De prins, de prinses en de politiek

Oranje draait op volle toeren. Ik bedoel niet de mannen van bondscoach Van Basten, ook niet de troepen in Uruzgan, en zelfs niet de drukke agenda van Hare Majesteit en het kroonprinselijk paar, die niets nalieten om de banden met Jordanië en Aus-tralië aan te halen.

De doorbraak zit in de maatschappelijke ontplooiing van leden van het Koninklijk Huis. Prins Willem-Alexander die als voorzitter van de Commissie Water waarschuwt dat we de dijken moeten verhogen, omdat het land anders onderloopt. Pieter van Vollenhoven die er op toeziet dat het Schipholbrandadvies van zijn Onderzoeksraad voor Veiligheid tot de laatste letter aankomt in het overheidsapparaat. Prinses Laurentien die de jury van een van de belangrijkste boekenprijzen voorzit.

Gefeliciteerd. Eindelijk opereren deze werkwillige, positieve, verstandige landgenoten die bovendien familie zijn van het staatshoofd op plekken waar zij hun talenten kunnen ontplooien. Wat prins Claus niet mocht, is hun wel gegeven. Het land eert hem door massaal de das los te knopen. Minder moeilijk doen heeft voordelen.

En toch is dit er eentje in de serie onderwerpen die er toe doen en waar de kiezer vóór 22 november dus niet mee wordt lastiggevallen. De ministeriële verantwoordelijkheid voor het doen en laten van leden van het Koninklijk Huis is geen teddybeer van staatsrechtgeleerden. Zolang we graag willen dat het Huis van Oranje de boel bij elkaar houdt, en de overgrote meerderheid van het Nederlandse volk doet dat, zeker nu de kraamkamer floreert, is het een kwestie van tijd voordat ergens een prins of prinses tussen de raderen van de politiek terechtkomt.

Er is niet zo veel fantasie voor nodig. De Tweede Kamer reageerde geschokt op het alarmerende rapport van de Commissie Water en heeft om veel geld gevraagd en liefst snel. Nog een bezoek van Al Gore, een paar fikse herfststormen en extra hoog water in de Rijn en een nieuw deltaplan is geboren. Tientallen miljarden voor zwaardere dijken. Nederland gaat er voor. En dan.

Stel, over tien jaar is, ondanks een kostenoverschrijding met 300 procent, een doolhof van betonnen muren verrezen – handig, ze dienen tegelijk als geluidsmuren voor snelwegen – maar nieuwe inzichten leren dat de commissie in 2006 de verkeerde alarmbellen deed rinkelen. Het land is helemaal op de schop gegaan, terwijl het goedkoper en met veel minder schade aan wat destijds ‘het landschap’ heette had gekund. Wie leidde de commissie die al die gekte aanjoeg?

Oeps, hij is net zijn moeder opgevolgd. De koning is onschendbaar. Dan maar geen parlementaire enquête? Beetje lastig. Vergezocht?

Een makkelijker voorbeeld. De jury van de Ako Literatuurprijs maakt op een feestelijke bijeenkomst bekend dat Dagboek van een Imam de prijs voor 2009 heeft gewonnen. In het boek, dat naar verluidt is geschreven op basis van afgeluisterde gesprekken van een radicale imam uit Den Haag, wordt beschreven hoe via zogenaamd aangepaste moslims een meerderheid in de gemeenteraad van de hofstad is veroverd. De shari’a, die al is ingevoerd in de Schilderswijk, zal weldra voor de hele stad gelden.

Vooral de details in het boek over de bijna-harem van de imam en het persoonlijke leven van Partij voor de Vrijheidleider Rita Verdonk gaven aanleiding tot heftige verschillen van mening binnen de jury, maar de prinses die de jury voorzit, presenteert de prijs toch aan de (gesluierde) schrijfster, omdat „de authenticiteit van dit nieuwe Nederlandse geluid buiten kijf staat. In een dwingend en soms ontroerend proza schetst [schrijfster] een realiteit die nog niet algemeen wordt onderkend. Een verontrustend maar noodzakelijk boek”. Twee dagen later wordt de schrijfster bij een tramhalte neergestoken; de dader ontkomt op de fiets. In de Tweede Kamer wordt de minister van Cultuur in een spoeddebat ondervraagd over de wijsheid van het toekennen van de belangrijke prijs aan een zo controversieel boek. Zij antwoordt dat zij er niet over gaat.

De werkelijke gebeurtenissen zullen anders zijn, waarschijnlijk gezochter. Waar het om gaat, is dat er een direct verband is tussen de maatschappelijke relevantie van wat leden van het Koninklijk Huis doen en het risico dat zij lopen om verzeild te raken in situaties waarin zij niet thuishoren. Althans zolang we een constitutionele monarchie willen die symbool is van onze eenheid maar niet echt regeert. Want dat deden we zelf.

Welke minister is verantwoordelijkheid voor de veiligheidscampagne van Pieter van Vollenhoven? Hij kreeg dit jaar steeds meer van een rechter van instructie in een Franse politiefilm. Op het bureau nooit helemaal voor vol aangezien, maar ‘le petit juge’ geeft zijn leven aan Het Recht. Hij kent de sluiproutes van de hoge heren. Voor hem telt het lot van mensen zonder stem, degenen die geen vriendjes hebben op het paleis.

Het moet zijn finest hour zijn geweest toen hij vorige maand uit de bezoekersloge van de Tweede Kamer toezag op de verdere onttakeling van het medeplichtig toppersoneel van Justitie, ‘als gast van de Voorzitter’, zoals Kamervoorzitter Weisglas beschermend zei, nadat een CDA-Kamerlid bezwaar had gemaakt tegen het kritisch souffleren van het verzet. Van Vollenhovens rapport had al geleid tot het ontslag van twee ministers. Dat was nog maar het begin.

Stel dat Van Vollenhoven met zijn Raad over een paar jaar vaststelt dat een minister opzettelijk dodelijke informatie over de onveiligheid van aanvliegroutes naar Schiphol heeft verzwegen om de privatisering en de ‘mainportfunctie’ van de nationale luchthaven niet in gevaar te brengen. En de minister-president wist er van. De koningin ziet het bezoek al komen. Wordt het dan tijd dat zij even Apeldoorn belt en haar zwager ontslaat? Of nieuwe verkiezingen uitschrijft, omdat hij pijnlijk maar uitstekend werk heeft gedaan?

Staatsrecht heeft weinig invloed als het niet in een soundbite van veertig seconden kan worden uitgelegd. Daarom doet de onschendbaarheid van de vorst er misschien niet zo toe. Zolang ‘de bladen’ verliefd over Máxima berichten, is het Huis van Oranje veilig. Maar overigens betekent deelname aan het volle bestuurlijke leven onvermijdelijk het gevaar van politieke opspraak. Dat bedreigt het sprookje van de erfelijke geschiktheid. Alternatief: de BV Oranje zelf laten bepalen wat haar grenzen zijn. Kan ook, moeten we de Grondwet even aanpassen.

opklaringen@nrc.nl