Zeven musea woedend op stichting

Zeven grote musea beschuldigen in een brandbrief de Mondriaan Stichting van willekeur en machtsmisbruik: „Verdeel en heers lijkt het kenmerk.” De musea vinden de stichting „bevoogdend en betuttelend.”

De brief is ondertekend door de directeuren van de grote musea voor moderne kunst: het Stedelijk Museum in Amsterdam, Het Rotterdamse Boijmans van Beuningen, het Gemeentemuseum Den Haag, het Centraal Museum te Utrecht, het Kröller-Müller te Otterlo, het Groninger Museum, en Museum De Pont te Tilburg. De Mondriaan Stichting deelt namens het Rijk subsidies uit aan kunstinstellingen. Aanleiding is de aanstelling van een conservator voor de Biënnale van Venetië, zonder dat de musea daarin zijn geraadpleegd.

De musea vinden dat ze te weinig betrokken worden in de besluiten van de stichting: „Zo bestaat er al jaren lang een breed gevoelde onvrede ten aanzien van de beoordelingen van het subsidiëren van museale aankopen. [...] De gevolgde procedures zijn zo ondoorzichtig of zó bureaucratisch dat de musea van het kastje naar de muur gestuurd worden.”

Wim van Krimpen, directeur van het Gemeentemuseum: „De Mondriaan Stichting is, mede door mij, opgericht om de subsidiëring los te maken van de politiek en deze dichter bij het kunstenveld te brengen. Maar als zo’n stichting alleen als loket dient gaat ze zich een beetje vervelen, en gaat ze macht naar zich toetrekken.”

Van Krimpen: „Directeur Gitta Luiten is helemaal niet geïnteresseerd in kunst, alleen in politiek. Dat blijkt ook uit de onzinnige prijsvraag die ze heeft uitgeschreven waarvoor musea een plan konden indienen voor exposities die allochtonen moesten trekken. Geforceerde aandacht voor allochtonen die ons wordt opgedrongen.”

Gitta Luiten toont zich zeer verbaasd over de brief: „We hadden altijd een halfjaarlijks overleg met de directeuren, maar dat hebben zij eenzijdig opgezegd. De musea willen het liefst dat we gewoon de subsidie overmaken, zonder lastige vragen te stellen. Daar kunnen we niet aan beginnen.”