Niet overal bruggen bouwen

Bijna tweehonderd Nederlandse militairen werkten twee jaar aan de opbouw van Noord-Afghanistan. Ze bouwden scholen en bruggen. Maar het was niet overal veilig.

Ze hebben 150 Afghaanse politiemannen getraind. Er zijn zes nieuwe scholen gebouwd en vijftien oude schoolgebouwtjes gerenoveerd. Er zijn nieuwe bruggen in het gebied, en een aantal waterpompen.

Dat is volgens kolonel Peter de Harder een greep uit de „succesvolle” projecten die mede onder zijn leiding tot stand zijn gekomen in Noord-Afghanistan. Gisteren ontvingen De Harder en zijn collega’s een herinneringsmedailles voor vredesoperaties.

Twee jaar lang zat Nederland in de Noord-Afghaanse provincie Baghlan voor een ‘opbouwmissie’. 180 Nederlandse militairen vormden daar een zogeheten Provincial Reconstruction Team (PRT). Het beoogde doel van een PRT is om met een relatief klein aantal militairen rust en stabiliteit te brengen in een gebied en om kleinschalige lokale (bouw)projecten op te zetten. Hierdoor moet het vertrouwen van de lokale bevolking worden gewonnen, en zal de sympathie voor de Talibaan afnemen, zo is althans de gedachte.

Sommige internationale hulporganisaties zijn sceptisch over deze aanpak. Hulpverlening is een taak voor hulporganisaties en niet voor militairen, zeggen ze.

Zijn de Afghaanse harten en zielen wel gewonnen? Het is een belangrijke vraag: de manier van werken in Baghlan dient als voorbeeld zijn voor de rest van Afghanistan, waaronder het onrustige zuiden, waar de Nederlandse commandant Ton van Loon sinds woensdag het commando voert. Ook in Uruzgan is een PRT-team actief.

Defensie noemt de missie in Baghlan een succes. De Dutch Approach (laagdrempelig contact onderhouden met de bevolking en niet te agressief overkomen) vormt volgens minister Kamp (Defensie, VVD) „een blauwdruk” en een „schoolvoorbeeld” voor andere NAVO-landen. Maar Canadese militairen zeiden begin deze week meer heil te zien in een hardere aanpak: eerst de Talibaan aanpakken en dan pas schooltjes bouwen. Minister Kamp reageerde gisteren verontwaardigd: „Als wij ons gaan focussen op vechten, wat heeft de bevolking dan aan ons?”

Wat maakt de Nederlandse aanpak dan zo succesvol? En is het mogelijk om onder dreiging van de Talibaan infrastructuur op te bouwen? Kolonel De Harder, commandant van het PRT, zegt van wel. „Het allerbelangrijkste is je gezicht te laten zien in de provincie. En je moet „tastbare wederopbouwdingetjes realiseren”.

Maar ook in de relatief rustige provincie Baghlan, waar het Hongaarse leger nu de Nederlanders heeft opgevolgd, ging opbouwen steeds moeilijker door aanwezigheid van Talibaanstrijders, zeggen Nederlandse militairen die er zijn geweest. „De bevolking was in sommige districten niet altijd vriendelijk”, zegt luitenant ter zee Margot de Jong. „Op het einde werd besloten om maar niet meer in die districten te komen.” Je gezicht laten zien, kan dus niet altijd. De Jong: „Het is een afweging die je maakt. De lokale bevolking vertelde ons dat er een aanslag op ons werd voorbereid en het ging om gebieden die negen uur rijden van de basis lagen. Er was dan te weinig tijd om hulp in te schakelen als we in problemen zouden raken.”