Het komt mij aanwaaien

De Britpopzanger Badly Drawn Boy heeft een nieuwe cd gemaakt: ‘Born In The UK’. Het is zijn antwoord op Springsteens ‘Born in the USA’. „Ik kan niet trots zijn op mijn land.”

Badly Drawn Boy zet ontroering op muziek. Die tere gitaren, de zon in de strijkers, die hemelse koorzang – liedjes als Born In The UK, One Last Dance of Walk You Home Tonight lijken ons te willen zeggen dat het leven er is om bejubeld te worden.

Op een lauwe herfstdag zit Damon Gough alias Badly Drawn Boy aan een Amsterdamse gracht. Hij staart mismoedig voor zich uit. Zijn haar is grijs, zijn wollen muts zit scheef. „Muziek maken”, zegt hij, „is een nachtmerrie.” Hij steekt nog een sigaret op en neemt een slok water om zijn kater te bestrijden. „Ik weet niet of ik ooit nog een cd zal maken. Of ik het allemaal de moeite waard vind.”

Damon Gough (37) zat het hele afgelopen jaar in de studio, en het was ‘hel op aarde’: „De mensen met wie ik werkte hadden andere oren. Het geluid dat ik in gedachten had, bleek ongrijpbaar. En uiteindelijk viel het hele album tegen.”

Dus weg ermee. Een volledig voltooide nieuwe cd smeet hij vorig jaar in de vuilnisbak.

Maar nu is er toch een cd af: Born In The UK, de vijfde van eenmansband Badly Drawn Boy (37), uit Manchester. De liedjes hebben de montere toon van eerdere platen als Have You Fed The Fish (2002), en zijn debuut, The Hour Of Bewilderbeast (2000), maar er is meer aan de hand. Aan Born In The UK is te horen dat er lang aan geschaafd is. Zijn stem heeft een doorleefde ondertoon gekregen. En een liedje als Nothing’s Gonna Change Your Mind lijkt samengesmolten uit drie, vier afzonderlijke melodieën. Zo beweeglijk en symfonisch klonk Badly Drawn Boy niet eerder.

De dertien liedjes op zijn nieuwe cd kunnen zijn kritiek maar net doorstaan. „Mijn muziek is nu ineens ‘poppy’ ”, zegt Gough. „Maar dat wilde ik helemaal niet. Ik wil mysterieus zijn. Mijn grote voorbeeld van hoe iets moet klinken is nog altijd het nummer Song To The Siren van Tim Buckley, in de versie van This Mortal Coil (1984), dat is zo prachtig geheimzinnig. Ik krijg dat maar niet te pakken.”

Goughs stemming op deze middag is wisselend: alsof hij heen en weer wordt geslingerd tussen zelfhaat en visioenen van grootsheid. Nu eens haalt hij zichzelf naar beneden, dan weer ziet hij zich hoog op de Olympus temidden van zijn muzikale helden. „Liedjes en melodieën komen mij aanwaaien”, zegt hij. „Ik kan de hele dag wel liedjes schrijven, dat is het probleem niet. Ik had er voor deze cd ongeveer honderd gemaakt. Maar om een melodie betekenis te geven en de tekst passend te krijgen, dat is moeilijk. Het kost veel moeite om het moeiteloos te laten klinken. Ik wil net zo goed zijn als Dylan of Bruce Springsteen. Voor minder doe ik het niet.”

Hij steekt een nieuwe sigaret op en inhaleert diep. Dan zegt hij somber: „Hoewel Dylan ook wel eens zegt dat hij nog nooit een echt goede plaat heeft gemaakt. Ik ben nu trots op mijn nieuwe cd, maar ik vind nog altijd dat het beter kan. Ik hoop steeds dat er nog betere liedjes uit mij komen. Maar misschien is dit mijn hoogtepunt.”

Badly Drawn Boy maakte

zijn debuut in 2000. Voor die cd, The Hour Of Bewilderbeast, kreeg hij meteen de Mercury Prize, de belangrijkste Britse muziekprijs. Hij werkte ook samen met DJ Shadow aan liedjes voor het project UNKLE, en leverde de liedjes bij de verfilming van About A Boy, naar het boek van Nick Hornby, die hem daarvoor zelf had uitgenodigd. Sinds zijn plotselinge opkomst zes jaar geleden draagt Damon Gough altijd een wollen muts en beweegt hij zich op onopvallende manier door het Engelse sterrensysteem. Hij heeft, ook in Amerika, aardige aantallen cd’s verkocht. Maar zijn grootste extravagantie is nog altijd een caravan in Noord-Wales, zegt hij.

Tot zijn dertigste was Gough fabrieksarbeider in Manchester. „Ik schreef altijd liedjes, al sinds ik een jaar of twintig was. Maar ik had geen ambitie om popzanger te worden. Ik werkte en ik voetbalde. Dat was het. Pas toen ik een jaar of vier had geklooid met opnamen op een 4-trackrecorder, merkte ik dat ik een paar goede liedjes had. Ineens besefte ik dat dat was wat ik wilde doen. Maar misschien had ik het bij het verkeerde eind. Misschien was er toch nog iets anders. Dat denk ik soms, als ik zo aan het ploeteren ben.”

Zijn grote voorbeeld was Bruce Springsteen. „Zijn liedje Thunder Road, was het eerste dat ik van hem hoorde. Dat nummer heeft mijn leven veranderd.” Hij zingt zachtjes de eerste regels voor zich uit: „The screen door slams/ Mary’s dress waves/ Like a vision she dances across the porch”.

Born In The UK, de titel van Goughs nieuwe cd, is zijn antwoord op Springsteens Born In The USA. „Het goede aan zijn nummer is dat je meteen hoort dat het niet patriottistisch is. Het feit dat ik geboren ben in de UK, is voor mij tegenwoordig ook een probleem. Ik kan niet trots zijn op mijn land.”

In het liedje Born In The UK wordt teruggekeken naar de tijd dat Groot-Brittannië nog een land was om van te houden, zegt Gough. „Ik noem een aantal momenten die voor mij belangrijk waren. De warme zomer van 1976, de liedjes van Jilted John, en over punk: ‘Vicious and his brothers’.”

Born In The UK heeft een nostalgische lading. Waarom zingt Gough niet over het heden? „Ik wil niet politiek zijn, omdat ik niet van eenduidige teksten houd. Ik heb liever dat ze op meer niveaus te begrijpen zijn. En ik houd me op de vlakte, omdat teksten tegenwoordig maar al te makkelijk verkeerd uitgelegd worden.” Is hij bang? „Ik heb een gezin met jonge kinderen, ja, ik ben bang.”

In het omfloerste universum van Badly Drawn Boy springt één regel er uit: ‘Making love without a kiss’. Waar staat dat voor? „Seks zonder liefde, het is een metafoor voor ‘iets doen zonder betrokkenheid’, zonder je hart. Ik vond die regel moeilijk om te zingen, hij is me eigenlijk te expliciet. Ik vind mezelf geen provocateur. Dit zinnetje kwam in me op en ik probeerde het nog de kop in te drukken. Maar besloot toen dat ik het toch een kans moest geven.”

De laatste zeven jaar zijn

hem zwaar gevallen, zegt hij. „Iedereen vindt muziek belangrijk en iedereen heeft er een mening over. Ik ken maar één uitzondering. Ik zat eens in een taxi in New York en op de plaats van de radio zat een gat. Ik vroeg de chauffeur of z’n radio gestolen was. Nee, zei hij, hij had de pest aan muziek, dus had hij de radio eruit getrokken en weggegooid. Dat vond ik wel verfrissend. Maar de meeste mensen nemen muziek dodelijk serieus. Ook mijn muziek. Ze drinken het in, waarna ze het gevoel hebben dat ze me helemaal kennen.” Hij schiet zijn peuk in de gracht en wrijft hard over zijn gezicht. „Dat leidt tot een rare, ongelijke relatie tussen mij en de luisteraar”, mompelt hij.

En net als je denkt dat Badly Drawn Boy aan zelfmedelijden ten onder zal gaan, heeft hij een verrassing. In de vorm van een sprankelend optreden, diezelfde avond in de uitverkochte bovenzaal van Paradiso. Samen met toegewijde muzikanten zingt Gough een grote selectie nieuwe en oude liedjes. Hij speelt afwisselend gitaar en piano en schakelt ook hier van zelfbeschimping over op euforie. Een van de mooiste nieuwe nummers, Nothing’s Gonna Change Your Mind, leidt hij in met de woorden: „I hate this song. It’s a pain in the ass. It’s my new single, Nothing’s Gonna Change Your Mind.” Dan dankt hij het publiek voor zijn komst, in het bijzonder „al die mooie vrouwen die naar me wilden komen kijken.”

Over het volgende liedje zegt hij: „Dit schreef ik toen ik elf was. Ik was het helemaal vergeten, en toen kwam ik een vrouw tegen die het van me heeft gestolen. Zij kreeg er een wereldhit mee.” Met onvaste falsetstem begint hij het nummer: Like A Virgin.

‘Born In The UK’ (EMI) is nu uit. Op 31 januari 2007 treedt Badly Drawn Boy op in Paradiso.