Niet van je af blaffen!

Jan Bank en Emile Wennekes: De klank als handschrift. Bernard Haitink en het Concertgebouworkest. Meulenhoff, 256 blz. €17,50

Dinsdag is het vijftig jaar geleden dat dirigent Bernard Haitink (77) debuteerde bij het Concertgebouw. Het orkest viert dat die avond met een gala, maar trok op verzoek van zijn eredirigent de handen af van het boek De klank als handschrift, dat vandaag verschijnt. De commotie die daarover eind september ontstond, doet opzienbarende feiten vermoeden.

Maar wie Haitinks Amsterdamse ‘biografie’ in de nu gepubliceerde, her en der ten opzichte van eerdere versies wat bijgeslepen visie van musicoloog Emile Wennekes en historicus Jan Bank er op naslaat, ontdekt geen wanklanken. En dus ook geen redenen waarom Haitink – die het boek overigens zelf niet heeft gelezen – zich ervan zou willen distantiëren. Wie maalt erom dat hij vroeger Herman heette en het Amsterdams Lyceum niet afmaakte omdat hij zich op de muziek wilde storten? Wie neemt er aanstoot aan dat hij in de bevrijdingslente van 1945 met zijn vriend Hans Hoetink als een doodgewone jongen de bloemetjes buiten zette? Dat zijn dirigeertalent als jonge violist niet door iedereen werd erkend is evenmin opmerkelijk. Maar Haitink houdt niet van gegraaf in het verleden.

Wennekes en Bank hebben hun graafwerk grondig opgevat, maar een psychologische fijnschildering van Haitinks persoonlijkheid bieden zij niet. De auteurs baseren zich vooral op gesprekken met de dirigent en zijn collega’s, vrienden en kennissen, concertrecensies en citaten uit vroegere interviews. Die elementen zijn, wat kleine doublures ten spijt, vaardig vervlochten tot een keurige levensbeschrijving). De vlucht van Haitinks internationale carrière komt wel aan bod, maar is niet de leidraad. Zijn persoonlijk leven blijft beperkt tot bijzinnen.

De academisch-afstandelijke benadering van Bank en Wennekes maakt dat Haitinks professionele en persoonlijke eigenschappen moeten worden gedestilleerd uit de feiten en citaten, en niet zozeer uit duiding. Een harde verklaring van het waarom van Haitinks schuwe, sociaal moeizame karakter, waarvan het conflict rondom zijn aftreden als chef-dirigent van het KCO, zijn vertrek bij het London Philharmonic en het geharrewar over dit boek enkele voorbeelden zijn, blijft in het midden.

De citaten van Haitink zelf blijken de interessantste elementen, vooral omdat ze steeds opvallend kalm en verstandig zijn. Over zijn drift, vroeger: ‘Een jong dirigent die blaft. Stom.’ Over eigentijdse muziek in orkestprogrammering: ‘In de publieke opinie blijven we oude zakken. We moeten gewoon kijken naar de kwaliteit en dat uitvoeren.’ En het geheim van repeteren? ‘Rustig blijven. Niet vervelend worden. Rustig blijven.’

Een interview met Bernard Haitink staat vandaag in het Cultureel Supplement, pagina 19.