De campagne mist nog een duidelijk thema

Slechts één keer in de naoorlogse geschiedenis verloor een zittend minister-president de verkiezingen. Het overkwam Biesheuvel (ARP) in 1972. Tegen die achtergrond zijn de kansen van PvdA-leider Bos om te winnen van zittend premier Balkenende (CDA) niet florissant. Bos zelf gebruikt zijn positie als underdog om al het stemvolk ter linker zijde te mobiliseren. Maar ook om zich op voorhand in te dekken tegen een nederlaag. Zo zinspeelde hij na de PvdA-winst bij de gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar regelmatig op zijn aanstaande premierschap. Sinds kort ziet hij onder ogen dat verlies goed mogelijk is: in dat geval wil hij bij een eventuele coalitie van CDA en PvdA in de Kamer blijven om de fractie te leiden. Zover is het nog lang niet: eerst moet de kiezer spreken. En dat weet Balkenende ook. Hij was gisteren voorzichtig: oppassen met het vergelijken van vroegere verkiezingen met de onderhavige, was zijn motto. Immers, de omstandigheden zijn niet meer vergelijkbaar. Het kiezersvolk is ongeduriger dan ooit.

Uit het onderzoek 21minuten.nl van McKinsey, onder meer in samenwerking met deze krant, bleek gisteren hoezeer kiezers op drift zijn. Mogelijk is zelfs bijna de helft van alle kiezers nu nog onzeker over zijn stemkeuze. Andere onderzoeken wijzen in dezelfde richting. Dit betekent dat er veel mogelijk is voor 22 november. Slechts een ding is zeker: de tendens van afnemende loyaliteit aan partijen, die zich sinds 1994 openbaart, zet stevig door.

De vertrouwenscrisis tussen grote delen van het electoraat en de gevestigde macht in Den Haag maakt politici onzeker en krampachtig. De verkiezingscampagne ontbeert daardoor tot nu een duidelijk centraal thema. Daarin had de getergde VVD-leider Rutte gisteravond gelijk. Om te voorkomen dat zij de boot missen, lopen lijsttrekkers steeds alle mogelijke onderwerpen af: van hypotheekrenteaftrek via veiligheid tot sociale zekerheid en weer terug. Bos heeft deze week weer het integratievraagstuk uitgeroepen tot het belangrijkste thema van deze tijd. Eerder deed hij dat al bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Natuurlijk is het mogelijk dat Bos daarmee de aandacht wil afleiden van zijn omstreden AOW-plan. Feit is dat er geen debat over integratie losbarst als niemand de handschoen oppakt. Balkenende deed dat in ieder geval niet gisteravond in het eerste en enige tv-debat dat hij voor de verkiezingen exclusief met Bos voert.

Het is denkbaar dat de resterende dagen tot de verkiezingen alsnog een kwestie opduikt, die katalyserend werkt. Dan gaat het erom welke partij erin slaagt dat onderwerp naar zich toe te trekken en de gunst van kiezer weet te winnen.

Peilingen stuwen intussen de aandacht in de richting van een spannende wedstrijd tussen twee personen. Dat spelletje heet: ‘wie wordt de minister-president?’ De verkiezingen worden gereduceerd tot een ‘titanenstrijd’. Het risico dat de kiezer na 22 november toch geconfronteerd wordt met een coalitie van de twee partijen die niemand wenste, is levensgroot. Dat is dan mede te wijten aan het feit dat Balkenende noch Bos zich op voorhand wenst uit te spreken over het kabinet van zijn voorkeur.