Radicalisme bindt groep rond Samir A.

Net als bij de Hofstadgroep rondom Mohammed B. is een radicale ideologie het bindmiddel van het islamitisch terroristisch netwerk rond Samir A. Hun extremistische opvattingen lieten voor de verdachten geen ruimte over voor een vreedzame uitkomst.

De ideologie moest tot gewelddadige acties leiden en met de aanhouding van de verdachten is daadwerkelijk terroristische misdrijven voorkomen.

Dit zeiden de officieren van justitie Van Dam en Lucas vanochtend in de zwaarbeveiligde rechtbank in Amsterdam. Zij begonnen vanmorgen met het voorlezen van het requisitoir in het Piranhaproces tegen Samir A. en vijf andere terreurverdachten. Ze zullen de strafeisen formuleren als ze hun requisitoir maandag afronden.

De aanklagers toonden zich hoopvol gestemd over de afloop van dit zogenoemde Piranha-proces, waarbij zes moslimjongeren terechtstaan wegens deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk. Volgens de officieren zijn er voldoende bewijsmaterialen die aantonen dat de groep gewelddadige acties aan het voorbereiden was. De verdachten wilden politici en het hoofdkantoor van de inlichtingendienst AIVD treffen. De verdachten waren in het bezit van drie vuurwapens. Het videotestament van Samir A. beschouwen de aanklagers als een aankondiging van een aanslag. Ook werden instructies gevonden voor het vervaardigen van een bomgordel en het gebruik van gsm’s als afstandsbedieningen voor bommen. Enkele hoofdverdachten wordt ook verweten dat ze hebben anderen hebben geradicaliseerd en gerekruteerd voor de gewapende strijd, de jihad. „Anderen ideologisch rijp maken voor de gewapende strijd is strafbaar, ook als de werving nog niet tot strafbaar handelen heeft geleid.”

Ook in het Hofstadproces tegen onder andere Mohammed B. sprak het OM van de extremistische ideologie als het bindmiddel. Er is een aanzienlijk verschil met de Hofstadgroep, zei Van Dam. „Deze groep trof concrete voorbereidingshandelingen.”