De navelstreng van de emigrant

Ik vrees dat wanneer over driehonderd jaar een student, een socioloog of een journalist een studie gaat maken van de migraties binnen Europa rond het jaar 2000 deze een vertekend beeld van zaken krijgt zodra hij mijn kaartenbak licht. Als hij een classicus is zal hij, Woodward en Bernstein indachtig, eerst het digitale archief van ABN Amro bekijken alvorens aan dat van NRC Handelsblad te beginnen. ‘Follow the money’ is dankzij Watergate befaamd en te allen tijde de beste methode om mensen en hun handelen te begrijpen.

Wat vindt de promovendus bij mij? Hij ziet inkomsten (uit columns, artikelen, royalties en lezingen) en zal daar waarschijnlijk uit concluderen dat de schrijver destijds geëmigreerd is omdat het leven in het Oosten van Europa goedkoper was dan in het Westen. Dan ziet hij dat de schrijver op gezette tijden betalingen doet op rekeningen in het land dat hij achter zich heeft gelaten. De onderzoeker wordt nu wakker, want deze betalingen zullen op subtiele wijze inzicht geven in het wel en wee en de emoties van de emigrant die het rijke Westen vaarwel zei. Welke navelstrengen met de eigen cultuur kon hij niet doorsnijden?

Allereerst is daar de halfjaarlijkse betaling aan ene Sanoma in Hoofddorp onder de vermelding ‘Donald Duck’. Dan zijn er maandelijkse betalingen aan de Nationale Postcodeloterij en, misschien wel het ernstigste geval van nalatigheid, maar dat weet die onderzoeker niet, de jaarlijkse betaling voor het lidmaatschap van de Algemene Nederlandse Wielrijders Bond. Dit is dus wat een semi-jonge emigrant die anno 2003 het geluk oostwaarts zocht, aan het oude moederland bond: de ANWB, de Postcodeloterij en Donald Duck.

Ik had mijzelf, ook al ben ik over driehonderd jaar dood, uiteraard graag iets heroïscher gemanifesteerd gezien – de lone wolf die door de wouden van Transsylvanië trekt, huizen bouwt en af en toe een boek schrijft – maar goed, dit is wat uiteindelijk beklijft. De Wielrijdersbond, de Postcodeloterij en Donald Duck. Zo’n onderzoeker zal waarschijnlijk denken: als dit het residu van hun cultuur is, waarom maakten de Nederlanders in die tijd zich dan eigenlijk zo druk om de islam? Als je alle overbodige ballast weghaalt en kijkt naar wat die emigrant op 1400 kilometer afstand, ver achter het Zwarte Woud in het Karpatenbekken, bleef koesteren. De drie pilaren van de Nederlandse cultuur: zekerheid, hebberigheid, amusement.

Voor de goede orde: dat abonnement op de Donald Duck is voor mijn zonen. De voortgaande aflaat naar de Postcodeloterij en de ANWB komt voor tachtig procent uit laksheid voort en voor twintig procent uit de sussende gedachte dat ik er ooit misschien nog eens iets aan heb. Terwijl ik niet eens weet of ik de ANWB (of een van haar zusterorganisaties in de voormalige Dubbelmonarchie) überhaupt kan en mag bellen als ik in die ene ouwe auto met Nederlands kenteken bij Székesfehérvár met kokende motor op de vluchtstrook sta. Of dat de hulp alleen gratis komt als ik lieg dat ik op doorreis ben.

Ook is me niet bekend of ik meedeel in de honderden miljoenen wanneer de hoofdprijs valt op de postcode van de straat waar ik woonde. Ik geloof helemaal niet in loterijen – ik heb me alleen ooit aangemeld omdat in dit soort zaken statistisch onrecht heerst en de kans dat de hoofdprijs valt op een lommerrijke laan in Bloemendaal, waar ik kwam wonen, vele malen groter is dan op een straatje in een achterstandswijk van Kerkrade. Dat de duivel op een grote hoop schijt is een tendens die mondiaal toeneemt. Als die rijke stinkerds achter de Kennemerduinen uitbetaald gaan worden, en nachtenlang de straat uit de slaap houden met het geknal van Chinees siervuurwerk en magnums Moët & Chandon die ontkurkt worden, waarom zou ik dan niet meedelen, in plaats van slapeloos naar het plafond te staren, was mijn opportunistische redenering destijds.

Mijn visie op kansberekening heb ik hier in Hongarije niet herzien, maar die maandelijkse overboekingen irriteren me behoorlijk. Er is een of ander speciaal kaartje nodig, dat je weet ik waar vandaan moet halen, om ze te stoppen. Ik had de bank gebeld en gezegd: „Stop die automatische overschrijving aan de Postcodeloterij.” „Dat kunnen we niet”, was het antwoord. Mijn eigen geld, mijn eigen bank! Dat dit soort laffe trucjes wordt uitgehaald is trouwens wel het bewijs dat die loterij inderdaad vernachelarij is, buiten het feit dat ik, ondanks de statistisch bewezen vele malen grotere kans, nog altijd geen miljoenen gewonnen heb.

Af en toe, in een surreële bui van de loterij, wordt er twee euro naar mijn rekening overgeboekt onder vermelding: ‘Gefeliciteerd met uw lingoprijs.’ Stel je voor! Twee euro. Alsof ‘lingoprijs’ op zich nog niet vernederend genoeg is, nee ‘uw lingoprijs’. Welke idioot dit verzonnen heeft weet ik niet, maar het draagt de vileine minachting in zich van corpsstudenten die decennia terug vanaf het voorbalkon van de sociëteit het volk gloeiendhete stuivers toewierpen.

Maar goed, indien het stopzetten van de overschrijvingen naar de Wielrijdersbond en de loterij bij het afhandelen van de administratie, op bewolkte zondagmiddagen, niet steeds op de stapel met laagste prioriteit terecht kwam, dan zou de Donald Duck de enig financieel zichtbare navelstreng van deze emigrant zijn. Dat zou wellicht passend zijn, gezien hoe je Nederland van een afstand kan beschouwen: als een amusementspark waar de consument zijn vermaak eist en waar Walibi, de Efteling en soapproducenten de overgebleven nationale industrie vormen. Je kan er triest van worden, of heel vrolijk.

jaap@scholten.hu