De waarheid laat zich niet be trappen

De Australische regisseur Jocelyn Moorhouse vertelt in Proof het verhaal van een man die het geluk nadrukkelijk uit de weg gaat.

Wat is dat een gemene titel: Proof. 'Bewijs'. Wie bewijzen eist vertrouwt de boel niet. Wie de boel niet vertrouwt, zal niet gelukkig kunnen zijn.

Met Proof (1991) vertelt de Australische cineaste Jocelyn Moorhouse dan ook het verhaal van een man die het geluk nadrukkelijk uit de weg gaat.

Hij heet Martin, hij is 33 en hij is al 33 jaar blind.

Geluk hoeft hij niet. Geluk associeert hij met zijn moeder. Ongeluk ook. Ze stierf jong. Of loog ze en ging ze helemaal niet dood? Koos ze ervoor 'm te smeren, geneerde ze zich zo voor haar zoontje met zijn blinde ogen dat ze hem maar liever wilde verlaten? Martin heeft redenen om dat te denken. Vrieskoud verfilmt Moorhouse een van zijn herinneringen: een blind blond jongetje in het zwart, omhuld door duister schemerlicht zodat zijn witte gezicht eens zo sterk uitkomt. Hij klopt op een doodkist. 'Hij klinkt leeg,' zegt hij luid, alsof hij iets vaststelt wat hij al wist.

Sindsdien wil Martin de waarheid. Hij wil de hele waarheid, elke dag opnieuw wil hij alleen maar de waarheid. Voor iemand die niet kan zien is dat streven complexer dan voor een ander. En dus vergaart hij bewijzen voor alles wat zijn pad kruist. Gebeurt hem iets dan zet hij een camera voor zijn blinde ogen en maakt hij een foto. Die foto's laat hij afdrukken en door iemand bekijken en beschrijven. Maar werkelijk bewijs bestaat niet, want hij vertrouwt niemand, dat had hij met zichzelf afgesproken.

Martin bezit een bewijs of zijn moeder een leugenares was of niet: de allereerste foto die hij ooit maakte. Om die te checken heeft hij iemand nodig die hij, jawel blindelings, vertrouwt. En zulk vertrouwen heeft hij zichzelf dus verboden.

In die vicieuze cirkel had hij kunnen blijven wervelen, arrogant en ongenaakbaar, als niet Andy zijn pad had gekruist. Andy is afwasser in de locale pizzeria, stoer en geinig, een sympathieke flodderaar. Andy beschrijft Martins foto's voor hem. Dat doet hij goed en hij wil het best vaker doen.

'Je moet nooit tegen me liegen,' zegt Martin. Andy kijkt verbaasd zoals alleen een jongen als hij verbaasd kan kijken: 'Waarom zou ik dat doen?'

Ja, waarom. Daar komt hij gauw genoeg achter.

Maar eerst worden ze vrienden, deze twee. Echte vrienden, sinds ze na een hilarisch misverstand samen bij een vechtpartij betrokken raakten en samen de politie iets op de mouw speldden. Samen kwamen ze weg met een kolossale smoes, om vervolgens samen dubbel te slaan in een niet te stuiten slappe lach.

Vlees en bloed

Moorhouse regisseerde nauwkeurig haar acteurs Hugo Weaving (Martin) en Russell Crowe (Andy). Inmiddels zijn zij Hollywoodsterren van formaat en voor het oog van de wereld Amerikaans. In 1991 waren ze jong en Australisch (alhoewel geboren in respectievelijk Nigeria en Nieuw-Zeeland), en konden ze zich de subtiliteiten en psychologische verfijningen permitteren waarmee acteurs personages aanraakbaar maken, types van vlees en bloed en mens.

Je ziet ze en je beseft hoezeer je het ze gunt, die vriendschap. Tegelijk wrijft Jocelyn Moorhouse je in dat deze jongens allebei eenzame krijgers zijn. Ze hebben zich hun leven lang strategisch op de vlakte gehouden wat hun gevoel betreft, de een door te zwijgen, de ander door de pias uit te hangen. En nu is het maar de vraag of ze het aankunnen, vriendschap.

Proof is een psychologische film met allerlei lagen, maar hij is meer.

Let op de huishoudster van Martin vanaf het moment dat ze haar entree maakt. In die net niet mooie vrouw gaat een hedendaagse heks schuil. Geil, onvervuld en vol wrok is ze, omdat ze eenzaam 30 werd en 'geen meisje meer is maar een vrouw'. Dat haar dat is overkomen zal iedereen berouwen, vooral Martin. Je kunt stellen dat Proof zijn scherpte ontleent aan zijn vrouwenhaat. Daarna kun je je afvragen of daar iets aan te doen zou zijn zonder de film te beschadigen. En dan moet je concluderen: integendeel, die vrouwenhaat is noodzakelijk. Die dwingt deze film diep te graven in de onderlinge verhoudingen. Zonder was het een week gevalletje geworden over een mannenvriendschap met hindernissen.

Moorhouse zet in op de ogen van de vrouw: donkere vochtige plasjes die elke situatie beheersen en die weten dat de andere partij dat ook weet. Haar bewegingen en reacties zijn steeds met een fractie vertraagd, behoudens soms een bliksemende actie, waar de camera van lijkt te schrikken. Zo is zij, zo is een slang.

Welbeschouwd is de vrouw een stalker. Ze wil Martin hebben, ze heeft hem in haar macht en dus is hij van haar, meent ze. Ze treitert hem om zijn aandacht te vangen, ze houdt hem verstrikt in een sadistisch spel van wederzijdse vernedering waar hij tegen wil en dank keurig zijn rol in vervult. Maar er is ook een andere kant: ze schenkt hem een weergaloze ervaring door hem mee te nemen naar een symfonie van Beethoven. Vervolgens verkracht ze hem bijna, in een beheerst barre scène die ik nooit eerder op deze manier zag, maar wel vele malen met de vrouw als slachtoffer en de man als dader - razend knap door Moorhouse in beeld gebracht via een vooroverbuigende naakte vrouwenrug.

Horror

En daarmee zitten we op het terrein van de horror. Er vloeit geen druppel bloed, er is geen mes of cirkelzaag, deze film gaat over iets griezeligers dan gefantaseerd geweld. Proof wordt begeesterd door de horror van alledag. Het is de reële horror die deze vrouw deze man aandoet. En dan twee mannen, want concurrentie duldt ze niet. Die vriendschap dwarsboomt haar plannen. Kalmpjes ondermijnt ze hem, om te beginnen door Andy inderdaad in zo'n benauwde situatie te manoeuvreren dat hij liegt over een foto van Martin. Ten slotte, als de tijd rijp is en beide mannen murw, zet ze weloverwogen haar hak in hun vriendschap.

Dat is niet het einde van Proof, daarvoor is Moorhouse een te schrander verteller. En vergeet niet, ze is een hartstochtelijk cineaste. Met woordenloze scènes verbeeldt ze hoe iemand als Martin zich weert. Martin weigert zielig zijn. Wordt hij in een restaurant over het hoofd gezien, dan schenkt hij de wijn naast zijn glas, dat zal ze leren zich over hem te ontfermen. Moorhouse verzon hoe de wereld eruit ziet als je blind bent en zo filmde ze haar verhaal: alsof vingers en oren en neus ook ogen zijn. Een serveerster is een rinkelende bedelarmband, bij de dierenarts 'kijkt' Martin langs de rij wachtenden terwijl wij ook uitvergroot horen wat hij 'ziet': een jankende hond, een snorrende poes, een schoen die tegen het linoleum schopt. Hij droomt en wij dromen met hem mee. Hoe droomt een blinde? Zo'n droom bestaat uit wat gevoelige vingertoppen aantreffen.

Verder illustreert Moorhouse dat een blinde wel degelijk zijn gemoedstoestand verraadt met zijn blik, ook al zien zijn ogen niet. In het voorbijgaan raakt ze aan het effect van blindheid op medemensen: als Martin de indruk maakt dat hij kijkt, overschrijdt hij grenzen en breekt meteen de pleuris uit.

Door die filmische aanpak van blindheid realiseren we ons dat de essentiële vraag van Proof, wat is waarheid?, geen antwoord kent. De waarheid glibbert en wringt zich los als een kat die niet wil worden opgetild.

Iedereen liegt. Dat is de waarheid. Maar niet de hele tijd, zo verzekert Andy Martin. Martin vraagt hem hoe hij hem dan ooit kan geloven. Dat kun je niet, zegt Andy.

Maar wij moeten het wel doen, iemand geloven. Want dat is waar het om draait, gelukkig zijn.

Volgende maand begint een nieuwe reeks Italiaanse Klassiekers, een drieluik van films van Ettore Scola: La terrazza, Passione d'amore en Una giornata particolare.

Lezers kunnen deze film bestellen à € 14,95, of de volledige reeks van 3 delen Down Under (films uit Australië en Nieuw-Zeeland) voor € 39,95. Zie de advertentie op pagina 61 en de advertentie die regelmatig in de krant verschijnt, www.nrc.nl/dvd of bel met 010 406 6928.