Poolse zeepjes wachtend op water

Theatermaakster Lotte van den Berg (1975) kwam deze week terug uit Berlijn, waar zij de voorstelling ‘Stillen’ heeft gemaakt. De voorstelling over het hunkerend lichaam is vanaf volgende week in Antwerpen en Rotterdam te zien.

Wat heeft u in Berlijn gedaan?

„Ik was uitgenodigd door de Sophiensaele, een van de weinige theaterwerkplaatsen in Berlijn los van de grote gezelschappen. Het is een heel oud pand in Mitte, afgebladderd en beschimmeld. Prachtig, op een ingestorte manier. Ik wilde een voorstelling maken niet zozeer vanuit woorden, maar vanuit de stilte, vanuit kleine beelden. Het is dus zonder taal.”

Heet de voorstelling daarom ‘Stillen’?

„Nee, stillen betekent in het Duits: een baby de borst geven, of je honger stillen. Maar je kunt in het Duits ook je dorst stillen, of je bloed en je pijn. Ik laat in de voorstelling lichamen zien die in onrust zijn en gestild moeten worden. Het gaat over de seksuele basisbehoeftes van het lijf: aanraking, intimiteit, samen zijn.”

Hoe verbeeldt u dat?

„We speelden in Berlijn tegen de gehavende achtermuur van het theater, over de verweerde stenen lopen moderne elektriciteitskabels. Er staat een piano. Decorontwerper Dries Verhoeven heeft de vloer bedekt met dertigduizend stukjes glycerinezeep uit Polen. Geeloranje, een beetje jadekleurig. Hij wilde een levende vloer hebben, een vloer met zijn eigen behoeftes. Vandaar de dorstige stukjes zeep die wachten op water. Als het water komt, verandert de hele vloer van vorm.”

En wat doen de spelers op de zeepvloer?

„Ik begin met een vrouw die op een stoel zit.”

En dan?

„Wat bent u toch ongeduldig! Er gebeurt niets. Ze wacht. Het duurt lang. En ja, dan begint langzaam de voorstelling. Je ziet lichamen hunkeren, samen komen, elkaar aanraken, en weer alleen zijn. Ik heb zes zeer verschillende lijven gekozen. Vlamingen, Nederlanders en Duitsers, een zesjarig meisje, de 70-jarige acteur Luc Boyer, en een Italiaanse die kan dansen en piano spelen.”

Waarom zeggen ze niets?

„Het lichaam vertelt zelf al zoveel, over wat het verlangt. De spelers spreken trouwens wel met elkaar, maar dat kun je als publiek niet horen. Verder maken ze geluiden die van heel diep lijken te komen.”

Oergegrom?

„Nee, dat klinkt weer zo plat. Het zijn geluiden die op masturberen lijken, of pijn hebben. Geluiden van niet meer weten waar je naartoe moet met jezelf.”

U wekt veel met ‘echte mensen’ op het toneel, amateurs. In Antwerpen werkte u bijvoorbeeld met gevangenen, en eerder met geestelijk gehandicapten. Is dat anders dan met acteurs werken?

„Nee, ik zoek naar puur en echt, en dat gaat bij een niet-acteur wellicht wat sneller. Ik probeer goed te luisteren naar wat de spelers nodig hebben, en ze dat te laten doen.”

Maar in de Antwerpse gevangenis liet u de gedetineerden bewegingloze, mime-achtige scènes doen die ze zelf niet begrepen. Dat klinkt niet erg als luisteren naar behoeftes.

„Ze stonden na de première te huilen in de kleedkamer, ze hadden het wel degelijk goed begrepen. Wel hadden sommigen aanvankelijk grote weerstand. Ik luister wel naar de spelers, maar uiteindelijk stappen ze in mijn wereld. En die begrijpen ze inderdaad niet altijd helemaal.”

‘Stillen’ van Het Toneelhuis, te zien 9-26 nov WP Zimmer Antwerpen. 17-18 nov Rotterdamse Schouwburg. Inl. 0032-3-2248844 of www.toneelhuis.be.