Bijna 50 Afrikaanse staatshoofden in China

Morgen begint in Peking een Chinees-Afrikaanse top. Nog nooit waren zoveel Afrikaanse leiders in China bijeen. China’s vreedzame opkomst is begonnen op het Afrikaanse continent, luidt de boodschap.

In de vijftiende eeuw nam de Chinese ontdekkingsreiziger Zhen He een giraffe mee uit donker Afrika. Niet uit roofzucht maar uit nieuwsgierige belangstelling, zeggen Chinese historici er bij.

Anno 2006 wordt het straatbeeld van Peking opgesierd met vele giraffes, en ook met apen, olifanten, zebra’s en andere taferelen uit mooi Afrika – dezer dagen allemaal vastgelegd op enorme billboards. Met de metershoge plakkaten wil de regering de belangstelling opwekken bij de gewone Chinees. Maar meer nog dienen ze ter verwelkoming van Afrika's bestuurlijke elite die in de Chinese hoofdstad is neergestreken.

Morgen schuiven de staatshoofden van bijna alle 53 landen op het Afrikaanse continent aan op een tweedaagse top met de Chinese president én partijleider Hu Jintao. Vandaag al vergaderden in Peking de ministers van Buitenlandse Zaken en andere hoge vertegenwoordigers ter voorbereiding van de unieke diplomatieke megamanifestatie, die gaat om hulp, handel en politiek.

Dat datum van de grootste Chinees-Afrikaanse top in de geschiedenis is niet toevallig gekozen. Vijftig jaar geleden was Egypte het eerste land op het Afrikaanse continent dat diplomatieke betrekkingen aanknoopte met de Volksrepubliek China. Afgelopen augustus was Tsjaad voorlopig het laatste dat zijn loyaliteit aan Taiwan inruilde voor banden met China. Alleen Burkina Faso, Gambia, Sao Tomé en Principe, Malawi en Swaziland zijn nu nog trouw aan Taiwan – volgens Peking een ‘afvallige provincie’ die zich moet herenigen met China. Toch ontvingen ook zij een uitnodiging (die ze afsloegen).

China’s jongste toenadering tot Afrika verloopt de afgelopen jaren spectaculair. Alleen al dit jaar maakten president Hu Jintao en premier Wen Jiabao afzonderlijk van elkaar rondreizen langs een tiental Afrikaanse landen – daarmee de grote Chinese belangstelling voor Afrika onderstrepend. In de jaren zestig en zeventig was de Volksrepubliek van Mao het gidsland voor ideologisch verwante regimes op het continent, nu treden materiële belangen op de voorgrond bij China’s charmeoffensief:

Het Chinees-Afrikaanse handelsvolume is tussen 1995 en 2005 vertienvoudigd en zal dit jaar uitkomen boven de 50 miljard dollar. Na de VS en Frankrijk is China nu de belangrijkste handelspartner van Afrika. De handelsbalans is licht in Afrikaans voordeel, dankzij de olieverkoop.

Ongeveer eenderde van China’s olie-import komt uit Afrika, onder andere uit Angola, Soedan en Nigeria.

Er zijn meer dan 900 Chinese (staats)bedrijven actief in Afrika. Ongeveer 10 procent van de Chinese overzeese investeringen staat uit in Afrika.

Op de top in Peking zullen zo’n 2.500 nieuwe handelsakkoorden en andere overeenkomsten worden gesloten.

Westerse critici herkennen wel een patroon in deze ontwikkeling: zeereiziger Zhen mag dan niet op rooftocht zijn geweest, het huidige Chinese leiderschap is dat wel. De redenering ligt voor de hand. Om China’s imposante economische groei (nu rond de 10 procent per jaar) veilig te stellen, moet land grote hoeveelheden grondstoffen, olie voorop, importeren. Om die te verkrijgen, paait China Afrikaanse landen met schuldenkwijtschelding, hulp en investeringen en doet het zaken met regimes (Mugabe van Zimbabwe en Bashir van Soedan) waarmee Westerse regeringen niet geassocieerd willen worden. Door zich niets aan te trekken van mensenrechten en corruptie houdt de éénpartijstaat China totalitaire leiders in Afrika in het zadel, aldus deze kritiek. China stelt geen lastige vragen.

China’s verweer ligt ook voor de hand. In de partijpropaganda zoals uitgedragen door het staatspersbureau Nieuw Chinawordt de westerse kritiek van ‘neo-kolonialisme’ als „een bedrieglijke redenering” van de hand gewezen. „In de afgelopen vijftig jaar zijn China en Afrika vrienden in voor- en tegenspoed geworden, partners van oprechte samenwerking en goede broeders”, aldus Nieuw China. Twee weken geleden nog verweet Paul Wolfowitz, de president van de Wereldbank, China en de Chinese staatsbanken dat ze zich bij hun activiteiten in Afrikaanse landen niets aantrekken van vrijwillige afspraken die internationaal zijn gemaakt over arbeidsomstandigheden en milieuregels. „Onaanvaardbaar”, reageerde woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse zaken op die beschuldiging. De Chinese hulp en investeringen zijn als het sturen van „brandhout in de sneeuw” om mensen te verwarmen, trok onderminister van Handel Wei Jianguo een voor Afrikaanse omstandigheden misschien niet erg gelukkige vergelijking.

Maar zijn punt en dat van de Chinese regering is wel duidelijk. Peking heeft het toekomstperspectief van het land vervat in zijn doctrine van ‘China’s Vreedzame Opkomst’. Opkomst wil zeggen: China zal onherroepelijk uitgroeien tot een economische grootmacht en zal zich daarmee onvermijdelijk ook politieke macht verwerven. Vreedzaam wil zeggen: anders dan Europa in het verleden zal China daarbij geen koloniserende agressor zijn, en het wil ook niet (zoals de VS en de vroegere Sovjet-Unie) militair geweld gebruiken. Die agenda van ‘Vreedzame Opkomst’ zal Peking de komende jaren stapje voor stapje verder uitvoeren.

Dat de belangrijkste schreden in Afrika worden gezet, is begrijpelijk gezien de strategische aanwezigheid van grondstoffen. Maar er is nog een andere, subtiele verklaring: China, waar een vijfde van de wereldbevolking woont, heeft grote ambities, maar is nog een ontwikkelingsland. Dat schept een band met Afrika. China en Afrika delen de „ervaring van vrijheidsstrijd” tegen kolonisatoren en nu kunnen ze als „gelijkwaardige partners” elkaar helpen en van elkaar leren, aldus een begin dit jaar uitgebracht Witboek.