Dianne Reeves schittert met vrijblijvend freestylen

Concert: Dianne Reeves. Gehoord: 2/11, De Doelen, Rotterdam

Door Amanda Kuyper

Haar hand wijst de weg in haar solo’s. Heft ze hem op, dan buigt haar stem mee de hoogte in. Zakken de vingers, dan dwarrelen de noten mee omlaag, hun voorgangers nog net even rakend. Een samengebalde vuist is vanzelfsprekend kracht. Het mag luid, groots en overdadig. En meeklappend op het been stelt de hand vooral gerust: alles onder controle, kijk maar wat er nog verder valt te avonturieren.

Het was onbegrijpelijk dat een zangeres van het kaliber Dianne Reeves, die met generatiegenoot Cassandra Wilson tot de internationale top van jazz-zangeressen behoort, gisteravond geen overvolle zaal trok in de Rotterdamse Doelen.

Heel Amerika kust – vooral nadat Reeves onlangs haar vierde Grammy heeft gewonnen – namelijk de voeten van deze jazzdiva. Kennelijk verkeert de relatie tussen het North Sea Jazz Festival en de Grote Zaal van De Doelen voor de serie ‘Internationale jazzcoryfeeën’ nog in een verkennend stadium.

Met een nieuwe opvallend korte coupe liet de jazzvocaliste uit Denver haar wendbare contra-alt gisteravond alle kanten op glijden. Dat deed ze in een gemengd repertoire, gegrabbeld uit alle hoedendozen van haar carrière. Onlangs werd Reeves vijftig – vandaar misschien haar nieuwe haardracht – dus er viel springend van genre naar genre veel te kiezen.

Zo bracht ze met haar trio, pianist Peter Martin, bassist Rueben Rogers en drummer Greg Hutchinson, een doorleefde standard Skylark, een hard aangezette versie van Jobim’s Once I Loved en een souljazz variant van een liedje uit haar jeugd: de Temptations Just My Imagination.

Even leek Reeves helemaal voorbij te gaan aan het repertoire waarvoor ze begin dit jaar erkenning kreeg: haar evenwichtige, mooi vertolkte bijdrages op de soundtrack van Good Night, and Good Luck. Maar ingeleid door de bas van Rogers vormde ze toch nog de platgezongen klassieker One For My Baby om tot een zwoele nachtclubhit.

Op haar best is de zangeres wanneer ze met ritmische virtuositeit aan het improviseren slaat. Ze beheerst de techniek van het scatten als geen ander, maar in een woud van ronde noten klinkt dat soms erg tuttig.

Het is juist het veel vrijblijvende soort freestylen op een ter plaatse bedachte melodie waarmee ze schitterde. Zo werd Reeves’ stormachtige wandeling door de straten van Rotterdam een schilderachtige en geestige jazzimpressie.