Het herfstcollege

Bomen doen weinig om je aandacht te trekken. Hun aanwezigheid lijkt vanzelfsprekend. Deel vijf van een nieuwe serie.

„...het groene chlorofyl wordt afgebroken...” Foto Sake Elzinga Nederland - Gelderland - 26-10-2006 Gevallen herfstbladeren in de bossen op de veluwe. Foto: Sake Elzinga bladeren, bos Elzinga, Sake

Je hebt een met weilandjes belegde heuvel en aan één kant ervan loopt in een mooie boog een beukenlaan omhoog. De hele zomer kijk je daar tegen een egale groene wand aan. Dan verschijnt het eerste geel bovenin dit groen en dat breidt zich langzaam uit, langzaam valt die wand in afzonderlijke bomen uiteen. Dat is de herfst: bomen die hun vermomming afleggen en zich eens uitschudden.

Het heeft lang geduurd dit jaar. Op 11 oktober zag ik volop ganzen trekken boven de Rheder en Wordtrheder Heide. Ze schrijven de V van vorst, zei een oude man in mijn familie altijd. Maar die dag was het ruim twintig graden. Spookachtig.

Toch vallen ten slotte de blaadjes. Bomen reageren niet alleen op de temperatuur, maar ook op de daglengte. „Ze anticiperen op de winter”, zeg ik.`„Dat gaat te ver”, reageert Frits Mohren. „Het is meer dat ze zijn aangepast aan wisselende omstandigheden.” Hij is 49, hoogleraar bosecologie en bosbeheer in Wageningen.

Boomblad is bezet met talloze huidmondjes waarmee CO2 wordt opgenomen uit de lucht. De prijs daarvoor is verdamping. Een beuk kan op een zomerdag 300 à 400 liter water verliezen.

„Vanuit de bladeren”, zegt Mohren, „ontstaat zodoende een enorme zuigspanning. Als het wortelstelsel dan in gebreke blijft, kun je waterdraden in de boom hóren knappen. Daar hebben we opnamen van.”

Naarmate de temperatuur daalt, verloopt de CO2-opname minder efficiënt. Op zeker moment wegen de baten niet meer tegen de kosten op. De boom stopt met groeien. Hij trekt de nog bruikbare bestanddelen uit zijn bladeren terug en slaat ze elders (voornamelijk in het spinthout) op voor het volgende groeiseizoen. (Kijk eens aan, bomen anticiperen zelfs al op een nieuwe lente).

Het groene chlorofyl wordt afgebroken, het gele xanthofyl en rode anthocyaan worden zichtbaar. Intussen heeft de boom een kurklaagje gevormd tussen zichzelf en de bladsteel. Bladeren kunnen dan nog geruime tijd blijven zitten, maar de verbinding is verbroken. Wondjes zijn af afgedekt voordat ze kunnen ontstaan.

„Een boom heeft in principe het eeuwige leven”, verklaart Mohren in dit verband. „Hij moet zich alleen voortduren teweerstellen tegen van buiten komend onheil.” Bij verwondingen bestaat dat vooral uit schimmelinfecties.

Zoals gezegd: bomen reageren niet alleen op de temperatuur, ze reageren ook op de daglengte. „Dat weet ik zelf ook niet precies”, zegt Mohren als ik vraag hoe dát dan werkt. „Allemaal hormonale processen.”

In ieder geval moeten bomen die geen schade ondervonden van plotseling invallende vorst, in onze klimaatzone een aanmerkelijk evolutionair voordeel hebben gehad.

Uiteindelijk, met het intreden van de winter, dalen ook in de bodem de temperaturen. Daarbij wordt een punt bereikt waarop de haarvaten van het wortelstelsel helemaal geen water meer kunnen opnemen. Het gevaar waartegen een boom zich wapent in de herfst is dus verdroging. Hoe nat de winter ook mag worden, voor bomen is dit het droogste jaargetij. (Verder mag je aannemen dat het ook beter is geen blad te dragen bij zware sneeuwval of windkracht 10).

Het telkens weer afwerpen en aanmaken van bladeren is overigens een duur systeem. „Een loofboom besteedt veertig procent van zijn assimilatie aan bladvorming”, zegt Mohren. „Naar verhouding kunnen naaldbomen meer doen aan de vorming van wortels of stam.” Maar het loont kennelijk de moeite: de meerderheid van onze inheemse boomsoorten bestaat uit loofbomen. Van onze naaldbomen, die veel zuiniger met water omgaan, zijn in feite alleen de taxus en de jeneverbes en, met zekere kanttekeningen, de grove den inheems.

En om hoeveel blaadjes gaat het nu eigenlijk? Een beetje beuk heeft er 300.000. Uitgesproken onwetenschappelijk was natuurlijk de gedachte dat hij die allemaal laat vallen om de vruchten die hij eerder heeft laten vallen, zachtjes toe te dekken voor de kou. Bovendien: welke kou?