Dit land snakt naar politici met een visie

Na vier jaar Balkende is het vertouwen in overheid en politiek nog altijd minimaal.

Dat blijkt uit het online-onderzoek 21minuten.nl.

Ze zouden het helemaal anders doen, zeiden politici in 2002. Ze hadden de boodschap begrepen. Ze zouden meer luisteren, de wijken in, de markten op, geen ambtelijke oplossingen meer bedenken, geen belangrijke problemen negeren. Zo erg waren ze geschrokken, toen Pim Fortuyn ze postuum van 26 Kamerzetels beroofde en zijn partij de tweede van het land werd.

Is er echt wat veranderd? Op het Binnenhof lijkt de rust teruggekeerd. De nazaten van Fortuyn dreigen hun laatste zetels kwijt te raken – en de opvolgers ‘op rechts’ kunnen volgens peilingen niet op veel zetels rekenen. Maar een nieuwe politiek?

Nee, zegt een grote meerderheid van de bevolking, zo blijkt uit het onderzoek 21minuten.nl. Deze door McKinsey opgezette online-enquête werd de afgelopen zes weken door 170.000 mensen ingevuld. Het onderzoek wil een zo goed mogelijk beeld geven van de opvattingen van de bevolking over sociaal-economische kwesties die van belang zijn voor de toekomst van Nederland.

Over hoe politici hun werk doen, bestaat nog steeds veel ontevredenheid, laten de resultaten zien. Een paar voorbeelden. Slechts 16 procent van de politici praat volgens de ondervraagden met kennis van zaken over onderwerpen. Niet meer dan 6 procent van de politici heeft, zeggen zij, een goed contact met de bevolking. En slechts een vijfde van de politici handelt volgens hen in het landsbelang.

Om meer over de achtergrond van die cijfers te weten te komen, sprak deze krant met 25 deelnemers aan de enquête. De teneur van die gesprekken stemt overeen met de uitkomsten van het onderzoek.

Een belangrijke oorzaak voor het geringe vertrouwen in politici is hun wisselvalligheid. Ze komen steeds terug op hun afspraken, geven overal hun eigen draai aan en maken elkaar zwart, zeggen de ondervraagden.

Neem Bert Loseman, voormalig ambtenaar bij het ministerie van Landbouw. „Politici hebben altijd een schuin oog op de camera gericht”, zegt hij. „Daardoor worden er soms slechte keuzes gemaakt.”

De indruk bestaat dat veel politici eigenlijk niet weten wat ze met het land willen.

„Als je werkelijk visie hebt, kijk je niet steeds naar de metertjes van Maurice de Hond”, zegt Bas Wiegmans, managementtrainer en paardentransporteur uit Kwintsheul. Politici die er blijk van geven een visie te hebben, kunnen op meer waardering rekenen, meent Wiegmans. Zélfs als ze voor hun plannen grote maatschappelijke weerstand moeten overwinnen, zoals Hoogervorst met zijn stelselwijzing van het ziekenfonds.

Terugkrabbelen als plannen slecht vallen, versterkt het gevoel dat het politici om macht en kiezers gaat – en niet om ideeën.

Daan van Hoeke, een 35-jarige computerprogrammeur uit Hilversum: „Kijk naar Wouter Bos, die fiscalisering van de AOW voorstelt, maar dat bij tegenwind meteen weer terugtrekt. Dan ben je wel heel erg bezig met de vraag wat de kiezers van je willen. Je moet toch ideeën hebben? De grootste partij worden kan toch geen doel op zich zijn?”

Het is simpel, concluderen de ondervraagden. Buigen bij tegenstand leidt tot ongeloofwaardigheid. Wie in zijn eigen woorden gelooft, past zijn plannen niet aan als hij aangevallen wordt. Hij verdedigt ze dan juist met verstand en passie.

De deelnemers aan de gesprekken zeggen dat ze snakken naar politici met eigen overtuigingen. Politici met vergezichten. Politici die met verstand van zaken praten over grote thema’s als de kosten van de vergrijzing, het onderwijs, de economische concurrentie uit het verre oosten, het fileprobleem.

Hoe het in de praktijk misgaat, is goed te zien in het onderwijs, zegt Andrea van Elsas, een 40-jarige bioloog die voor Organon geneesmiddelen ontwikkelt. Hij zat op de school van zijn kinderen in de medezeggenschapsraad.

Van Elsas: „Goedwillende leraren verzuipen in de regels uit Den Haag. Leerlingen die achterblijven kunnen niet genoeg worden geholpen. Voor dyslectische kinderen is nauwelijks extra begeleiding.” Niet dat de school niet wil, zegt Van Elsas, maar het woud van regels maakt het onmogelijk te doen wat nodig is.

Niet alleen ontbreekt het aan visie, politici laten zich in hun onderwerpkeuze ook nog eens leiden door media-aandacht. Hoe lekker ligt een onderwerp, dat is vaak de drijfveer.

„Politici hebben het nauwelijks over the big picture”, zegt computerprogrammeur Daan van Hoeke. „Als een scholier van zijn fiets valt omdat zijn schooltas te zwaar is, als Lingo wordt afgeschaft, als er een TBS’er ontsnapt, ja dán worden er Kamervragen gesteld. Ze kijken niet naar het systeem, maar naar incidenten. Een quootje in de media, dat vinden Kamerleden interessant.”

Het parlement voert zijn controlerende taak slecht uit, zeggen veel geïnterviewden. Ze vergelijken de politiek graag met het bedrijfsleven. Draaien, afspraken niet nakomen, grote problemen negeren, buiten het Binnenhof zou dat niet kunnen, denken ze.

„Dan was ik al gauw het lachertje bij de boomkwekerij”, zegt Peter van Klaveren, kweker in Boskoop. Als hij op zijn werk iets toezegt, wordt hij daaraan gehouden.

Omdat politici zo op elkaar lijken, weet 45 procent van de ondervraagden niet op welke partij ze moeten stemmen. Sommige ondervraagden lezen partijprogramma’s, bijna allemaal vinden ze dat ze de politiek goed volgen – maar het helpt ze niet.

Van de 170.000 deelnemers aan de enquête weet 24 procent helemaal niet voor welke partij ze op 22 november gaan kiezen. 21 procent heeft wel een idee, maar twijfelt daar ook weer aan. Veel ondervraagden die al wel een keuze hebben gemaakt, doen dat niet uit overtuiging: eenvijfde noemt als belangrijkste overweging bij de keuze het feit dat andere partijen hen „nog minder aanspreken”.

Het wantrouwen van de ondervraagden wordt ook gevoed door de overtuiging dat partijen na de verkiezingen niet zullen doen wat ze beloofd hebben. Omdat partijen inwisselbaar zijn, zijn ook de kiezers onvoorspelbaar in hun stemgedrag. Van de deelnemers aan de enquête die hun keuze al hebben bepaald, stemt meer dan de helft op een andere partij dan bij de vorige verkiezingen, in 2003. De meerderheid van degenen die hun stem al hebben bepaald, zegt niet te weten waar die partij dan precies voor staat.

Toch twijfelen weinigen aan de goede bedoelingen van politici. Maar onder druk van het systeem, de media en hun eigen ambities gaat het mis.

„Velen gaan met idealistische motieven de politiek in”, zegt Lex Kapteijn, een gepensioneerde uit Woerden. „Maar als ze onder de Haagse stolp komen, begint het handjeklap. Als ik dit doe voor jou, doe jij dan dat voor mij. Daar word ik wel eens cynisch van.”

Een enkeling legt de schuld bij kiezers. Zoals paardentransporteur Bas Wiegmans. „Ik vind ook dat de politiek disfunctioneert. Maar elk volk krijgt de leiders die het verdient.”

Of Lize Beekman, oud-medewerkster van D66. „We zijn een kinderachtig land: we denken dat alles kan. En als het dan niet lukt, geven we de politiek de schuld. Het klinkt té CDA, maar mensen moeten hun eigen verantwoordelijkheid eens nemen.”

Het eindrapport van het onderzoek is vanaf 11.00 uur te lezen op www.21minuten.nl of 45505 naar 7585.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel ‘Dit land snakt naar politici met een visie’ in nrc.next van vrijdag 3 november stond „Slechts 16 procent van de politici praat volgens de ondervraagden met kennis van zaken over onderwerpen. Niet meer dan 6 procent van de politici heeft, zeggen zij, een goed contact met de bevolking. En slechts een vijfde van de politici handelt volgens hen in het landsbelang.” Dit moest zijn: „Slechts 16 procent van de burgers vindt dat politici met kennis van zaken over onderwerpen praten. Niet meer dan 6 procent van de burgers vindt dat politici een goed contact hebben met de bevolking. En slechts een vijfde van de burgers vindt dat politici handelen in het landsbelang.”