VEB en Unilever dichtbij megaschikking

Unilever zal ontevreden beleggers 325 miljoen euro betalen om hen te compenseren voor geleden schade. De miljoenenschikking vloeit voort uit een conflict over de wijze waarop het was- en voedingsmiddelenconcern de afgelopen jaren overtollig geld aan zijn aandeelhouders uitkeerde.

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) maakte de schikking gistermiddag bekend, maar benadrukte dat het een ‘hoofdlijnenakkoord’ is dat nog goedgekeurd moet worden door de raad van bestuur van Unilever en door de beleggers die de VEB vertegenwoordigt.

Van één niet nader genoemde belegger is bekend dat hij niet akkoord gaat. Hij zal de Ondernemingskamer van het gerechtshof verzoeken wanbeleid vast te stellen om daarna een schadevergoeding via de rechter te eisen. Onderzoekers die in opdracht van de Ondernemingskamer de kwestie rond preferente aandelen bij Unilever onderzochten, kwamen onlangs tot de conclusie dat het concern „gebrekkige voorlichting” heeft gegeven die in strijd is met goed ondernemingsbestuur.

Het conflict heeft te maken met een superdividend dat Unilever in 1999 uitkeerde. Het bedrag van in totaal 6,8 miljard euro werd toen om fiscale en juridische redenen deels uitgekeerd door de uitgifte van speciale preferente aandelen die na vijf jaar zouden kunnen worden omgezet in aandelen Unilever of in contanten. Het concern zou volgens ontevreden beleggers een verkeerde indruk hebben gewekt tegen welke prijs dit zou kunnen gebeuren. Zij vinden dat zij zo voor 422 miljoen euro (exclusief rentelasten en andere kosten) zijn gedupeerd.