Digitale derby

Vroeger had je buurtclubs. DWS of Blauw-Wit (Amsterdam), Sparta of Excelsior (Rotterdam), Velox of DOS (Utrecht): dat waren werelden van verschil. Noem het geborneerd, dat gekeutel dat iedereen van de andere buurtclub per definitie fout was, maar leuk was het wel. Voer voor dichters. Daarna kreeg je stadclubs. De betere buurtspelers trokken naar de topclubs uit de grote steden, op zoek naar geld en glorie. En nu, in het digitale tijdperk, loopt alles door elkaar, niemand hoort nog echt ergens bij. En toch, onuitroeibaar, de behoefte om de ander een Enkele Reis Hel te wensen staat fier overeind.

Zo begint het in de pas veertienjarige geschiedenis van de Champions League wat Barcelona en Chelsea betreft al aardig de kant op te gaan van de aloude Gelderse derby NEC-Vitesse. Achttien fysieke kilometers tussen Nijmegen en Arnhem, of 1.434 tussen Londen en Barcelona: het verschil teert weg. In het virtuele universum van het topvoetbal heeft Barcelona-Chelsea alhaast de allure van een derby gekregen.

De multimiljonairs uit Noord-Spanje en Zuid-Engeland hebben elkaar de afgelopen jaren zo vaak bestreden dat sprake is van een rivaliteit die antiek, dus kleurrijk aandoet. Ze kunnen elkaar niet uitstaan. Dat hebben de organisatoren van de Champions League dan toch maar bereikt.

Het gaat in dit commerciële circus inmiddels om veel meer dan om geld alleen. Om eer, om wraak, om laten zien dat je flinker bent. Karaktertrekken die onlosmakelijk aan voetbal verbonden zijn – kleinzerigheid, zwakke zenuwen – kwamen in het laatste duel tussen Chelsea en Barcelona zo mogelijk nog beter tot hun recht dan voorheen. Allemachtig, wat een wedstrijd.

De verzameling duurbetaalde globetrotters in Camp Nou vielen dinsdag over elk been, plantten hun noppen in iedere vijandige buik waar ze zicht op kregen, provoceerden als miskende kleuters, protesteerden tegen iedere beslissing, veroorzaakten negentig minuten lang chaos en opwinding en trakteerden de naar adem happende toeschouwers ook nog eens op vier heerlijke goals, waarvan de laatste, de 2-2 gelijkmaker, in blessuretijd. Scenario voor een thriller.

De poulewedstrijd was niet van het grootste belang. Juist daarom waren de juichende knieval van Chelsea-trainer Mourinho en het uitzinnig naar de scheids rennen door de anders gereserveerde Barcelona-trainer Rijkaard zo schilderachtig. Kennelijk hadden de incidenten rondom de voorafgaande edities al voor ruim voldoende munitie gezorgd. Er is genoeg historie voor geborneerdheid.

De aanstellerijtjes tussen de ‘eeuwige rivalen’ en de beledigingen en verdachtmakingen die aan de wedstrijd vooraf waren gegaan, hadden iets geruststellends. In de kern van de zaak is alles nog hetzelfde.