Burrell als stoïcijns barpianist

Concert: Dave Burrell. Gehoord : 1/11 Café BIMhuis, Amsterdam. Herh.: t/m 6/11. Aanvang rond middernacht, toegang gratis.

Op zijn cd Live at Caramoor verraadt pianist Dave Burrell (1940) affiniteit met de stijlen van vóór zijn tijd. Vooral de stride piano-stijl, oneerbiedig ‘oem-pa’ genoemd en groot gemaakt door Fats Waller en James P. Johnson, heeft hij zich eigen gemaakt. Die vaardigheid komt hem goed van pas in de rol die hij deze week speelt in het BIMhuis: die van de onverstoorbare barpianist. Een rol die hij net zo serieus neemt als zijn andere: de laatste noot van trompettist Dave Douglas in de zaal is nog niet weggestorven als hij de basnoten voor Round Midnight inzet, de klassieker van Thelonious Monk.

Voor applaus laat hij geen ruimte, met een pet diep over zijn ogen speelt hij een uur lang onafgebroken, zonder bladmuziek of speellijst. Wie luistert hoort een vertrouwde selectie uit ‘The Great American Songbook’. Van April in Paris tot Autumn in New York, van Over the Rainbow tot Blue Moon. Maar wel met een eigen touch: een romantische twinkeling hier, een onverwacht rubato daar.

Een echte barpianist zou het hierna op een zuipen zetten tot hij weer op moet, maar Burrell drinkt een glas water en gaat na vijf minuten opgewekt verder. Meer voor zichzelf dan voor het publiek blijkt, als na de bel voor de laatste ronde iemand het waagt hem om een toegift te vragen. Burrell is even in verwarring, maar straalt vervolgens van oor tot oor; als je iemand blij kan maken met Stella by Starlightdan doe je dat toch als barpianist?