Koffieboeren vrezen de wraak van Ortega

Nicaragua houdt zondag presidentsverkiezingen.

De koffieboeren vrezen dat hun grond zal worden afgepakt als sandinistenleider Daniel Ortega wint.

De groene koffiebessen zijn zo groot als knikkers en kleuren nu een voor een roze. Binnen een paar weken zal de Nicaraguaanse koffieboer Silvino Pérez (36) druk bezig zijn met oogsten. Maar zijn gedachten zijn nu vooral bij zijn tijd in het gewapend verzet tegen de sandinisten, een kwarteeuw geleden.

Zondag doet sandinistenleider Daniel Ortega voor de vierde keer een gooi naar het presidentschap. In de laatste peilingen haalt de voorman van het FSLN tussen de 33 en 37 procent. Om te winnen volstaat 35 procent van de stemmen en een voorsprong van 5 procent op de nummer twee. En hoewel Ortega zich presenteert als de grote verzoener, vrezen veel nicas zijn terugkeer.

Doodsbang was de 11-jarige Silvino Pérez toen hij in 1981 voor het eerst op patrouille ging met het Fuerza Democrática Nicaragüense. In Nicaragua diende zich een smerige oorlog aan tussen de sandinisten en de zogenoemde contras (contrarevolutionairen) waarbij dertigduizend doden zouden vallen, onder wie veel burgers. Hij kon niet anders dan meedoen, zegt Pérez. De koffieplantage van zijn vader werd opgeëist door de nieuwe machthebbers in het Midden-Amerikaanse land.

Pérez en zijn medestrijders staken regelmatig de grens over naar Honduras, waar ze werden bewapend, getraind en betaald door de Amerikaanse CIA. „Ja, ik was één van Reagans vrijheidsstrijders. Maar in het begin wilde ik vooral mijn familie en onze grond verdedigen. Pas later kwam het besef dat ik streed voor democratie en vrijheid.” In 1990 demobiliseerde Pérez en gaf de staat hem een stuk land van 3,5 hectare. Zoals zijn familie al generaties deed, ging hij er koffie telen. Met groot genoegen. „We leven nu in vrede. Sommige van mijn vrienden zijn sandinisten.”

Dat kan allemaal veranderen, vreest hij. Zijn neef Francisco, die op een aanpalend stuk land ook koffie verbouwt, noemt het „een feit” dat Ortega op wraak zint. „We zullen ons land kwijtraken als hij wint.”

In 1979 verjoegen de sandinisten dictator Somoza, wiens familie het land sinds de jaren dertig bestuurd had als ware het haar eigen koffieplantage. Een deel van de grond werd onteigend en ondergebracht in staatsbedrijven of collectieve boerderijen. Na Ortega’s verkiezingsnederlaag in 1990 werden de hervormingen deels teruggedraaid.

Grondbezit is, ondanks (of juist dankzij) alle landhervormingen, nog altijd een voedingsbodem voor potentiële conflicten in Nicaragua. Het landbouwareaal is een lappendeken van coöperaties, staatsbedrijven en privé-bedrijven. In Nicaragua – na Haïti het armste land van de Amerika’s – zijn veeteelt en landbouw nog de belangrijkste economische sectoren. Silvino en Francisco eten uit hun voortuin, bellen mobiel, maar wonen in krotten van afvalhout, plastic en golfplaat.

Hun grote probleem was lang dat in en rond Jinotega alle coöperaties in handen waren van gedemobiliseerde sandinisten. „Die leveren aan merken als Café Sandino en Café Che Guevara. Koffie die naar Cuba gaat. Ze lieten ons niet toe.” Daarom richtten de ex-contras in 2001 de Ucasuman op, vertelt José Adán López, bedrijfsleider van deze unie van kleine coöperaties, waaraan ook de neven leveren. Alle 130 boeren van de Ucasuman kozen voor biologische teelt, want deze levert een hogere prijs op.

Milieuvriendelijke koffie, dat klinkt links, beseft López. Maar juist de Ucasuman heeft haar eigen, rechtse koffiemerk: Contra Café. Twee jaar geleden kwam een Amerikaanse student het kantoortje van López binnenlopen. Binnen een paar maanden verkocht hij Contra Café via een eigen website, met de slogan Wake up with Freedom Fighters. Het initiatief moet vooral gezien worden als een symbolische daad, stelt López. De verkoop vormt nog geen promillage van de omzet. Contra Café is – in historisch perspectief – een onschuldige vorm van Amerikaanse inmenging.

De steun aan de contras paste in de traditie van Noord-Amerikaanse bemoeienis die teruggaat tot de 19de eeuw. Reagan vond de junta van Ortega „een totalitaire marxistisch-leninistische dictatuur die de Sovjet-Unie een bruggenhoofd geeft op het vasteland van dit continent, slechts 2.000 kilometer van de Texaanse grens”.

Met hun Contra-oorlog en handelsblokkade ruïneerden de VS het land. Economisch wanbeleid, corruptie en repressie van de sandinisten deden de rest. In 1990 waren kiezers alle geweld en ontberingen moe en kozen ze de presidentskandidaat van de pro-Amerikaanse oppositie.

Wie dezer dagen de campagne volgt, zou denken dat voor de VS de Koude Oorlog hier nooit ten einde kwam. Nu is niet het Cuba van Sovjet-vriend Fidel Castro de boosdoener, maar diens politieke leerling, de radicaal-linkse en olierijke Venezolaanse leider Hugo Chávez. Hij levert goedkope stookolie en kunstmest aan FSLN-gemeenten. En momenteel worden Nicaraguaanse studenten die in Cuba met een Venezolaanse beurs voor arts studeren, naar huis gevlogen om te kunnen stemmen. Chávez betaalt het retourticket.

Contra Café heeft onlangs een nieuw merk gelanceerd: Venezuela Freedom Blend. Een deel van de opbrengst gaat naar het bevorderen van de democratie in Venezuela.

Bezoek de site van Contracafé:www.contracafe.com of 30077 naar 7585