‘My Fair Lady’ heeft elegante finesse

Musical: My Fair Lady, door Joop van den Ende Theaterproducties. Tournee t/m 22/7. Inl. 0900-3005000 & www.musicals.nl

„Ik maak een hertogin van dit bemodderde rioolratje!” bluft de zelfingenomen studeerkamergeleerde Henry Higgins – en daar begint weer het klassieke verhaal van Eliza Doolittle, die wordt klaargestoomd om haar vette volkstaal te verruilen voor de gedistingeerde tongval van de Londense upper class van honderd jaar geleden. Met succes, maar tegelijk met veronachtzaming van haar eigen trots. Dat was de moraal die George Bernard Shaw in 1916 in zijn toneelstuk Pygmalion legde, en die ook uit de daarop gebaseerde musical My Fair Lady spreekt: Eliza is niet zomaar een lege huls die naar believen kan worden opgevuld met de omgangsvormen van al wat adel is of wordt – ze is er zelf óók nog.

De nieuwe My Fair Lady, die gisteravond in première ging, staat in een illustere traditie. De Nederlandse versie van 1960, met Wim Sonneveld, Margriet de Groot en Johan Kaart, was in dit land de eerste musicalproductie op internationaal niveau. En de voorstelling van 1994, met Paul van Vliet, Vera Mann en Piet Bambergen, was een buitengewoon waardige opvolger. Nu maakt het theaterbedrijf van Joop van den Ende een nieuwe tournee met een nieuwe enscenering, die in veel opzichten dichter bij Pygmalion staat dan ooit.

Wat een verademing is het: weer eens een musical te zien waarin niet zo hoog en hard mogelijk zingen het hoogste doel is, maar de interpretatie van de rollen. Dit is geen theaterspektakel, maar kamermuziek. De songs komen nog logischer voort uit de handeling en het volume is daarom gedempt. Finesse en detaillering staan voorop. Zelfs in de ensemblescènes die natuurlijk nog het meest naar show neigen, overheerst de karaktertekening die elders in het musicalgenre te vaak ontbreekt. Dat moet in de eerste plaats de verdienste zijn van de Engelse regisseur Matt Ryan, maar ook de acteurs laten stuk voor stuk de subtiliteiten van hun personages zien.

Veel aandacht gaat vanzelfsprekend uit naar de musicaldebutant Thom Hoffman, die met veel humor een vlerkerige, maar allengs ontdooiende Higgins speelt. Zijn zangtalent is beperkter dan dat van zijn grote voorgangers, maar zijn zingzeggen illustreert overduidelijk dat bij hem de liefde voor de taal boven alles gaat – ook, aanvankelijk, boven elke andere vorm van liefde. Hij maakt die rol volledig tot de zijne, met een overtuigend soort vanzelfsprekendheid. En hetzelfde geldt voor de ravissant sterke Eliza van Céline Purcell die eerst komisch en daarna diep gekwetst reageert op de pedante houding van haar leermeester. De derde hoofdrol is voor Bob Fosko als haar schuinsmarcherende vader, die weliswaar niet zo hartveroverend naar het publiek kan knipogen als Kaart en Bambergen dat deden, maar die des te geloofwaardiger is in de metamorfose van de oude Doolittle. Zijn meezinger Als ik straks de kerk maar haal heb ik altijd als feestnummer gezien. Maar hier zag ik voor het eerst hoe wanhopig die man is geworden. Ook de kleinere rollen zijn voortreffelijk bezet, met Hugo Haenen als een in en in fatsoenlijke, soms zelfs vertederende Pickering, Maria Stiegelis als een moederlijk bezorgde mevrouw Pearce, Marlies van Alcmaer als Higgins’ laconiek geestige moeder en Barend van Zon als Eliza’s hopeloos verliefde aanbidder Freddy.

Het traditionele realisme van de decors – de kroegen van het vroegere Covent Garden, het statige huis van Higgins – is door ontwerper Erik van der Palen vervangen door de effectieve suggestie van losse decorstukken die sierlijk af en aan rollen. De show staat geen ogenblik stil, de scènes lopen prachtig in elkaar over. De tintelende muziek van Frederick Loewe wordt elegant gespeeld door een orkest onder leiding van Marcel Visser, al is soms te horen dat de strijkers door elektronica moesten worden vermenigvuldigd. Het enige dat onveranderd bleef, is Seth Gaaikema’s onverbeterlijke vertaling van de zangteksten van Alan Jay Lerner. Ook lijken de dialoogscènes, vooral na de pauze, iets langer te duren dan strikt noodzakelijk is. Maar alles wat er misschien in de loop der jaren aan My Fair Lady een beetje stoffig is geworden, wordt er in deze nieuwe versie met vorstelijke allure afgeblazen.