Comedy is even informatief als nieuws

Het hipste politieke programma in de VS is een comedy show. Dat zegt iets over de politiek, maar meer nog over de Amerikaanse nieuwsprogramma’s.

Amerikanen die tijdens de campagne in het openbaar een politicus willen ontmoeten, hebben het niet gemakkelijk. Wie wil betalen kan altijd terecht – dan ga je naar een fundraiser: een diner waar een prominente spreker de regionale kandidaat aanprijst. Maar wie er geen geld voor over heeft, en er zelf op af wil gaan, maakt weinig kans: vrijwel geen politicus geeft zijn agenda aan het publiek prijs.

De officiële verklaring van woordvoerders in Californië, Tennessee en Illinois is dat er te veel onzekerheden zijn om het reisschema te publiceren. Lokale verslaggevers hebben een andere lezing: kandidaten willen per se vermijden dat ze de mist ingaan bij een spontane ontmoeting die kan worden geregistreerd door media. In de Amerikaanse politiek is toeval kortom afgeschaft. Het aangeleerde gedrag dat eruit voortkomt – van politici en journalisten – wordt dagelijks op de hak genomen door twee programma’s die zijn uitgegroeid tot de hipste politieke shows van het land: de Daily Show met Jon Stewart en Colbert Report.

De Daily Show is de lichtere – en populairste – variant. Het programma heeft een progressieve ondertoon. Republikeinen die vertellen over de vooruitgang in Irak, ze zijn vrijwel dagelijks op televisie, worden weggelachen in de rubriek ‘Mess O’Potamia’. Komieken spelen verslaggevertje op locatie. Debatten waarmee kabelstations hun tijd vullen – vaak schreeuwpartijen tussen linkse en een rechtse ‘deskundigen’ – worden belachelijk gemaakt door kinderen de transcriptie voor te laten lezen.

Onderzoek leerde twee jaar geleden dat de Daily Show voor ruim twintig procent van 18 tot 29 jarigen de primaire bron voor politiek nieuws is geworden. Politici treden stelselmatig op in het programma. Het heeft daardoor iets van een spiegelpaleis gekregen: Stewart wordt erom bekritiseerd dat hij, na de grappen, vergeet zijn gasten lastige vragen te stellen – wat Stewart weerlegt door te zeggen dat hij entertainer is, geen journalist.

Maar het feit dat politici er graag optreden tekent vooral dat „hun adviseurs inzien dat het programma invloed heeft’’, zegt Julia Fox, wetenschappelijk onderzoeker van de universiteit van Indiana. „Ze weten dat ze er de maatschappelijke voorhoede mee bereiken – op die groep heeft de Daily Show invloed.’’

Fox deed vorige maand een voorpublicatie van een studie die volgend jaar uitkomt. Er blijkt uit, zegt ze, dat het inhoudelijke gehalte van de Daily Show niet onderdoet voor nieuwsuitzendingen van grote televisiestations. „De Daily Show voegt er alleen grappen aan toe.’’

De bevinding is vooral pijnlijk voor de nieuwsrubrieken. „Het is een aanklacht voor ze.’’ Het televisienieuws maakt al sinds eind jaren tachtig een neergang door, zegt Fox. Zij stelde dat eerder vast in een onderzoek naar de verslaggeving van presidentiële campagnes van 1988 tot en met 2000.

„Beeld en hypes worden eruit gelicht. En het publiek wordt stelselmatig onderschat.’’ Het werd zichtbaar toen tijdens de campagne van 1992 de kandidaten – Clinton en Bush sr. – besloten de traditionele media te negeren en direct contact met kiezers te zoeken. „Toen bleek dat het publiek veel meer belangstelling voor inhoud heeft – onderwijs, zorg, etc. – dan journalisten.’’

Het gevolg was dat er in 1996 een opleving was van thematische berichtgeving. „Maar sindsdien is het weer hype-as-usual. Alles is gericht op beeld, niet op inhoud.’’ Het is, denkt Fox, de voorbode van een verdere neergang van de rubrieken, waarop de laatste jaren toch al fors is bezuinigd. „Ik zou er niet graag werken.’’

De impact van de Daily Show houdt veel wetenschappers bezig. Een collega van Fox in North Carolina concludeerde twee maanden geleden dat jongeren cynisch worden door het programma. En een student van Harvard schreef onlangs in The Boston Globe dat progressieve jongeren door het kijken naar Jon Stewart steeds minder politiek actief worden. „Afgaande op de kenmerken van de kijkers is dat onzinnig’’, zegt Fox. „Ze zijn goed geïnformeerd en stemmen bijna allemaal.’’

Het lijkt er de laatste tijd op dat Stewart over zijn hoogtepunt heen raakt. Zijn opvolger is zijn voormalige sidekick, Steven Colbert, die sinds een jaar met succes het Colbert Report maakt. Het is een persiflage van Bill O’Reilly, die het best bekeken kabelnieuwsprogramma van het land op FoxNews heeft. O’Reilly is een licht ontvlambare strijder tegen de ‘progressieve vooroordelen’ van andere media. Zijn eigen show is een een ‘spinvrije ruimte’.

Volgens Colbert draait alles in de politiek om ‘truthiness’ – zoals hij de methode noemt waarmee het Witte Huis critici tegenspreekt: niet van belang is of iets waar is, maar of het als waar gepresenteerd kan worden. „Ik ben geen fan van feiten’’, zegt hij graag. „De werkelijkheid is zoals bekend een progressief vooroordeel.’’