Chòller, snèk of witte toerist

In de verpauperde wijk Scharloo, op Curaçao, staan volgens Monumentenzorg mooie pandjes. Maar toeristen komen pas kijken als junks verdwijnen en krotten worden opgeknapt. En dat laten de bewoners niet zomaar gebeuren.

Door Miriam Sluis

Op crossfietsjes scheurende kinderen en voetballende jongeren, met daaronder dreunende reggaeton (een puertoricaanse vorm van hip hop). De documentaire Bij ons in Scharloo; Monumentenzorg op Curaçao, geeft niet het stereotype beeld van Curaçao, dat in Nederland vooral bestaat uit bolletjesslikkers, probleemjongeren en pastelgekleurde huisjes aan de Caraïbische Zee. Regisseur Jessie van Vreden koos voor de documentaire, die de NPS zondagavond in het programma Het Uur van de Wolf uitzendt, een heel andere invalshoek.

Bij ons in Scharloo is de uitkomst van een prijsvraag. Vorig jaar won documentairemaakster Van Vreden (30), net afgestudeerd aan de Nederlandse Film- en Televisieacademie (NFTA), de opdracht voor het regisseren van een gefilmd portret over één van de winnaars van de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijzen. Zij koos voor de Stichting Monumentenzorg Curaçao.

„Dat sprak me wel aan”, zegt Van Vreden. „Juist omdat Curaçao wel bij Nederland hoort, maar ik er eigenlijk heel weinig vanaf wist.”

In totaal bracht ze zes weken op het eiland door voor onderzoek en opnamen. Voornamelijk in de achterstandswijk Scharloo, in het centrum van Willemstad, waar ook de Stichting Monumentenzorg zetelt.

De aanblik van Scharloo wordt gedomineerd door negentiende eeuwse koloniale villa’s die ooit door joodse kooplieden werden neergezet, maar inmiddels zwaar zijn verpauperd. Na enkele grootschalige restauraties is Stichting Monumentenzorg nu bezig met plannen om ook de achterliggende volkswijk op te knappen.

Dat zorgt voor sociale spanning. De directeur van Monumentenzorg, George Schmit, hoopt dat toeristische ontwikkeling van het buurtje de armoede en werkloosheid kan verhelpen.

Maar buurtbewoner Julius Isenia, tevens modeontwerper, vreest dat zijn huis straks moet wijken voor rijke witte toeristen.

„Uiteindelijk”, zegt van Vreden, „wil ik dat de kijker tussen die twee werelden wordt heen en weer geslingerd. Je realiseert je wel dat er iets moet gebeuren in de wijk, maar je moet wel oppassen voor wat je laat verdwijnen. Zoals het gehang op de afgesleten stoepjes, het ongedwongen leven. Ik had daar zelf ook heel tegenstrijdige gevoelens over.”

Te meer omdat de kwestie, zeker in de kleinschalige maar complexe Curaçaose samenleving, niet eenduidig is.

In eerste instantie lijkt Bij ons in Scharloo te gaan om een rijke witte stichting tegen arme buurtbewoners, die zich naar de commerciële plannen moeten schikken. „Maar tegelijkertijd”, zag de documentairemaakster, „gaat het ook om een heel mondige bevolking en is de stichting ook weer heel erg betrokken.”

Een volkswijk ombouwen voor een deftiger publiek, ofwel gentrification, is overal pijnlijk. Op Curaçao komen daar de schrijnende leefomstandigheid van sommige buurtbewoners bovenop.

Zoals die van de Dominicaanse Ingrid, naar Curaçao gestuurd om haar familie te onderhouden. Ze beheert de snèk (bar annex openluchtkruidenier) in de wijk, werkt de hele dag en heeft een relatief eenzaam leven.

Of neem chòller (junk) Kenneth Vlijt, hij slaapt op de veranda van een oudere dame die hij en passant verzorgt. Door zijn verslaving schiet dat er nog wel eens bij in; door het half open raam registreert de camera hoe oma creperend op de grond ligt.

Dat beeld is ingetogen, de Curaçaoënaars in Bij ons in Scharloo zijn niet arm en zielig. Van Vreden: „Ik weet niet hoe je dat moet doen; arm en zielig. Want ik geloof dat iedereen zich ook wel weer redt. Het viel mij op dat het wel heel gezellig is in zo een wijk. Veel saamhorigheid; dat spreekt me aan.”

De documentaire kreeg vooral vorm tijdens het draaien. Van Vreden vloog naar Curaçao met een aantal ideeën en veel onzekerheden, het bleek een uitdaging om ter plekke een wereld in kaart te brengen die ze helemaal niet kende. „Heel documentair eigenlijk.”

Bovendien is Curaçao een geval apart; op veel punten buitenlands maar toch zeer verbonden met Nederland. Voor Van Vreden was het laveren tussen de verschillende werelden aanvankelijk wennen, maar uiteindelijk geen probleem. Wel vroeg ze zich af of de bevolkingsgroepen niet langs elkaar heen leven.

„Er is acceptatie van elkaars rol en daarna gaat iedereen weer zijn eigen gang. Als documentairemaker hoef je niet een van hen te worden, dat weten zij ook. Maar het was leuk te merken dat ik me thuis kan voelen op een plek waar ik eigenlijk helemaal niet hoor.”

Bij ons in Scharloo; Monumentenzorg op Curaçao, zondagavond, Ned. 2, 18.55u