De heilige hoeksteen

De film ‘Little Miss Sunshine’ van het duo Jonathan Dayton en Valerie Faris laat weinig heel van de typisch Amerikaanse waarden. In de Verenigde Staten is de film een hit en ook in Nederland lijkt succes verzekerd.

Bush en Balkenende opgelet. De nieuwe hoeksteen van de samenleving ziet er als volgt uit: een heroïnesnuivende grootvader, een mollig would be-schoonheidskoninginnetje, een suïcidale Proust-lezende homo, een mislukte motivatiecoach, een door Nietzsche geïnspireerde puber met een zelfopgelegde zwijgplicht en een goedbedoelende moeder die het hele stel net zoals alle moeders overal ter wereld bij elkaar probeert te houden. Hier zijn de Hoovers. Welkom in de 21ste eeuw. Leve het disfunctionele gezin. We zien het graag in films, zeker als alles erger misloopt dan achter je eigen voordeur. Zelden gebeurde dat met meer liefde dan in Little Miss Sunshine, waarin de hele misjpoge in een wrakkige knalgele Volkswagenbus reist van Albuquerque (Amerikaans voor the middle of nowhere) naar Redondo Beach (door Patti Smith bezongen als een van de meest troosteloze Californische badplaatsen), opdat dochter Olive misschien wel de ‘Little Miss Sunshine’-titel zal winnen.

Familiewaarden zijn niet direct het hipste onderwerp voor een film. Zeker niet van een regisseursduo dat bekend werd met zijn videoclips voor rock ‘n’ roll-rebellen REM, The Smashing Pumpkins en Red Hot Chili Peppers. Maar partners in live & crime Jonathan Dayton (1957) en Valerie Faris (1958) komen ermee weg. Hun speelfilmdebuut gaat dan ook niet, zoals ze deze zomer, elkaar voorturend in de rede vallend, in Londen vertelden „over familiewaarden, maar over de waarde van families.” En dat is, zo blijkt uit de film, iets heel anders.

In de Verenigde Staten was Little Miss Sunshine begin dit jaar op het Sundance-filmfestival zo’n hit dat studiogigant Fox naar verluidt tien miljoen dollar neertelde voor de wereldwijde distributierechten. En dat voor een film die naar Amerikaanse begrippen voor het bescheiden bedrag van acht miljoen dollar was gemaakt. Maar Fox gokte goed: tot nu toe heeft de film alleen al in de VS 57 miljoen dollar opgebracht. Ook in Nederland, waar Little Miss Sunshine vorige week in première ging, lijkt de film een succes te worden.

In Little Miss Sunshine worden de drie pijlers van de Amerikaanse samenleving aangepakt: de Amerikaanse droom dat iedereen het kan maken, met als gevolg een ‘winners and losers’-maatschappij, en daarnaast het gezin als hoeksteen van de samenleving. Het gaat dus over competitie versus solidariteit. Vanwaar de behoefte om met die Amerikaanse omstandigheden af te rekenen?

Jonathan Dayton: „Little Miss Sunshine begint met de zin: ‘Er zijn twee soorten mensen in de wereld. Winnaars en verliezers.’ Toen we het script voor de eerste keer lazen waren we meteen bij die zin al om. Dat is de mentaliteit die we om ons heen zien. Die is eigenlijk te mal voor woorden. In de Verenigde Staten zijn uitdrukkingen als ‘winnaars en verliezers’ of ‘het gezin’ politiek beladen termen geworden. Neem het gezin. Wij hebben drie kinderen en vormen dus een gezin. Heel natuurlijk. Maar ondertussen zijn we op een walgelijke en perverse manier onderdeel geworden van de politieke demagogie.”

Valerie Faris:

„Het gezin is in Amerika de heilige hoeksteen van de samenleving. Democratische en conservatieve presidenten hebben er de mond van vol. Maar wat doen ze voor al die gezinnen? Ze bezuinigen op onderwijs! Wat wij wilden laten zien…’’

JD: „… is dat je je op een dieptepunt in je leven kunt bevinden, dat je je rottig kunt gedragen tegen de mensen die je het dierbaarst zijn, dat je dan toch bij de familie terecht kunt. Dat gaat niet over familiewaarden…”

VF: „… maar over de waarde van families!”

JD: „Waar het ons om ging was het heroveren van waarden die politiek gecorrumpeerd zijn. Vader Richard (Greg Kinnear) is het slachtoffer van het idee dat als je maar goed je best doet je alles kunt bereiken wat je wilt. Daarom denkt Olive (Abigail Breslin) die totaal geen beauty queen is, dat zij er toch eentje kan worden.”

VF: „En dan heb je grootvader Edwin (Alan Arkin) die haar leert inzien dat het niet om winnen gaat, maar…”

JD: „… om je best doen!”

JD: „Het is niet zo dat we het verliezen willen verheerlijken. We vragen ons simpelweg af waarom de maatschappij zo gericht is op competitie.”

VF: „Waarom mensen die niet winnen meteen verliezers zijn.”

JD: „Iedereen heeft grote dromen. Ik zie het aan onze zoons die in slow motion dromen dat ze Michael Jordan zijn. Dat is normaal, dat hoort bij de kindertijd. Maar als je volwassen wordt, dan horen dat soort dromen zonder blijvende pijn te verdwijnen. Amerika is een land waarin volwassenen wordt geleerd te dromen dat ze Michael Jordan zijn. Dat is infantiel. Het is zo Amerikaans om te zeggen: “Kijk eens, dit ben ik. En dan iemand al je prijzen en diploma’s aan de muur te laten zien.”

VF: „Iedereen in Little Miss Sunshine raakt z’n dromen kwijt. Olive is geen schoonheidskoningin. Haar broer Dwayne (Paul Dano) kan geen piloot worden. Oom Frank (Steve Carrell) komt erachter dat het geen zin heeft om de een-na-beste Proustiaan van Amerika te willen zijn. Zelfs moeder Sheryl (Toni Colette) ontdekt dat je in een gezin niet alle problemen met liefde kunt gladstrijken. En toch heb je aan het einde van de film het gevoel dat je naar de gelukkigste familie op aarde hebt zitten kijken.”

JD: „Dat moet óók. Want er is maar één goede reden om naar de film te gaan: vermaakt willen worden.”

‘Little Miss Sunshine’ is niet

de eerste film die de missverkiezing als metafoor gebruikt voor de opvatting waarin schoonheid en winnen synoniem zijn, maar hij slaagt er wel in om aan het eind met een originele kijk op die thematiek te komen. In filmkringen is het einde verklappen een doodzonde. Maar omdat Jonathan Dayton en Valerie Faris zelf ook dolgelukkig met de slotscènes van hun film zijn, willen ze er, met een omweg, toch wel iets over kwijt. Met als voorwaarde dat de lezer bij voorbaat gewaarschuwd is voor spoilers: informatie die het kijkplezier kan verpesten.

VF: „De hele film is tamelijk ongedwongen, bijna geïmproviseerd opgenomen.”

JD: „Het was voor ons belangrijk om de scènes in de Volkswagenbus ook echt in de Volkswagenbus te draaien. De film is dan ook in chronologische volgorde opgenomen. Dat is bij een road movie relatief makkelijk. Maar we wilden het ook om het voor de acteurs zo realistisch mogelijk te maken. Het is het makkelijkste voor acteurs om zich in de situatie te bevinden die ze moeten spelen. Dus als hun auto het begeeft, dan moeten ze hem ook echt aanduwen.”

VF: „Als je goed kijkt, zie je dat ze op die momenten allemaal even uit hun rol vallen. Dan zijn ze gewoon een groepje mensen dat plezier heeft. Omdat we maar zo’n dertig draaidagen hadden, hebben we veel gerepeteerd en tijdens de voorbereiding gewerkt aan het kweken van een band tussen de zes verschillende acteurs.”

JD: „We zijn op een soort family bootcamp geweest.”

VF: „Ze zijn ook een dagje gaan bowlen.”

JD: „Helemaal als hun personages.”

VF: „En grootvader Alan Arkin heeft filmkleindochter Abby goocheltrucjes geleerd.”

JD: „Dat hebben we gefilmd als een documentaire.”

VF: „Die komt op de dvd.”

JD: „En zo komen we chronologisch bij het einde van de film aan…”

VF: „Olive’s optreden bij de missverkiezing was de scène van de slapeloze nachten. De enige die we shot voor shot gepland hebben en die helemaal is gechoreografeerd. Het is dus, en zij die de film nog niet hebben gezien, willen dit misschien niet weten, een stripteaseact. Maar het mocht er absoluut niet sexy uitzien.”

JD: „De seksuele connotatie is voor rekening van de toeschouwer. We hebben dan al die enge schoonheidskoninginnetjes gezien…”

VF: „Dat zou ik niet eng noemen.”

JD: „Het zijn een soort minimensjes, kindvrouwtjes met maniertjes die tegelijk seksueel en onerotisch zijn. Dat heeft toch iets engs.”

VF: „We hebben daar alleen maar met de camera tussendoor hoeven lopen.”

JD: „En Olive’s stripteaseact… dat is het mooie en het beangstigende van film maken. Opeens gebeurt er iets wat je niet hebt durven bedenken omdat je bang was dat het ranzig zou worden. Abigail had een act voorbereid, echt onschuldig, zoals een kind dat doet, een verkleedpartijtje. Tijdens het filmen, begonnen alle verschillende betekenissen die je aan die scène kunt geven te verschuiven. Dan gaat de slapsticklach over in de emotionele lach. Het was sowieso belangrijk om niet óm…”

VF: „… maar mét ze te lachen.”

JD: „Het gekke is dat we het nummer Superfreak pas in de montage onder die bewuste scène hebben gezet. En toen viel alles op z’n plaats. Deze scène is een van de meest mysterieuze van de film. Het is voor alle personages een doorbraak. Er is iets in hun levens gebeurd, maar er zijn nog veel open vragen. Hoe gaat het nu met ze verder? Dat durf ik niet te beantwoorden.”

Little Miss Sunshine is te zien in 30 bioscopen.