzweet, de diepe rooddoorlopen ogen, de trillerige smeekbedes, ze zijn er niet meer bij. Een simpele ‘deze gebruiker heeft de status offline en kan niet antwoorden’ komt er voor in de plaats. Gevaarlijker nog is dat de echte nerds, van het soort dat op school communiceert in HTML, opeens een gevaarlijk machtsmiddel in handen hebben. Bedenk maar eens dat die contactgestoorde brildrager uit je klas ’s nachts jouw computer kraakt, al je huiswerk steelt, vijftien virussen achterlaat en de pc vervolgens helemaal volpropt met behaardemannenporno. Dan is er wat ernstig mis met de verhoudingen.

Stel je voor dat, zoals dat gaat met nieuwe ontwikkelingen, het originele pesten verdwijnt en door de ineffectieve digitale vorm, waarin nerds het voor het zeggen hebben, wordt overgenomen. Een ramp zou het gevolg zijn. Duizenden computerfreaks zullen op school met rust gelaten worden uit angst voor digitale represailles. Hele generaties nooit in het echt gepeste zwakkelingen zullen, als ze eenmaal zijn losgelaten in de grotemensenwereld onmiddellijk levend worden opgegeten. Ik ben daarom vanaf heden de meest gedreven voorstander van de nieuwe SIRE-campagne. Ouders, leraren, slachtoffers en daders, Stop digitaal pesten! Doe het voor de toekomst van onze jeugd.