De menselijke mensen, het vrije, wilde, normale volk

In het derde deel van haar serie beschrijft Maria Stahlie Black Elk, de profeet en mysticus van de Lakota-indianen.

'Zie hoe wreed het voorkomen van de blanken is. Hun lippen zijn dun, hun neuzen scherp, hun gezichten doorploegd en verwrongen door groeven. Hun ogen hebben een spiedende uitdrukking; de blanken zijn altijd ergens op uit. Waar zijn ze op uit? Ze willen altijd iets hébben; ze zijn altijd rusteloos. We begrijpen ze niet.' Toen ik, jaren geleden alweer, tijdens een lange rit in het overweldigende prairielandschap van South Dakota, geregeld tot stilstand kwam om spiedend om me heen te kunnen kijken, was het dit citaat dat keer op keer door mijn hoofd speelde. Het was niet moeilijk om mezelf - hoewel nog grotendeels groefloos - te herkennen in de 'witte mens'-beschrijving die een anonieme Lakota-indiaan een eeuw geleden had gegeven aan een blanke antropoloog. Ik was ergens op uit. Ik, een schrijver van werken van de verbeelding, wilde zien wat de oorspronkelijke bewoners van de prairies in de wereld konden zien. Ik spiedde om me heen. Ik aanschouwde de schoonheid van de tot aan de horizon golvende heuvels die bedekt waren met salie en bleekzilveren, okergele, bruinrode prairiegrassen. Ik had oog voor de grootste hemelkoepel die ik ooit had gezien. En toch zag ik niets. Ik was ziende blind.

In Brieven aan Josine M. zegt Gerard Reve:

'Ik kan alle dingen als symbool zien - hoe kan men ze ooit anders beschouwen?' Hij stelt vast dat hij omringd wordt door symboolblinde mensen, volledig onbekend met de volgende waarheid: 'Onder ideale omstandigheden projekteert de waarlijk mystiek bewogen mens in het ding datgene, dat er reeds door God in is gesymboliseerd, & komen de van God gegeven betekenis & de menselijke projeksie overeen.'

Reves ideale omstandigheden vormden het alfa en omega voor een traditionele cultuur als die van de Lakota-indianen. Hun hele bestaan was erop gericht om deze voor de symbool-ontvankelijke mens ideale omstandigheden levend te houden. In tegenstelling tot wat wij in onze rusteloosheid geneigd zijn te denken kwam dat grondbeginsel voort uit een zuiver monotheïstisch geloof en niet uit een pantheïstische natuurgodsdienst. In tegenstelling tot wat wij met onze smalle lippen geneigd zijn te beweren maakte dat grondbeginsel hun cultuur reflectiever en minder instinctief dan onze beschaving.

Een Indiaan die wilde leven als zijn symbolisch begaafde voorvaderen verkeerde in ideale omstandigheden als hij zijn Chante Ishta (zijn 'eye of the heart'), zijn vermogen tot contemplatie ten volle kon aanspreken. Een wijdopen 'oog van het hart' kon alleen werkelijkheid worden wanneer een mens gezuiverd was van inhaligheid, wanneer hij verlost was van zijn spiedende blik. De gezuiverde staat was voor een indiaan allesbehalve vanzelfsprekend: hij was er op ieder moment van de dag van doordrongen dat hij ten prooi kon vallen aan vrijblijvendheid en aan de aanvechting om, ter ontspanning, de wereld om hem heen voor kennisgeving aan te nemen. Om onvermijdelijke afdwalingen en inzinkingen met zwaar geschut het hoofd te bieden, ontwikkelden de Lakota's in de loop der tijden een aantal complexe rituelen die hen tot grote opofferingsgezindheid moesten brengen. Opgebouwd rond symbolische handelingen en aangekleed met symbolische voorwerpen dienden rituelen als 'de jacht op een visioen', 'de zonnedans' en 'de louteringshut' om - door middel van innerlijke en uiterlijke offers - de geest te zuiveren en 'het oog van het hart' in ere te herstellen.

Een Indiaan in ideale omstandigheden leeft in een wereld die zindert van de betekenissen. Niet alleen eeuwige symbooldragers als de in het oosten opkomende zon, de uit het westen aanstormende donderwolken, de arend, de bizon, de cirkel en de populier staan voor waarheden uit een hogere werkelijkheid maar ook alledaagse attributen en taferelen zijn door Wakan Tanka (God) bezield en dragen geladen verwijzingen in zich. Een Indiaan in ideale omstandigheden is in symbolen gewikkeld als in een deken. Hij raakt niet uitgedacht over het mysterie en de zeggingskracht van de kleuren, geuren en bewegingen om hem heen. De ronde vorm van een drum doordringt hem, per keer dieper en vreemder, van de ontzagwekkendheid van de kosmos... het bezwerende ritme dat opklinkt verwijst linea recta naar de hartenklop in het middelpunt van het universum die al het leven in stand houdt. Een pot boven het vuur... het kokende water komt van een regenwolk en staat - ziet het hartenoog - voor het firmament, het vuur is afkomstig van de zon die alles en iedereen op aarde verwarmt, het vlees in het kokende water vertegenwoordigt alle dieren die zich opofferen opdat de mens kan voortbestaan, de stoom is de levende adem die de aarde met de hemel verbindt. Alles, alles, alles uit de zintuiglijke wereld wordt waarlijk, waarlijk, waarlijk opgetild naar het verheven podium waarop de oorsprong en de bedoeling van de schepping aanschouwelijk blijken te zijn.

In een cultuur die gedragen werd door mensen die ik vanwege hun grote symboolontvankelijkheid als mijn helden beschouw - door mensen die zichzelf tot mijn vreugde 'de menselijke mensen, het vrije, wilde, normale volk' noemden - kon het toch nog voorkomen dat er iemand opstond die boven zijn omgeving uittorende. Zo'n held boven held is in mijn ogen Black Elk (1863-1950), de profeet en mysticus van de Lakota's die tijdens zijn leven de uitroeiing van zijn volk en zijn beschaving moest doorstaan.

Waarom is 'ontzagwekkend' het woord dat ik zonder met mijn ogen te knipperen verbind met Black Elk? Omdat hij op zijn negende een lang en complex visioen ontving dat hem zijn leven lang stof tot denken gaf; omdat hij in de gevechten tegen de blanken een woeste krijger was; omdat hij met een tour de force een antwoord vond op zijn eigen rol in het Indiaanse drama.

Het visioen dat Black Elk als jonge jongen ontving was geen gewoon visioen. Het onderscheidde zich in dichtheid en beeldentaal volkomen van de visioenen waarop vrijwel alle mannen van zijn volk op gezette tijden werden onthaald. In het visioen van Black Elk, dat twaalf dagen duurde, werd hem het lot van de Lakota's getoond en werd hem de opdracht gegeven om dit lot te keren en - sterker nog - om de levensboom in de cirkel die werd gevormd door zijn volk weer tot volle bloei te brengen. Het visioen was gevuld met een lading aan symbolen, liederen en heilige teksten die hem moesten helpen de vermogens te ontwikkelen die pasten bij zijn opdracht.

Black Elk was te jong om zijn visioen te bevatten en in daden om te zetten. Hij moest wachten. In de tien wachtjaren die volgden bereikte de inhaligheid van de blanken een kookpunt. Er werd goud aangetroffen in het gebied dat in een verdrag voor eeuwig ('zolang het gras groeit en het water stroomt') aan de Lakota's was toegewezen. Het verdrag werd plompverloren geschonden en in steeds grotere aantallen kwamen de spiedende blikken en de dunne lippen vanuit het oosten de kant van de prairies en de gewijde Indiaanse heuvels op. Er werden hevige gevechten en veldslagen geleverd. Toen Black Elk twaalf was nam hij deel aan de slag bij Little Big Horn, waar de gevierde Generaal Custer de dood vond en zijn symboolblinde leger in het stof moest bijten. Het was de enige grote slag die de Indianen wonnen, zelfs geboren krijgers waren uiteindelijk niet opgewassen tegen het dode gewicht waartegen ze streden, tegen de gekmakende kwantiteit van de blanke bezetters. Tegen de tijd dat Black Elk oud genoeg was om zijn visioen aan te spreken, leefden zijn mensen al in reservaten, waren de bizons uitgemoord (het dier dat met zijn vlees, botten, huid, hoeven en hoorns onmisbaar was in het bestaan van de nomadische Lakota's) en waren nieuwe verdragen ook alweer met voeten getreden. Black Elk's krijgersbloed schreeuwde om wraak en zo kon het gebeuren dat hij rond 1890 naar eigen zeggen een grote fout maakte toen hij zich in woede afwendde van zijn grote visioen en zijn toevlucht nam tot wat hem in een veel simpeler visioen was onthuld. Hij zag de massaslachting bij Wounded Knee - de doodsteek voor de Lakotacultuur - als een drama dat hij had kunnen voorkomen als hij bij zijn inspanningen om zijn grote visioen beter te begrijpen, tot het uiterste was gegaan.

Black Elk heeft nog zestig jaar geleefd na Wounded Knee. Als traditioneel genezer was hij van nut voor zijn gemeenschap, maar die dienstbaarheid was geen schim van de dienstbaarheid waartoe hij in zijn visioen geroepen was. Het lot en het leed van zijn volk heeft hij zichzelf zijn leven lang aangerekend. Toch verloor hij zich niet in zelfhaat of in haat jegens de bezetter. Hij eiste van zichzelf dat hij een onbevooroordeelde visie ontwikkelde op het geloof en de cultuur van de blanke Amerikanen. Het lukte hem om, zonder ook maar een druppel water bij de wijn van zijn eigen geloof te doen, met het oog van zijn hart in beeld te krijgen dat ook andere culturen een cirkel konden vormen waarin de levensboom tot bloei kon komen. Op hoge leeftijd werkte hij als seizoensarbeider mee bij de aardappeloogst. Samen met zijn familie leefde hij in armoede, hij was bijna blind, maar zijn gezicht straalde volgens de mensen om hem heen uit dat zijn Chante Ishta sinds de dagen van zijn jeugd niets aan kracht had ingeboet.

Jaren geleden keek ik in het overweldigende prairielandschap van South Dakota om me heen. Ik was ergens op uit, ik wilde zien wat de Lakota's zagen als ze met hun ontvankelijkheid voor symbolische ladingen de prairie op zich lieten inwerken. Ik aanschouwde de schoonheid van hun wereld maar ik zag niets.

Met het schrijven van dit stuk was ik opnieuw ergens op uit. Ik wilde de voortreffelijkheid van Black Elk bevatten, doorgronden, zien. Ik schreef op wat waar was maar ik stond achter dik glas en was afgesneden van wat ik aanschouwde. De ogen in mijn hoofd waren al spiedend blind, het oog van mijn hart is nog steeds verstoken van licht.

Bronnen: Black Elk Speaks (1932). Zijn levensverhaal opgetekend door John G. Neihardt.

The Sacred Pipe (1953). Black Elk's Account of the Seven Rites of the Oglala Sioux. Recorded and edited by Joseph Epes Brown.

Maria Stahlie is schrijfster. Haar vorige helden waren John Cassavetes en Luigi Boccherini.