Kemphanengedrag kost ook stemmen

In de aanloop naar de verkiezingen schrijven kranten meer over de horse race en minder over de inhoud. Vanavond gaan Balkenende en Bos de tweestrijd weer aan.

Wanneer begint de SP te dalen in de peilingen? Die vraag houdt het PvdA-campagneteam al weken bezig. Meestal gebeurt dat in de laatste weken voor verkiezingen. Met nog krap drie weken tot de verkiezingen lijkt het CDA in de peilingen uit te lopen op de PvdA, en dat terwijl de partij van Wouter Bos de afgelopen vier jaar hoog boven het CDA van Balkenende uit torende. Enige troost voor de PvdA is dat het arsenaal aan kiezers ter linkerzijde van de PvdA meer ruimte tot groei lijkt te bieden dan de natuurlijke ‘overloopgebieden’ van het CDA.

Maar gaat dat ook gebeuren? GroenLinks staat al een tijdje op verlies (zes zetels in de peilingen, nu acht in de Kamer), daar valt voor de PvdA weinig meer te halen. Maar de SP kan nog steeds op minstens een verdubbeling van het aantal zetels rekenen. Toch zal Bos het van de linkse stemmers moeten hebben, als hij nog omhoog wil in de peilingen. Zijn uitspraken na het lijsttrekkersdebat van afgelopen zondag zullen hem niet geholpen hebben. Bos zei toen juist te hopen dat er na 22 november iets te kiezen valt. Daarmee pleitte hij indirect voor de mogelijkheid van een linkse coalitie. Dat sterkt SP – en GroenLinks-stemmers alleen maar in hun overtuiging op hun honk te blijven in plaats van over te lopen naar de PvdA.

Onderzoek van bureau NetPanel/Ruigrok leert dan ook dat Bos nog verre van achterover kan leunen. Zoals verwacht is er weinig ‘grensverkeer’ tussen PvdA en CDA. Kiezers lopen nu eenmaal niet zo makkelijk van de ene naar de andere kemphaan. Uit de enquête onder bijna 1.300 kiezers blijkt dat PvdA-stemmers nu zelfs nog overlopen naar GroenLinks en de SP. Datzelfde geldt overigens voor CDA-stemmers die nu de oversteek naar de ChristenUnie nog maken. VVD-kiezers steken over naar het CDA of weten het niet meer. Ook PvdA en CDA-kiezers gaan twijfelen wat ze zullen stemmen.

Bos probeert natuurlijk wel om kiezers zijn kant op te halen. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam naar berichtgeving in de media over politiek blijkt dat het eerste grote lijsttrekkersdebat (afgelopen zondag in het Radio 1 Journaal) de focus in de campagne voor het eerst heeft verplaatst van de inhoud naar de horse-race, de strijd tussen de partijen en de politici.

Uit de analyse van duizenden artikelen uit zes landelijke dagbladen blijkt dat op 30 oktober en 1 november – de dagen na het radiodebat – CDA en PvdA elkaar flink hebben aangevallen. Die twee dagen ging bijna de helft van het politieke nieuws over de aanval van Balkenende op Bos („U bent oneerlijk en u draait.”) over diens standpuntwijziging over de versoepeling van het ontslagrecht. De reactie van de PvdA op Balkenendes aanval („Zo wil ik het debat niet voeren en ik verwacht die beleefdheid ook van u.”) was goed voor ruim een kwart van het nieuws.

De hamvraag is uiteindelijk wie het meest profiteert van de losgebarsten tweestrijd. Wint Bos bij een harde aanval van Balkenende, of verliest hij juist? Balkenende gokt erop dat kiezers waarde hechten aan zijn kwalificatie dat de PvdA oneerlijk is en draait. Bos’ imago van besluiteloos politicus wordt erdoor versterkt, hopen ze bij het CDA. Aan de andere kant biedt de positie van geattaqueerde Bos juist de mogelijkheid zich te profileren. Als staatsman die boven het ‘gekissebis’ staat.

De vraag rijst of de strijd tussen Bos en Balkenende niet op voorhand al een gelopen race is. Er zijn meerdere argumenten te bedenken waarom dat wél zo zou zijn. Vice-premier Gerrit Zalm (VVD) zei het enkele weken terug al: er bestaat een keihard verband tussen het consumentenvertrouwen en de verkiezingsuitslag. Als het consumentenvertrouwen hoog is, wint de zittende coalitie (alleen in 1989 was dat niet zo, het CDA bleef gelijk en de VVD verloor fors). En het consumentenvertrouwen zit nu op het hoogste niveau in vijf jaar. Het ondernemersvertrouwen is sinds het Centraal Bureau voor de Statistiek in 1985 begon te meten nog nooit zo hoog geweest. Bos weet dat en hij dekt zich op voorhand al in door te zeggen dat nog nooit een zittende premier met economische wind mee, verkiezingen heeft verloren.

Een tweede reden is het ongrijpbare fenomeen van de premierbonus, wat zoveel wil zeggen dat de grootste regeringspartij ook vaak forse winst boekt in de verkiezingen, mits de premier ook lijsttrekker is. Want hoewel de premier – zeker de afgelopen vier hervormingsjaren – de meeste kritiek heeft gekregen, geldt hier vaak dat álle aandacht mooi meegenomen is. Wie kritiek krijgt, krijgt namelijk ook kans zich te profileren.

De 1.300 ondervraagde kiezers hebben ook hun oordeel gegeven over de lijsttrekkers. Op de vraag wie er bekwaam is, scoorde Jan Marijnissen (SP) het hoogst (ruim 60 procent), op de voet gevolgd door ChristenUnie-voorman André Rouvoet. Bos scoort nog ruim boven de 50 procent, Balkenende net daaronder. Op de vraag of lijsttrekkers weten wat er leeft in het land, is het weer Marijnissen die wint (ruim 60 procent). Bos en Femke Halsema (GroenLinks) schommelen rond de 50 procent, Balkenende haalt net 30 procent, nog iets meer dan Rutte.

Ondanks de vele aandacht voor de strijd om het Torentje, scoren Bos en Balkenende dus gemiddeld als naar het vertrouwen in de lijsttrekkers wordt gekeken. Het uiteindelijke stembusgedrag wordt door meer bepaald dan de ratio van wetenschappers. Vanavond kunnen Bos en Balkende proberen meer kiezers aan zich te binden. Het debat op RTL 4 is de eerste grote confrontatie tussen de twee zónder al die bekwame lijsttrekkers van andere partijen.

Het onderzoek is na te lezen op www.kies2006.nl