Leuk werk uitbesteden

Het doet schrikken dat Nederlandse bedrijven veel meer aantrekkelijke kernactiviteiten laten verhuizen naar het goedkope buitenland dan eerder werd aangenomen. Volgens een onderzoek van de Erasmus Universiteit in Rotterdam is Nederland daarin zelfs internationaal koploper. Bedrijven zijn vrij om hun productie in te richten zoals zij dat willen. Zij zijn internationaal georiënteerd en willen direct op de plaats aanwezig zijn waar de nieuwe vindingen worden gedaan en grote doorbraken plaatsvinden, zodat zij daar direct van profiteren. Chinese en Indiase technici studeren bij tienduizenden af en ze verdienen vaak minder dan Europese. De producten kunnen ook direct worden verkocht op de markten waar ze worden ontwikkeld.

De overheid kan de bedrijven moeilijk tegenhouden, maar toch moet het wel te denken geven dat steeds meer duur denkwerk naar met name India en China gaat. Het Erasmusonderzoek waarschuwt voor het gevaar dat Nederland alleen ‘holle bedrijven’ overhoudt. Daarmee wordt ook de professionele middenklasse getroffen, die dan harder moet gaan werken voor minder geld.

Sommige technische deskundigheden zijn ook in lagelonenlanden schaars geworden, waardoor ook daar de lonen stijgen en uitbesteding minder goedkoop wordt. Maar als het talent in India en China minder schaars is dan hier, zullen de extra verdiensten daarheen gaan. De scheefgroei aan technici zal uiteindelijk ten koste gaan van de Nederlandse economie.

Het is onwaarschijnlijk dat inventieve Indiase technici er genoegen mee nemen dat zij het werk doen, maar dat elders de winst wordt gemaakt. Die rollen zullen dan op de lange termijn worden omgedraaid.

Voor de wereldeconomie maakt het niets uit in welk land het hoogwaardige werk wordt verricht, maar voor Nederland wel. Het uitbesteden van activiteiten heeft ook nadelen voor bedrijven, waardoor er altijd sprake is van een slingerbeweging. Ook Europa is een belangrijke markt waarmee productontwikkelaars voeling moeten houden. Maar een land moet wel een interessant onderzoeksklimaat hebben voortechnici en dat is in Nederland steeds minder het geval. Er moet voor worden gezorgd dat in Nederland en in Europa meer technici, onderzoekers en ontwikkelaars worden opgeleid. Daaraan kan de overheid bijdragen.

Als technici en onderzoekers schaarser worden, moeten meer jongeren zulke opleidingen volgen. Dat gebeurt niet in Nederland. Ten onrechte verspreiden onderwijskundigen de mythe dat er een nieuwe leerling is opgestaan die alleen maar wil doen wat hij ‘leuk’ vindt en die dus geen zin zou hebben in moeilijk denkwerk voor exacte vakken. In China en India zijn jongeren gewend om hard te werken voor technische en exacte vakken, ook al vinden ze het niet gemakkelijk. Uiteindelijk is ontwikkelen ‘leuker’ dan speelgoed assembleren. Het opengooien van handelsgrenzen en de internationalisering van de productie leveren de wereld winst op, maar landen die zich te weinig inspannen groeien niet mee.