Allah tegen Atatürk

De scheiding tussen kerk en staat veroorzaakt opnieuw spanningen in Turkije.

De serie heet Klassieken uit de Wereldliteratuur. Maar de klassieken zijn wel overgoten met een moslimsausje. Zo roept Pinokkio „dank aan Allah” als hem in zijn turbulente leven iets goeds overkomt. Heidi krijgt te horen dat ze meer tot Allah moet bidden om rust en kalmte te vinden. En een van de personages uit de Drie Musketiers bekeert zich tot de islam en wordt daarna omringd door „mannen van het geloof”.

In Europa wordt gelachen om zo’n vrije interpretatie van het literaire erfgoed. Maar in Turkije leidden de boeken meteen tot een politieke rel. De uitgeverij beweerde dat het ministerie van Onderwijs zijn goedkeuring aan de serie had gegeven. Dus ontploften seculiere Turken van woede. Het ministerie had overigens niet zijn goedkeuring aan de reeks verleend.

De rel tekent de sfeer in Turkije. Zelden waren de politieke tegenstellingen zo scherp als nu. Al sinds 2002, toen de AK-partij van premier Erdogan aan de macht kwam, zijn seculiere Turken op hun hoede. De AK-partij noemt zich tegenwoordig ‘conservatief’. Maar seculiere Turken stelt dit niet gerust. Erdogan begon zijn politieke carrière immers als beschermeling van Necmettin Erbakan, nestor van het Turkse moslimfundamentalisme, die van Turkije volgens seculiere Turken een soort Saoedi-Arabië wilde maken. Erdogan zelf zat enige maanden in de gevangenis omdat hij een opruiend islamitisch gedicht voorlas.

Hoe het seculiere kamp over Erdogan dacht, was vanaf het begin duidelijk. De Turkse krant Star publiceerde enige tijd na de verkiezingen van 2002 een foto van Erdogan met de Afghaanse leider Gulbuddin Hikmatyar, een van de leiders van de jihad in Afghanistan. Erdogan zat aan de voeten van de Afghaanse krijgsheer, een teken in de islam van spirituele onderwerping. „De Taliban zit in de stoel, de premier knielt”, was het onderschrift.

Toen Erdogan de verkiezingen won, waren seculiere Turken geschokt. Maar na eerst te hebben geprotesteerd, hielden ze zich stil. Tot afgelopen mei, toen een rechter in Ankara door een moslimextremist werd vermoord. De rechter maakte deel uit van een seculiere kamer van een bestuursrechtbank die een nieuwe interpretatie gaf aan het verbod op de hoofddoek. Zoals bekend, mag deze in Turkije op ‘officiële’ plekken (universiteiten, ministeries, het parlement) niet gedragen worden. De rechters moesten zich buigen over de zaak van een onderwijsgevende die promotie misliep omdat ze in haar vrije tijd de hoofddoek droeg. De zaak bracht gelovige Turken tot grote woede. De rechters dachten er anders over: een onderwijsgevende moet een voorbeeld zijn voor de leerlingen, niet alleen binnen het schoolgebouw, maar 24 uur per dag. Dus was het terecht dat zij geen promotie kreeg, oordeelde het hof.

Wat de zaak zo explosief maakte, was dat streng gelovige media de rechters met naam en toenaam hadden genoemd. Ook premier Erdogan had de desbetreffende kamer bekritiseerd. En dus haalde het seculiere kamp flink uit: niemand minder dan Erdogan zelf was verantwoordelijk voor de moord.

Hoe hoog de spanning opliep, bleek op de dag van de aanslag. Veel rechters bleven demonstratief weg toen Erdogan de plek van de moord bezocht om zijn medeleven uit te spreken. De dag daarop stroomden de leden van het seculiere establishment naar wat voor hen het heilige der heiligen is: het mausoleum van Atatürk in Ankara. De protestmars was live op de Turkse tv te zien.

Sinds de aanslag zijn de tegenstellingen alleen maar groter geworden. Medewerkers van de staatsomroep TRT protesteerden tegen druk om de islam positief voor te stellen. Seculiere en gelovige Turken bestoken elkaar met rechtszaken. Zo moet een stokoude archeologe zich binnenkort voor de rechter verantwoorden voor haar opvatting dat de hoofddoek, voor gelovige moslims het ultieme symbool van fatsoen, haar oorsprong vindt in seksrituelen van de Soemeriërs.

Ook de seculiere Turken laten zich niet onberoerd. Zij raakten overstuur toen in een boek werd beweerd dat Atatürk als vrouw verkleed het presidentiële paleis in Ankara moest ontvluchten om aan een aanslag te ontkomen. De grote Atatürk, de held van de Republiek, vlucht niet, en zeker niet in vrouwenkleren, vonden zij. Ook dit is inmiddels een zaak voor de rechter.

Zelfs het leger in Turkije heeft de politieke arena weer betreden. Enige jaren geleden, toen Turkije nog ferm op weg leek naar de Europese Unie, stemde het leger in met een rol in de schaduw. Maar die tijd lijkt voorbij. Generaal na generaal laat inmiddels weten dat Turkije een seculiere republiek is en dat er aan dat secularisme niet te tornen valt.

Is de Republiek echt in gevaar? Veel Turken zijn de afgelopen jaren meer terug gaan grijpen op de islam. Turkije is een geloviger land geworden. Televisieshows over de ‘mysteriën’ van het leven zijn razend populair op de Turkse televisie.

Ook staat vast dat een kleine groep Turken radicaliseert. Zo liet de moeder van een jongen die in Trabzon eerder dit jaar een priester neerschoot, weten „trots” te zijn op haar zoon. Tijdens de ramadan vermoordde een groep jongeren een dakloze man, volgens de Turkse media alleen omdat hij niet vastte.

Dat zijn excessen. Volgens opiniepeilingen in de Turkse media is een overgrote meerderheid van de bevolking tevreden met het seculiere bestel. Gelovige Turken willen alleen meer ruimte voor de hoofddoek en religieus onderwijs.

Atatürk zag de islam als een van de voornaamste redenen voor de achterlijkheid van het Ottomaanse Rijk. In het ‘nieuwe’ Turkije moest de islam daarom onder controle worden gehouden. Dus koos Atatürk voor de strenge, Jacobijnse variant van secularisme. Gelovige Turken worden nog steeds met de consequenties geconfronteerd. Meisjes die hun hoofddoek niet willen afdoen, moeten in het buitenland studeren omdat ze hier de universiteitsgebouwen niet in mogen. Mannen met een baard kunnen een baan bij de overheid wel vergeten.

Wat zit er achter deze crisis? Is de oude elite bang haar macht te verliezen. zoals het gelovige parlementslid Resul Tosun beweert? Of is er wel degelijk sprake van een offensief van de islam, zoals het seculiere kamerlid Gülçiçek vreest? Of is er nog een andere verklaring?

Drie jaar geleden was Turkije nog opvallend eensgezind. Iedereen wilde een snelle toetreding tot de Europese Unie. Dat seculiere Turken dat wilden, was vanzelfsprekend. Atatürk zag Turkije als een ‘Europees’ land. Na lidmaatschap van de Unie zou Turkije nooit meer een moslimfundamentalistische staat kunnen worden. Maar ook gelovige moslims waren voorstander van lidmaatschap. Secularisme in Europa, dachten gelovige moslims toen, betekent godsdienstvrijheid. Dus zou na Turkse toetreding het verbod op de hoofddoek worden opgeheven.

Die tijden van consensus zijn voorbij. De Turken beseffen dat de weg naar Brussel lang en moeilijk is en dat Turkije misschien zelfs nooit lid zal worden. Dus zijn de oude breuklijnen in de Turkse maatschappij zichtbaarder dan ooit. Seculiere Turken voelen zich onbegrepen door Europa en kijken naar het leger om hen te beschermen, zeker nu de leuke baantjes naar aanhangers van de AK-partij gaan. Gelovige Turken zien de groeiende islamfobie in Europa en concluderen dat zij alleen zelf hun positie kunnen verbeteren.

Het gevolg is dat Turkije in een diepe identiteitscrisis is geraakt. Wordt Turkije op lange termijn geloviger en zal het meer contacten leggen met de moslimwereld? Of komt het nationalisme in Turkije als winnaar uit de strijd? Niemand weet het. Een ding staat vast: de oude ideologische debatten herleven.