Liever liefde dan God

Dimitri Verhulst: Mevrouw Verona daalt de heuvel af. Contact, 110 blz. € 14,90

Zonder liefde is nergens iets aan en zijn alle dingen, zelfs kunst en schoonheid, vergeefs. Dat is de teneur van Dimitri Verhulsts verstilde wintervertelling Mevrouw Verona daalt de heuvel af. Zelf zegt de auteur in interviews dat deze subliem gestileerde novelle over geluk gaat, maar dat is betrekkelijk. De herinnering aan geluksmomenten die de hoofdpersoon Mevrouw Verona met haar overleden geliefde heeft gekend geven slechts een schijn van warmte aan dit ijselijke sprookje over de zinloosheid van een bestaan zonder liefde.

Hierin verschilt de geschiedenis van het fictieve Waalse dorpje Oucwègne niet wezenlijk van Verhulsts eerdere romans Problemski Hotel, over een asielzoekerscentrum en De helaasheid der dingen. Mevrouw Verona en haar geliefde zijn ooit in Ouckwègne komen wonen als asielzoekers, wat niet per definitie hetzelfde is als gelukszoekers. Wat zij – twee musici – zochten en vonden in Ouckwègne was een huis waarin je kunt sterven en ongelukkig zijn.

Verona’s man – door de dorpsbewoners wegens zijn kunstenaarschap Meneer Pottenbakker genoemd – overlijdt als eerste. Hij hangt zich, nadat er kanker bij hem is geconstateerd, op in de tuin. Verona overleeft hem twintig jaar. Als zij het laatste houtblok in de haard heeft gegooid van de voorraad die haar geliefde heeft nagelaten, verlaat ze het op een heuvel gelegen huis om te sterven.

In de vrieskou daalt ze af, wetend dat ze de kracht niet heeft om terug te klimmen. Tijdens haar tocht herinnert ze zich de geluksmomenten met haar geliefde, herinneringen die haar gedurende de jaren dat ze alleen was in leven hebben gehouden. Misschien onderscheidt die capaciteit tot liefhebben, zelfs over het graf heen, haar van de autochtone dorpsbewoners, die de liefde niet kennen en leven als beesten. Ze kiezen een koe tot burgemeester; de vrouwelijke dierenarts op wie ze bij gebrek aan een huisarts zijn aangewezen, behandelt hen als overjarig vee op weg naar het abattoir.

De liefde neemt de plaats in van God. Mevrouw Verona heeft haar leven ingericht als een religieuze eredienst voor haar overleden man. Hoe armzalig zijn daarbij vergeleken de levens van haar dorpsgenoten die het zonder God of liefde moeten stellen. Op topdagen zitten er hooguit zes oude vrouwen in het kerkje van Ouckwègne, de veertien jonge mannen van het dorp zoeken wegens gebrek aan meisjes hun geluk in een bordeel in de stad.

Gedurende Verona’s afdaling passeren de inwoners van dit ten dode opgeschreven gehucht de revue. Dat levert weemoedig stemmende en tegelijk hilarische anekdotes op over vergeefse levens. Levens zoals mevrouw Verona die toedicht aan de zwerfhond die zij ooit op een vliegveld moest achterlaten. Het beest ging verslagen van haar heen, ‘in alle eenzaamheid, hopend dat zijn bestemming zichzelf kenbaar zou maken’.

Verhulst begint en eindigt zijn fabelachtige novelle met hondentrouw, een eigenschap waarin Mevrouw Verona haar bestemming vindt. Het verhaal van haar afdaling laat zich lezen als een troostrijk liefdeslied dat ook getuigt van een oneindige troosteloosheid.