Strijd om de multinational

In Nederland gevestigde bedrijven hoeven per 1 januari 2007 niet 29,6 maar 25,5 procent vennootschapsbelasting over hun winst te betalen. Ook in andere landen zien we de tarieven voor winstbelasting dalen, waarom is dat?

Bij lage tarieven van de vennootschapsbelasting zullen bedrijven zich eerder vestigen in Nederland. Dit levert banen op. Daarnaast zijn lage tarieven een lokkertje voor internationaal opererende bedrijven om hun winsten in Nederland te boeken. Multinationals hebben speelruimte om hun winsten daar te boeken waar de tarieven het laagst zijn.

Vooral voor Nederland is dit belangrijk, omdat multinationals een grote rol spelen in onze economie. Deze voordelen zijn natuurlijk kleiner wanneer ook andere landen de tarieven verlagen. Als bovendien de verlaging van de winstbelasting betaald wordt uit een verhoging van andere belastingen, pakt het per saldo niet noodzakelijk beter uit.

Ook onze buurlanden proberen een concurrerend vestigingsklimaat te bieden. Een nieuwe rapport van consultancy bureau KPMG laat zien dat de tarieven in alle lidstaten van de Europese Unie dalen. Het gemiddelde tarief van de vennootschapsbelasting in de EU is de afgelopen tien jaar gedaald van 38 naar 25,8 procent.

Dankzij de daling van het Nederlandse tarief naar 25,5 procent per 1 januari zit Nederland onder het EU-gemiddelde. Binnen de EU heeft Duitsland het hoogste tarief, op de voet gevolgd door Italië en Spanje. Maar Duitsland wil af van deze koppositie. Gisteren kwam de Duitse regering met een plan om het tarief van de vennootschapsbelasting per 2008 te verlagen van 38,7 naar 29,8 procent. Maar het plan voorziet tegelijkertijd in een eind aan de aftrek van rentelasten van de winst. Daardoor zal de effectieve daling van de winstbelasting voor bedrijven veel lager zijn.

In hun verkiezingsprogramma’s laten de meeste politieke partijen de aanstaande tariefverlaging ongemoeid. PvdA, GroenLinks en SP willen het tarief weer verhogen.

ben vollaard

Vragen over Europa kunnen naar europa@nrc.nl