China blijft feesten

Het IMF probeert de Chinese economische expansie in toom te houden, maar de Chinese beleidsmakers luisteren niet. Daarvoor hebben ze veel te veel lol. Het IMF maakt zich zorgen dat de groei met een jaarlijks tempo van 10,5 procent te snel gaat.

Zijn vaderlijke waarschuwingen om de financiële teugels aan te halen zijn aan dovemansoren gericht. China heeft de rente de afgelopen twee jaar met een schamele 54 basispunten verhoogd en heeft de waarde van zijn nationale munt met slechts 5 procent laten stijgen. Dat zal de Chinese economie niet echt afremmen.

De Chinese machthebbers kunnen in alle redelijkheid vragen wat het probleem nu precies is. Een bankencrisis staat niet echt op uitbreken. De regering heeft voor 1 biljoen dollar (1.000 miljard, omgerekend 786 miljard euro) aan buitenlandse valuta achter de hand om in het systeem te pompen, en buitenlanders lijken daar maar al te graag wat van hun eigen geld aan toe te willen voegen.

Toch heeft het IMF uiteindelijk misschien wel een punt. Als er iets mis gaat met de wereldeconomie, of als de Chinese inflatie een rentestijging afdwingt, zal het banksysteem een minder betrouwbare indruk maken.

Het heeft voor minimaal 500 miljard dollar aan oninbare leningen, en waarschijnlijk zelfs voor 1 biljoen dollar – ofwel 40 procent van het bruto binnenlands product van China.

Maar waarom zouden we ons haasten? Het IMF mag dan mompelen dat wachten een probleem van 1 biljoen dollar in een probleem van 1,5 biljoen dollar kan veranderen, maar hé, de economie zal ook groeien hoor.

De rest van de wereld is misschien minder gelukkig met de Chinese groei-explosie. Er moet met goedkope Chinese exporten rekening worden gehouden, om maar te zwijgen van de druk op de grondstoffenprijzen. De omzet van de Chinese auto-industrie stijgt met 22 procent per jaar en bedraagt al 10 procent van het wereldtotaal. Dit draagt ertoe bij dat de prijs van olie en andere grondstoffen hoog blijft.

China zal het IMF waarschijnlijk blijven negeren en geen aandacht schenken aan de hoge grondstoffenprijzen. Er zal iets voor nodig zijn als het inkrimpen van de mondiale liquiditeit om het land tot inkeer te brengen. En intussen blijft het maar feest.

Martin Hutchinson

Amerikaanse productiviteit stokt

Sinds de getuigenis van de vroegere Fed-voorzitter Greenspan voor een Congres-commissie in juli 1997 hebben Wall Street-optimisten steevast op een ‘productiviteitswonder’ gewezen ter rechtvaardiging van aandelenkoersen die ver boven de historische gemiddelden lagen. Dit ‘wonder’ overleefde het uiteenspatten van de beurszeepbel in 2000. Nu de groei van de huizenmarkt trager wordt, lijkt het wonder in een luchtspiegeling te veranderen.

Ironisch genoeg was de toespraak van Greenspan uit 1997 gebaseerd op cijfers die naderhand in neerwaartse richting zijn bijgesteld. Toch was de productiviteitsgroei tussen 1998 en 2004 groter dan die in de voorgaande twee decennia, hoewel hij wel beneden het na-oorlogse gemiddelde bleef. De aanvankelijke stroomversnelling werd eind vorige eeuw veroorzaakt door een investeringsgolf in informatietechnologie.

Recenter heeft de hausse in de huizenbouw de productiviteit een impuls gegeven. Dat lijkt misschien vreemd, omdat het bouwen van nieuwe huizen een typische activiteit uit de ‘oude economie’ is, waarin slechts van trage technologische vooruitgang sprake is. Maar de huizenproductie wordt gemeten door middel van de verkoopprijzen, die de afgelopen jaren uit de pan zijn gerezen.

Bovendien is de productie van makelaars en anderen die van de sterke vastgoedmarkt hebben geprofiteerd, eveneens toegenomen.

De vastgoedsector zit nu in een neerwaartse spiraal, waarbij de huizenprijzen dalen en de winsten van de huizenbouwers klein of negatief zijn.

De kapitaalinvesteringen van het bedrijfsleven blijven ook achter bij het niveau van 1997 en 2000, en lijken niet te zullen aantrekken. Het vooruitzicht van een lage productiviteitsgroei trekt ook de redenen voor de stijgende aandelenkoersen in twijfel. Het ‘wonder’ was een goed verkoopinstrument, msar nu moet Wall Street op zoek naar iets nieuws.

Martin Hutchinson

www.breakingviews.com

Vertaling: Menno Grootveld