DE COOL PEOPLE vs HEZBOLLAH

Beiroet is niet alleen de stad van Hezbollah, maar ook van de 'cool people', die zich vol overgave storten in het hippe uitgaansleven. De oorlog is ook daar als een bom ingeslagen. Gert van Langendonck verhuisde deze zomer naar de Libanese hoofdstad. Heeft Israël de 'cool people' in de armen van Hezbollah gedreven?

Voor de kust van Tripoli, in het noorden van Libanon, ligt een handvol eilandjes. Het zijn niet meer dan rotsen die net boven het water uitsteken. Op zondag trekken de Libanezen massaal in bootjes naar die eilandjes, gewapend met tafels en stoelen, picknickmanden en narguila-waterpijpen. Ze installeren zich dan middenin de Middellandse Zee met een gemak alsof het een grasveld in een stadspark is. Niemand lijkt zich iets aan te trekken van de gigantische olievlek die hier voorbijzwom nadat Israël in juli de elektriciteitscentrale van Jijieh bombardeerde.

Terwijl de watertaxi door de golven klieft, legt Mira, een 26-jarige sunnitische vriendin uit Tripoli, uit hoe het eilandenrijk is opgebouwd. 'Dat is het sunnitische eiland. Dat is het familiale christelijke eiland. En dat daar is het eiland van de cool people. Daar lopen de meisjes in bikini's rond, en wordt er geflikflooid in de grotten.' Zelfs eilandjes in zee zijn in Libanon sektarisch, zo blijkt. Het land kent zeventien officieel erkende sektes; joden en kopten strijden om de 18de plaats. En Mira's cool people vormen in zekere zin de 19de sekte van het land. De cool people hebben geen gewapende militie en ze zijn niet vertegenwoordigd in het parlement (tenminste niet meer sinds de Cederrevolutie van 2005, die een eind maakte aan de Syrische bezetting, verzand raakte in politiek gekibbel.) Maar de cool people vormen in Libanon een behoorlijk grote bevolkingsgroep, eentje die de sektarische en religieuze breuklijnen van het land overstijgt.

Toen ik begin augustus naar Libanon verhuisde, wist ik wel dat Beiroet een reputatie had als de party place bij uitstek in het Midden-Oosten. Maar ik was niet voorbereid op de omvang van dat hippe Beiroet. In de Jordaanse hoofdstad Amman heb je ook Books Café, een tent die zo uit de New Yorkse East Village lijkt weggelopen. Maar je hebt al snel door dat dit het enige café in zijn soort is, en dat het absoluut niets zegt over de Jordaanse samenleving. Maar in Beiroet is genoeg kritische massa voor hele buurten vol met dit soort cafés. En nu de toeristen door de oorlog zijn weggejaagd, zitten die cafés gewoon vol met Libanezen.

Het moge duidelijk zijn: ik woon niet in Dahiyeh, de zuidelijke buitenwijken van Beiroet waar de Partij van God, Hezbollah, heer en meester is, en die deze zomer zijn platgebombardeerd door Israël. Ik woon in de christelijke wijk Achréfieh, pal op de Groene Lijn, de frontlijn tijdens de burgeroorlog. Om de hoek ligt de Rue Monot, de uitgaansbuurt bij uitstek waar het, zo vertelt men mij, voor de oorlog krioelde van de toeristen uit de Golf.

Het is aangenaam wonen in Achréfieh. 's Ochtends koffie met croissants in Bar-Tabac, waarvan de eigenaar mij er voortdurend van probeert te overtuigen dat 'tachtig procent van de Libanezen hoopte dat Israël Hezbollah zou uitroeien.' 's Middags zwemmen op het dak van Les Créneaux aan de overkant van de straat, waar oudere Franssprekende dames hun baantjes komen trekken.

En 's avonds met vrienden naar bars in Gemaizeh die namen dragen als Gauche Caviar, Barbu en Social Club.

Af en toe ga je stappen in clubs als Basement, White, Asia of het legendarische B018, met zijn beroemde schuifdak. B018 is een after hours club: je gaat er niet voor vier uur 's ochtends naartoe. Sinds de oorlog kun je er een katjoesja-shot bestellen. In het weekend wordt het meestal een of andere chique beach club, zoals Oceana, waarvan de Libanezen graag zeggen dat je er tegen de avond geen drankje meer hoeft te bestellen omdat het zwembadwater dan puur uit wodka bestaat.

Je zou bijna vergeten dat hier pas een oorlog heeft plaatsgevonden die meer dan duizend slachtoffers heeft geëist en naar schatting 3,6 miljard dollar materiële schade heeft aangericht. Bijna, want om bij Oceana te komen moet je in de file staan bij de kapotte bruggen, en passeer je kunstmatige afvalbergen die zijn ontstaan nadat Jihad al-Bina'a, Hezbollahs eigen bouwfirma, hier het puin van de flatgebouwen van Dahiye dumpte.

Hedonisme

Beiroet roept vragen op. Behoort dit hedonistische Beiroet tot de Arabische wereld of juist niet? Zo niet, hoe komt het dan dat Arabieren uit veel strenger islamitische landen, zoals Saoedi-Arabië of de Golfstaten, zo graag naar Libanon komen? Is dit Beiroet een imitatie van een westerse levensstijl, of is het een eigen invulling daarvan? En zijn bikini's, alcohol en electro-clubs in een Arabische hoofdstad een teken van vooruitgang of van westers cultuurimperialisme? Maar vooral: hoe kunnen in één en dezelfde stad Hezbollah én de Rue Monot naast elkaar bestaan?

Dat is niet altijd makkelijk. 'Waarom moest ze nu zonodig hierlangs rijden?', roept Cynthia Daher, een 26-jarige marketing manager. We zijn met een stel vrienden op weg naar Tyrus in het zuiden voor een dagje strand.

De auto voor ons heeft besloten om dwars door Dahiyeh te rijden, in plaats van de snelweg te nemen. Cynthia komt niet graag in Dahiyeh. Onlangs belde ze mij op.

Of ik wilde meerijden naar de luchthaven om een vriend op te halen? 'Ik ben bang om autopech te krijgen en helemaal alleen in Dahiyeh te stranden', zei ze. Voor Cynthia is het heel simpel: 'Ik haat hen en zij haten mij, en we weten dat allebei heel goed.' Hezbollah, zegt Cynthia, 'is een bedreiging voor mijn manier van leven.'

Strikt genomen is dat niet waar. Hezbollah mag dan ooit de islamistische republiek Libanon ten doel hebben gehad, vandaag de dag lijkt de fundamentalisch shi'itische beweging juist haar best te doen om de andere sektes in Libanon niet voor het hoofd te stoten. Toen begin dit jaar duizenden sunnitische moslims, na de controverse rond de Mohammed-cartoons, een spoor van vernieling trokken door het christelijke Achréfieh, heeft leider Hassan Nasrallah dat streng veroordeeld. Met haar korte zwarte jurkje zou Cynthia in Dahiyeh een gek figuur slaan, maar er zou haar waarschijnlijk niets overkomen.

Cynthia is allesbehalve een christen-extremist - haar vriendje is een sushi (half shi'itisch, half sunnitisch). Maar haar angst voor Dahiyeh is tastbaar, en Israël heeft die angst tijdens de oorlog handig uitgebuit. Het is algemeen bekend dat het Israëlische leger tijdens de laatste oorlog mobiele telefoons in Hezbollah-gebied heeft opgebeld met dreigende boodschappen. Minder bekend is dat ook christenen bestookt werden door de Israëlische call centers.

'Mij hebben ze een keer of vijf gebeld, meestal middenin de nacht', zegt Sandra Dagher (28), eigenares van Espace sd, een van de grootste kunstgaleries in Beiroet. 'De boodschap was telkens dezelfde: Hezbollah is een bedreiging voor jullie levensstijl. Dat was heel akelig omdat je op dat moment inderdaad veel extreme christenen hoorde zeggen dat het een goede zaak zou zijn als Israël voor eens en altijd met Hezbollah zou afrekenen.' Dagher is ervan overtuigd dat Israël een burgeroorlog heeft willen uitlokken in Libanon. 'Het is de verdienste van de Libanezen dat de Israëli's daar niet in geslaagd zijn.'

Not Our War

Op een donderdagavond in Basement, een electro-club in de haven van Beiroet, staan Mayaline Hage en Marc Codsi op het podium, samen de goth/electro/punkrock-groep Lumi. Op 22 juli zouden ze een groot concert geven in de beach club Oceana ten zuiden van Beiroet.

Een buitenlands platenlabel was geïnteresseerd. Het lot besliste anders. Het concert in Basement vanavond is de revanche: hier schreeuwen de cool people van Beiroet uit dat zij ook nog bestaan. Maar er is één nummer dat Lumi die avond niet speelt, het nummer waarop Hage uitschreeuwt: 'It's. Not. Our. Wa-a-ar.'

'Dat nummer hebben we geschreven in de begindagen van de oorlog', zegt Hage later in de Social Club. 'Ik hoorde toen bij diegenen die heel kwaad waren op Hezbollah omdat ze zonder ons iets te vragen een oorlog met Israël hadden uitgelokt.' Hage is zoals veel Libanezen in Frankrijk opgegroeid (schattingen over de Libanese diaspora variëren van vijf tot twintig miljoen, een veelvoud van de amper vier miljoen inwoners van het land). Veel mensen die aan het eind van de burgeroorlog in 1990 emigreerden, zijn de laatste jaren teruggekeerd, en dat droeg bij tot de energie in hippe buurten als Gemaizeh. 'Onze wereld was in volle ontwikkeling', zegt ze. 'Wij droegen op onze manier bij aan het land.

En die wereld was groot genoeg om mijn hele leven te omvatten. Maar in zekere zin leefden we natuurlijk in een zeepbel.'

Toen Hezbollah op 12 juli twee Israëlische soldaten kidnapte, en Israël terugsloeg met een grootschalig offensief tegen Libanon, werd die zeepbel doorgeprikt. 'Wij waren boos omdat wij gedwongen werden te kiezen tussen Israël of Hezbollah. En wij wilden die keuze niet maken. In het begin van de oorlog was ik op een betoging. Het had een apolitieke betoging moeten zijn voor vrede. Maar al na een kwartier begon men 'dood aan de Israëli's' te roepen. Naast mij zei een shi'itisch meisje tegen een journalist dat dit de oorlog van álle Libanezen was. Ik zei toen kwaad: ”Spreek voor jezelf. Mijn oorlog is het niet.” Maar hoe langer de oorlog duurde, hoe barbaarser hij werd en hoe minder de Israëlische bommen gericht leken op het uitschakelen van Hezbollah. Op den duur ben je gewoon bang voor je leven, en dan ga je als vanzelf meehuilen met de meute.'

In die begindagen zette de rockgroep Lumi ook een uitnodiging aan het Israëlische volk op zijn website. 'Kom eens langs', schreef Marc Codsi. 'We kunnen koffie drinken op mijn terras. Ik heb een prachtig uitzicht over Beiroet. Jullie zullen zien dat wij echt niet zo anders zijn dan jullie. Ik zou niets liever willen dan een concert geven in Tel Aviv, en ik ben er zeker van dat Israëlische muzikanten ook graag in Beiroet zouden spelen. Er is hier een groot publiek voor muziek.'

Het was erg teleurstellend dat er zo goed als geen reactie kwam uit Israël, dat op dat moment als één blok achter de oorlog stond. 'Ik laat die boodschap daar staan, ook al is hij achterhaald', zegt Codsi. 'De mensen moeten weten dat er een moment heeft bestaan waarop wij dachten dat solidariteit tussen Tel Aviv en Beiroet mogelijk was.'

Time Out in Cyprus

Bij de redactie van het uit-magazine Time Out Beirut hopen ze dat dat nog altijd mogelijk is. Het was een teken van optimisme dat de stad dit voorjaar zowel een eigen Elle als een eigen Time Out had gekregen.

Kort voor de oorlog was er iets merkwaardigs gebeurd: op een internationale bijeenkomst van Time Out in mei op Cyprus waren de mensen van Time Out Tel Aviv niet weg te slaan van die van Time Out Beirut. 'We stelden vast dat wij veel meer gemeen hadden met de mensen van

Tel Aviv dan met die van New York of Moskou', zegt Sargeant, een Britse die getrouwd is met Time Out-directeur Nehme Abouzeid. 'Als zij van Tel Aviv naar Jeruzalem rijden, komen zij ook in een andere wereld terecht, die van de orthodoxe joden. Een beetje zoals Hezbollah bij ons.'

Je zou ook kunnen zeggen dat de Time Out-mensen meer gemeen hebben met Tel Aviv dan met de inwoners van de Hezbollah-wijk Dahiyeh die een paar kilometer verderop wonen. Time Outs reclamecampagne voor de zomer van 2006 wilde de wereld eraan herinneren dat Beiroet op 'een half uur van Cyprus' ligt (en dus doen vergeten dat het ook maar een half uur van Hezbollah-gebied ligt). Toen op 12 juli de oorlog begon, was dat overbodig geworden. In één klap wist de hele wereld dat Beiroet maar een half uur van Cyprus lag: daar werden immers de tienduizenden westerse vluchtelingen uit Libanon opgevangen.

Wat doet een hoofdredacteur van een blad als Time Out als het opeens oorlog wordt? Ramsay Short trok naar Dahiyeh om de bombardementen te verslaan voor Britse kranten. Hij werd opgepakt en een tijd lang vastgehouden door Hezbollah. 'Het was heavy', zegt hij, 'het ene moment schrijf je over cultuur en entertainment, het volgende moment ben je een oorlogsverslaggever.'

Toch bestrijdt Short, op dit moment in Londen in afwachting van de herlancering van Time Out, dat de wereld van Time Out een zeepbel was. 'Het spreekt voor zich dat je in Dahiyeh niet naar de laatste nachtclub moet gaan zoeken. Maar de party scene in Gemaizeh had niets kunstmatig: er was een publiek voor, en dat publiek bestond echt wel voor een groot deel uit moslims.' Nee, zegt Short, 'de zeepbel die is doorgeprikt, is het idee dat Libanon een prachtig land was met een mooie toekomst. We zijn er allemaal aan herinnerd dat dat van de ene dag op de andere fout kan gaan.'

De nieuwe vriendschap met Tel Aviv kreeg alvast een flinke deuk. Bij het begin van de oorlog verklaarde Time Out Tel Aviv zich solidair met de collega's in Beiroet, en hoofdredacteur Amir Ben-David nam de controversiële beslissing om zijn e-mails met Short te publiceren. 'Zijn woorden zijn vol woede, ze zijn ongefilterd en ongecensureerd. Het is geen makkelijk leesvoer voor Israëli's', waarschuwde hij de lezers. 'Dat was heel moedig van hem', zegt Short, 'want Israël stond op dat moment als één man achter de oorlog.'

Maar uiteindelijk bleek het water toch te diep. Time Out Tel Aviv werd overstelpt met boze e-mails en abonnementen werden opgezegd. En hoe langer de oorlog duurde, hoe verder de standpunten van Ben-David en Short uit elkaar groeiden. 'We zijn nog vrienden', zegt Short, 'maar over deze oorlog zullen we het waarschijnlijk niet meer eens worden.' De Time Out-verbroedering in Cyprus lijkt nu een verre herinnering, waarover Amir Ben-David schreef dat 'wij toen allemaal het gevoel hadden dat de gewelddadige fundamentalisten tot het verleden behoorden en de toekomst aan ons was: de Libanezen en Israeli's die vrede en vooruitgang willen.'

Maar dat Tel Aviv en Beiroet verder van elkaar liggen dan ooit, wil nog niet zeggen dat het hippe Gemaizeh en Hezbollah-wijk Dahiyeh daarom dichterbij elkaar zijn gekomen. In een bar in Gemaizeh kun je zomaar een meisje als Chantal tegenkomen: een pas afgestudeerde studente die gedoopt werd in de kathedraal van Harissa, het heiligdom van de maronitische christenen, die onverbloemd zegt dat ze nu 'voor honderd procent achter Hezbollah staat'. Maar je kan er evengoed een meisje als Joumana tegen het lijf lopen, dat de falangisten, de extremistische christelijke militie tijdens de burgeroorlog, wil zien terugkeren en het liefst zou hebben dat 'alle moslims in Libanon werden uitgeroeid'.

Omgekeerd blijven wijken als Achréfieh en Gemaizeh voor veel mensen uit Dahiye een andere planeet. Een collega-journalist nodigde na de oorlog zijn islamitische tolk, die in Dahiye woont, uit in een sushi-restaurant in Achréfieh. De tolk had haar twintigjarige zus meegebracht, die nog nooit in het christelijke stadsdeel was geweest. Die zette grote ogen op. 'Nu begrijp ik waarom de christenen zo tegen de oorlog waren', zei het meisje. 'Zij hebben echt iets te verliezen.'

Roze glitterbloemen

Toch zal er straks ook in Gemaizeh tenminste één portret van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah te bewonderen zijn. Het is de bijdrage van kunstenares Zena El-Khalil aan een groepstentoonstelling over de oorlog in galerie Espace sd. Het toont Nasrallah met een aureool van roze glitterbloemen. 'Ik verwacht felle reacties', zegt El-Khalil (30). 'Sommigen zullen mij kwalijk nemen dat ik Nasrallah verheerlijk, anderen zullen zeggen dat ik de spot met hem drijf. Maar ik heb Nasrallah willen tonen als de 'media super star' die hij tijdens de laatste oorlog is geworden. Of ik hem graag zie of niet doet niet terzake.'

El-Khalil groeide op in West-Afrika maar haar ouderlijk huis staat in Zuid-Libanon en werd tijdens de Israëlische bezetting gebruikt als militaire vesting. Toen het Israëlische leger zich in 2000 terugtrok uit Libanon, was ze Hezbollah dankbaar. Maar El-Khalil is ook een pacifist. Kort voor de oorlog zette ze de ongebruikelijke stap om Hezbollah uit te nodigen op de opening van een kunstinstallatie met de burgeroorlog als thema. Tot haar verbazing kwamen er drie vertegenwoordigers van Hezbollah opdagen.

'Ze waren heel geïnteresseerd in het feit dat de kalasjnikov zo vaak voorkomt in mijn werk. Ze wilden weten wat mijn verhouding was tot die kalasjnikov. Ik heb hen gezegd dat ik tegen geweld ben, maar daar namen ze geen genoegen mee. Als iemand mijn huis binnenviel, dan zou ik mijzelf toch willen verdedigen? Wat als iemand mijn broer voor mijn ogen doodschoot, zou ik dan nog altijd tegen geweld zijn? Ik heb zo snel mogelijk een eind gemaakt aan het gesprek.'

Gert van Langendonck is journalist en werk regelmatig voor M. Hij woont in Beiroet.

'Hezbollah', zegt Cynthia, 'is een bedreiging voor mijn manier van leven.'

'Ik heb Nasrallah willen tonen als de media super star die hij is geworden.'