Bot is niet tegen gesprekken met Talibaan

Minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) wil best in gesprek met de Talibaan in Uruzgan. Bot verklaarde dat gisteren na aankomst in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Hij is daar voor een hernieuwde ontmoeting met de ‘stamoudsten’ van de provincie Uruzgan, waar Nederlandse militairen voor stabiliteit proberen te zorgen.

De Talibaan-leiders zitten over de grens, in het Pakistaanse Quetta, en vallen onder de verantwoordelijkheid van de regering van Pakistan, aldus de minister tijdens een persconferentie. Maar ten aanzien van inwoners van Uruzgan die zich bij de Talibaan hebben aangesloten of overwegen dat te doen, ziet Bot geen bezwaar in dialoog. „Onder die stamoudsten van Uruzgan zijn er natuurlijk die banden hebben met de Talibaan, en in de regering van Afghanistan zitten ook mensen die van de Talibaan deel hebben uitgemaakt”, aldus de minister.

De Afghaanse president Karzai, die Bot zaterdag hoopt te ontmoeten, deed eerder deze maand een oproep tot onderhandelingen met de Talibaan – een aanbod dat vrijwel per omgaande door een woordvoerder van hun leider Mullah Omar werd afgewezen omdat het van een „buitenlandse marionettenregering” afkomstig zou zijn.

De Talibaan, die in 2001 door de buitenlandse inval uit de regeringsmacht in Kabul zijn verdreven, hebben dit jaar een opmerkelijke comeback gemaakt. Zij belagen de NAVO-troepen in het zuiden van Afghanistan met berm-bommen, zelfmoordaanslagen, hinderlagen en stormlopen. Ook in Kabul heerst inmiddels, volgens inwoners van de stad, bezorgdheid over een eventuele terugkeer van de Talibaan, die voor deze winter een ‘offensief tegen de steden’ heten te hebben aangekondigd.

Volgens Bot is het belangrijk om in te zien dat de Talibaan-beweging – anders dan Al-Qaeda – niet een wereldwijde terreurbeweging vormt, maar probeert in Afghanistan weer een streng religieus regime te vestigen, zoals voor 2001. Bot herhaalde zijn standpunt dat de strijd geenszins alleen met de wapenen gewonnen kan worden.