Waterijs

Bij jou thuis kookt vast je vader of je moeder, maar je kunt het zelf ook. Lekkere gerechten waarbij je mag knoeien. Menno leert je deze week waterijs maken.

Met ijsjes is eigenlijk iets geks aan de hand, en niet alleen omdat ze koud zijn. In allerhande boeken over eten kom je namelijk tegen dat het ijsje een eeuwenoude uitvinding is. De beroemde Italiaanse ontdekkingsreiziger Marco Polo zou het recept ongeveer zevenhonderd jaar geleden vanuit China naar hier hebben gehaald. Maar ze zullen hier toen toch niet zoveel ijs hebben gegeten, want er waren nog helemaal geen ijskasten. Die zijn pas honderd jaar oud, of zo.

Je kón toen wel ijsjes maken, maar alleen met sneeuw en ijs. Dat kan sowieso niet in de zomer, maar alleen in de winter. En in de winter heb je trouwens helemaal geen zin in ijs, want dan is het te koud.

Goed, in de zomer heb je ook wel ijs en sneeuw, maar alleen hoog in de bergen. Nou, probeer maar eens zo’n raket, een magnum of een cornetto koud te houden als je terug komt van de wintersport – in een postkoets.

Wilde je dus toen ijs eten, dan moest je een hele ijsklomp of een bak sneeuw uit de bergen halen. Gek verhaal, hoor.

Maar wat een verschil met nu, nu er ijskasten zijn. IJsjes zijn overal. Tientallen soorten roomijs en waterijs zijn er. Het treurige van dat waterijs is dat er zo weinig smaken van zijn: van licht mierzoet en een beetje chemisch tot heel mierzoet en een beetje chemisch. En allemaal heel slecht voor je melktanden. Dat gaan we hier anders doen.

Voor het maken van roomijs heb je een dure ijsmachine nodig, maar voor waterijs gelukkig niet. Een vriesvak, sapjes, broodbeleg en vormpjes zijn genoeg. Dus:

Waterijsvormpjes – kun je kopen in een winkel voor huishoudelijke artikelen.

Sinaasappelsap, aardbeisap, grapefruitsap, kiwisap – allemaal van de supermarkt.

Chocopasta, hazelnootpasta, appelstroop – ook allemaal van de supermarkt.

We beginnen met een gezonde drietrapsraket. Giet een geel vruchtensapje in het onderste derde gedeelte van de waterijsvorm. Zet dat dan in het vriesvak. Wacht een uurtje tot dit sap bevroren is en giet dan een sapje van een andere kleur er bovenop. Wacht weer een uurtje. Giet dan een sapje erop van wéér een andere kleur en steek daar ook het bijgevoegde ijsstokje in. Wacht nog een uurtje en klaar is je supergezonde waterijs.

En nu een heel ander waterijs. Meng in koffiemokken dat zoete broodbeleg één op één met water. Die chocoladepasta en hazelnootpasta zijn een beetje vettig, dus mengen ze niet zo goed – bij appelstroop heb je daar minder last van. Om dat op te lossen zet je de mokken even in de magnetron, zodat het mengsel warm wordt.

Dan giet je het in de waterijsvorm en laat ze een uurtje bevriezen. Daar kan geen cornetto of magnum tegenop.

Ken jij een leuk recept met pindakaas, hagelslag of een ander broodbeleg? Schrijf het aan: NRC Handelsblad, Postbus 3372,1001 AD Amsterdam of e-mail naar kinderpagina@nrc.nl