Otentiek

Een veelgestelde vraag in deze verkiezingscampagne luidt: hoe otentiek komt de kandidaat op de kiezer over? Is de twinkeling in zijn ogen gespeeld, of is het wel degelijk een otentieke twinkeling? Is zijn medeleven met de bejaarde die te lang op de wc moet zitten gemeend of is het fake (feek)?

Om een of andere reden twijfelt men momenteel meer aan de otenticiteit van Bos dan aan die van bijvoorbeeld Rouvoet of Marijnissen. Terecht of ten onrechte?

Voor een antwoord op die vraag toog ik gisteren naar Rotterdam, waar Wouter Bos in congrescentrum Cinerama in discussie ging met moslims. Mijn vrouw ging ook mee, niet alleen omdat zij nog steeds oprecht, maar kritisch PvdA-lid is, maar vooral omdat zij Bos nooit eerder in het wild aanschouwd had. Voor de beoordeling van Bos’ otenticiteit kon ik me geen beter jurylid wensen.

Gelukkig werkte de entourage in veel opzichten mee. Er was een overwegend jong, goed opgeleid, welgesteld moslimpubliek dat op het podium vertegenwoordigd werd door twee spijkerharde, argwanende moslimondervragers, die Bos te woord stonden als een schooldirecteur die zijn lastigste leerling voor de laatste keer waarschuwt.

Eerst kreeg Bos, nog met twinkelende ogen zittend op de eerste rij, de wacht aangezegd door columnist Mohammed Benzakour. Bos was nooit echt boos, klaagde Benzakour, altijd maar dat lachje, het leek de Dalai Lama wel. Deze mopperpartij duurde een vol kwartier, en Benzakour zou er nóg staan als de presentator niet had ingegrepen.

Bos stapte daarna desondanks met een ongehavend Boslachje het toneel op. Zijn eerste zin luidde: „Ik dacht dat ik voor een openbaar gesprek was uitgenodigd, niet voor een openbare aanklacht.”

„Die zit”, fluisterde mijn vrouw.

„Denk erom, niet klappen”, zei ik geschrokken. Ik kreeg een visioen van een breed grijnzende Bos, dankbaar zwaaiend naar die paar onmiskenbaar otochtone Hollanders op de tweede rij.

De eerste moslimondervrager, een journalist, trad aan om Bos te roosteren op de barbecue van zijn morele verontwaardiging. U heeft nooit gezegd dat de meerderheid van de moslims oké is, zei hij. Dan heb je niet echt naar Bos geluisterd, zei Bos. U sluit de VVD niet uit en dus ook Verdonk niet, zei de man. Een VVD op de lijn van Verdonk is een VVD waar ik het niet mee eens zal worden, zei Bos.

Klare taal. Ik keek angstig opzij. Zou mijn vrouw haar enthousiasme nog langer kunnen inhouden? Dit kon fataal worden voor mijn objectiviteit als columnist. Gelukkig was de andere moslimondervrager, een chirurg nog wel, al begonnen, en hij klonk nóg nijdiger dan zijn voorganger. Wat vond Bos van Bush? Ik heb niks met die man, zei Bos.

Toen bemoeide de eerste ondervrager zich er weer mee. Bos moest en zou zeggen dat hij Bush een moreel verwerpelijk sujet vond, of durfde hij dat soms niet? Eindelijk werd Bos kwaad. Zeer gemeend, zo te zien. Ik laat me door jou geen examen afnemen, bitste hij. Pats! Een nieuw jongensboek diende zich aan: Wouter wordt woedend!

„Hoe vond je ’m?” vroeg ik een kwartiertje later. We stonden weer op straat in donker, regenachtig Rotterdam. Zag ik rode koontjes glimmen?

„Otentiek”, zei ze, zonder aarzeling.