Niks wegdoen, alles opbergen

Henk Donkers: Verdwenen Nederland. Nederland in oude schoolwandplaten. Wolters-Noordhoff, 223 blz. €34,95; na 31 december €39,95

Martin Bossenbroek e.a. (red.): Het geheugen van Nederland. De twintigste eeuw in 101 markante beelden. Bert Bakker/Koninklijke Bibliotheek, 218 blz. €19,95

Twee albums met foto’s, tekeningen, affiches, cartoons en schoolwandplaten uit de 20ste eeuw. Het ene heet Verdwenen Nederland, het andere Het geheugen van Nederland.

Wat is het verschil? Het verschil zou je het verschil tussen wegdoen en opbergen kunnen noemen. In Verdwenen Nederland zijn een kleine tachtig schoolplaten verzameld uit de rijke collectie van Wolters-Noordhoff – vrucht van het 19de eeuwse opvoedersideaal dat het onderwijs aanschouwelijk liet worden. De vissershaven van IJmuiden in 1924. De luchthaven Schiphol anno 1931. De Hondsrug in de jaren 10. Het Geuldal omstreeks dezelfde tijd. De Veluwezoom als een Gelders oerlandschap.

De platen, alle gebaseerd op aquarellen van verschillende kunstenaars, vaak vlijtiger dan kunstzinnig, zijn royaal herdrukt (het album meet, oblong, 35 bij 25 centimeter) en telkens aangevuld met een foto waarop je ziet hoe de locatie er in 2006 bij ligt. Het boek is per provincie geordend en achterin treft men op postzegelformaat alle 119 platen aan die Wolters-Noordhoff heeft uitgegeven. Het boek wordt op een aardige wijze ingeleid door Tijs van Ruiten, directeur van het Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam.

In negen van de tien gevallen moet je vaststellen dat ‘vroeger’ inderdaad met huid en haar is verdwenen. De gietijzeren overkapping van het Amsterdamse Centraal Station doet nog wel aan 1890 denken, maar geen reiziger lijkt meer op vandaag, en Anna Karenina-achtige locomotieven blazen nooit meer stoomwolken over de perrons. Wat rest na het aangenaam kijken is nostalgie: de nostalgie van het Verkade-album, of van grootmoeders beschilderde koekblik dat je nog wel eens voor honderd euro in de etalage van een bric-à-bracwinkel ziet liggen.

Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.

Het vitale antwoord op de nostalgie is de verzekering dat we verdwenen dingen kunnen onthouden, dat we ze ons kunnen herinneren, en dat we de herinneringen weer kunnen opslaan, dus bewaren, in ons geheugen.

Het geheugen van Nederland is de naam van het programma dat langzaam maar zeker het ‘hele’ nationale erfgoed gedigitaliseerd voor iedereen in prenten, teksten, filmbeelden en geluidsfragmenten beschikbaar wil stellen via de website www.geheugenvannederland.nl. De website wordt beheerd door de Koninklijke Bibliotheek (aardig om er aan te herinneren dat Alain Resnais in 1956 een prachtige documentaire over de Parijse Bibliothèque Nationale maakte onder de titel Toute la mémoire du monde) en de de historicus Martin Bossenbroek, directeur Collecties & Dienstverlening van de Koninklijke Bibliotheek staat aan het hoofd van dat reusachtige bewaarproject.

Eerder (Boeken, 20.10.2006) werd hier al aandacht besteed aan de bundel van ‘101 markante beelden’ uit de 20ste eeuw – bijna voor elk jaar 1, en voor drukke jaren (1953 bijvoorbeeld) soms twee of drie. Zo’n bloemlezing verdient herhaling. Het is leuk om zo nu en dan naar de website te surfen om ons erfgoed bij te houden. Maar het is altijd nòg leuker om zo nu en dan een met zorg uitgegeven boek in de hand te nemen en door een selectie uit de nationale schatkamer te bladeren.

En wordt het niet tijd om het Verdwenen Nederland van de schoolplatenschatkamer van Wolters-Noordhoff mee te digitaliseren in het opslaggebied van Martin Bossenbroek? Uiteraard inclusief de ‘handleidingsteksten’ die door onderwijskundigen in dienst van de Groningse uitgeverij naar de (lagere) scholen werden meegestuurd, zodat de leerkrachten bij elke plaat hun praatje onder handbereik hadden.

‘Giethoorn is voor buitenstaanders een ware idylle’, verklaart de tekst bij een waterverfschilderij van een brug, een punter, twee boerderijen en drie melkbussen. ‘Het water is zeldzaam helder, de flora in de vaarten vol waterlelies en in de weiden een verbijsterend rijke verscheidenheid aan vogels en insecten. Echte zorgen voor het dagelijks brood hebben de inwoners niet. Dat zou de opgewekte, vriendelijke aard der bevolking, die iedere vreemdeling onmiddellijk opvalt, verklaren’.

Dat is de nostalgie voorbij – dat is schoolmeestersproza dat z’n eigen onvergankelijkheid heeft, en dat behalve in dat mooie, liefderijk gemaakte album, ook op de digitale erebegraafplaats van de Koninklijke Bibliotheek in vrede moet kunnen blijven rusten.

Niks wegdoen, alles opbergen.