Soedan veroordeeld, maar niemand steekt een hand uit

De internationale gemeenschap heeft haar uiterste best gedaan om in het conflict over Darfur de Soedanese regering aan haar zijde te brengen. In resolutie 1706 van deze zomer wringt de VN-Veiligheidsraad zich in bochten om het Khartoum naar de zin te maken en het regime ervan te overtuigen dat de soevereiniteit van Soedan niet ter discussie staat en op geen enkel moment zal worden aangetast. Dat is geen geringe prestatie tegen de achtergrond van de 200.000doden en circa 2 miljoen ontheemden die het neerslaan van de rebellie in Darfur in de loop van enkele jaren heeft gekost.

De VN hebben haar bereidheid getoond de humanitaire interventie in het westelijke oorlogsgebied van de Afrikaanse Unie (AU) over te nemen, maar willen dat alleen doen met instemming van het Soedanese regime zelf. De Regering van Nationale Eenheid is daartoe tot dusver niet geneigd. Zonder haar medewerking zou interventie op een Russisch of Chinees veto kunnen stuiten, twee lidstaten die zich samen met Qatar bij de stemming over resolutie 1706 hebben onthouden.

In deze broze situatie heeft de ontboezeming op internet van speciale VN-gezant voor Soedan Jan Pronk een explosie veroorzaakt. (Pronk deed daarin verslag van de verliezen die het Soedanese leger onlangs in gevechten met rebellen had geleden.) Ook Pronk had maandenlang zijn best gedaan om mét en niet tégen Khartoum te opereren. Zo zocht hij een oplossing in een geleidelijker overgang van de AU- naar een VN-interventie. De internationale gemeenschap kon naar zijn mening in afwachting van een daadwerkelijk ingrijpen al veel meer doen ter ondersteuning van de Afrikaanse Unie zonder de Regering van Nationale Eenheid onnodig tegen de haren in te strijken. Pronks meegaandheid leverde hem kritiek op te veel de diplomaat te willen uithangen. Nu wordt hem verweten dat hij geen weerstand heeft geboden aan een oprisping van zijn aloude activisme. Pronk zelf houdt het erop dat hij zowel diplomaat als politicus is.

Als het de gezant erom te doen was de verslappende aandacht voor Darfur opnieuw te prikkelen, is hij daarin, althans voor de korte termijn, geslaagd. De slachtoffers in Darfur hebben een eigen lobby aan het internationale front in de persoon van enkele invloedrijke journalisten, van vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties en van politici die begaan zijn met hun lot, maar in de algemene aandacht moeten zij concurreren met bekende brandhaarden als Irak, Afghanistan, Iran, het Israëlisch-Palestijnse conflict, Noord-Korea en Congo. Wordt ons nationale belang door een interventie gediend, is een vraag die in menige VN-lidstaat als het om Darfur gaat, al snel ontkennend wordt beantwoord. Dit temeer nu Soedan tot de kongsi van olieproducerende landen is toegetreden.

Behalve de afwezigheid van nationaal belang – er is zelfs geen sprake van vluchtelingenstromen uit de regio richting Europa, doorgaans een alibi voor interventie – is er de complexiteit van het conflict. In Darfur heerst een algemeen gevoelen achtergesteld te zijn bij de verdeling van de nieuwe olierijkdom. Het Soedanese Zuiden lijkt in de ogen van Darfuri’s uit zijn decennialange strijd met het Noorden voordeel te hebben behaald. Er spelen anders dan in het Zuiden geen religieuze geschillen, maar er is een conflict om grond tussen gearabiseerde nomadenstammen en landbouwers met een traditionele Afrikaanse cultuur. Vanaf het moment dat verschillende rebellenbewegingen de strijd met het leger aangingen, heeft Khartoum janjaweedbenden ingezet tegen de dorpelingen, en dan vooral tegen vrouwen en kinderen. In nauwelijks door de AU-troepen beveiligde kampen wacht de ontheemden een tragisch lot van honger, ziekte, moord en verkrachting.

Een eerder deze zomer tussen de regering en een deel van de opstandelingen tot stand gekomen vredesakkoord heeft paradoxaal genoeg de toestand verder verslechterd. Het akkoord heeft rebellengroepen in zichzelf verdeeld, sommigen kozen de kant van de regering, anderen volhardden in hun verzet. Internationale grenzen lopen dwars door stamgebieden heen, buurlanden Tsjaad en de Centrale Afrikaanse Republiek zijn in het conflict betrokken geraakt. Tsjadische rebellen vechten aan de zijde van Khartoum, Darfuri’s krijgen steun van het regime in Tsjaad. Alles bijeen geen ambiance waarin per internationale interventie gemakkelijk een oplossing kan worden afgedwongen.

De actie voor een humanitaire interventie in Darfur wordt gevoerd onder verwijzing naar de moordpartijen in 1994 in Rwanda waarbij een half miljoen tot een miljoen mensen omkwamen. De VN hadden blauwhelmen in het land, maar zij beperkten zich ertoe buitenlanders in veiligheid te brengen. Hun mandaat zou er niet toe hebben gestrekt daadwerkelijk op te treden ten behoeve van de slachtoffers van wat achteraf genocide is genoemd. VN-secretaris-generaal Kofi Annan en president Clinton verontschuldigden zich later voor hun passiviteit en afzijdigheid.

De terughoudendheid van de internationale gemeenschap in Rwanda vloeide voort uit de bloedige mislukking van de humanitaire interventie in Somalië. De zogeheten Mogadishu-lijn zou niet meer mogen worden overschreden. (In de Somalische hoofdstad kwam het tot een bloedig gevecht tussen Amerikaanse Rangers en benden van de daar heersende krijgsheer.) Mission creep, terloopse uitbreiding van een missie, moest voortaan ten koste van alles worden voorkomen. ‘Nation building’ werd een besmet begrip. Bovendien, ook toen waren er brandhaarden, in voormalig Joegoslavië, die met Rwanda concurreerden om de aandacht van de openbare mening.

Het debacle in Irak is een extra zware belasting geworden voor iedere humanitaire interventie. Het Soedanese regime maakt daarvan gebruik en verwijt de Amerikanen onder de dekmantel van een humanitaire interventie uit te zijn op ‘regime change’ in Khartoum. De VN zouden daarbij hand- en spandiensten verlenen. De V-raad is eensgezind in zijn veroordeling van de praktijken van de Soedanese regering, maar is verdeeld over de sancties die het regime zouden moeten worden opgelegd. Het moorden en verkrachten gaat ongehinderd door.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

Eerder verscheen op deze pagina ‘Wat we meteen kunnen doen voor Darfur’, na te lezen op www.nrc.nl/opinie