Verzekeraars beperken aantal keizersneden

De vereniging van verloskundigen KNOV krijgt van verzekeraars geld om zwangere vrouwen minder vaak door te verwijzen naar het ziekenhuis, bijvoorbeeld bij stuitligging.

Dat staat in een overeenkomst die de vereniging van verloskundigen KNOV in maart 2006 sloot met Zorgverzekeraars Nederland. Het levert de vereniging jaarlijks tot een miljoen euro op.

In het contract zijn de partijen overeengekomen dat verloskundigen vaker zelf baby’s in een stuitligging uitwendig moeten draaien, waardoor het aantal keizersneden in ziekenhuizen zou kunnen dalen. De verzekeraars, die de kosten van de gezondheidszorg financieren, besparen zo veel geld.

Twee jaar geleden heeft het ministerie van Volksgezondheid de subsidie aan wetenschappelijke verenigingen drastisch verminderd. Een woordvoerder van de zorgverzekeraars zegt dat ze toen hebben aangeboden de KNOV te helpen met „de financiering van het kwaliteitsbeleid”. De verzekeraars willen daar, in tegenstelling tot de overheid, „wel wat voor terugzien”.

Voorzitter prof. Jan Nijhuis van de vereniging van gynaecologen NVOG noemt het uitwendig draaien van baby’s in een stuitligging in de verloskundigenpraktijk onveilig. Van baby’s die in een stuit liggen, moet volgens hem eerst door een gynaecoloog worden onderzocht of ze wel gedraaid mogen worden. Hij verwacht dat als verloskundigen op grote schaal zelf uitwendig gaan draaien, er „ongelukken zullen komen”.

Directeur Jos Becker Hoff van de KNOV is het daar niet mee eens. Hij zegt dat bij een stuitligging het risico van uitwendig draaien door de verloskundige kleiner is dan het risico dat een keizersnee met zich meebrengt, „waarop de kans groot is wanneer de verloskundige doorverwijst naar het ziekenhuis”.

Becker Hoff deelt de visie van de verzekeraars dat wat door de verloskundige gedaan kan worden, ook door een verloskundige gedaan moet worden. „Het geld komt ten goede van de vereniging, de verloskundigen staan daar los van.”

Wanneer verloskundigen jaarlijks toch te veel zwangere vrouwen blijken door te verwijzen naar het ziekenhuis, hoeft de KNOV geen geld terug te betalen, maar „dan zullen we wel opnieuw met de zorgverzekeraars om tafel moeten zitten om te zien waar we dan doelmatiger kunnen werken”.